Happy Place…

Een nog vage zomerzon stijgt bedaard,

Van achter de horizon op weg naar boven de oude boomgaard,

Drukte onder het dak van het half vervallen schuurtje,

Vroege zwaluwtjes flitsen rond

En kwetteren al een uurtje,

Een sijsje in een boom fluit al zijn hoogste lied,

Van dat hij al wakker is maar vliegen gaat nog niet,

Twee duiven, de slaap nog niet uit,

Hebben al ruzie over niks en minder,

Ze gaan op zoek naar fruit

En vliegen van hier naar ginder,

Een vroeg zomerconcert bij het kleine slootje,

Kikkers en krekels in harmonie,

Daar bij dat oude bootje,

Waar het water vrolijk kabbelend de eerste zonnestralen ontvangt,

En het groen beschermend over de waterkant hangt,

Bloemen in alle kleuren vouwen zich langzaam open,

En tonen hun pracht aan wie komt langsgelopen,

Vlinders en bijen die langzaam ontwaken,

En zoeken naar zoet in dat fleurige laken,

Blote voeten door het gras,

Heerlijk fris van de morgendauw,

Dat alles onder een lucht strakblauw,

Mocht willen dat elke dag zo was,

Dan was het leven minder grauw,

De zon doet al goed haar best,

Maar van de ochtendnevel hangt nog rest,

Mistflarden dwarrelen, weven zich doorheen rijkbebloesemde bomen,

En grijpen mijn mooiste gedachten en dromen,

Zodat ze niet zomaar weg kunnen drijven,

Maar wat langer dicht bij mij blijven,

Zo blijft het mooie van de nacht van wat langere duur, Zalig zinderend nagenieten op het vroege ochtenduur…

Wonder wereldje aan de waterkant…

(Zomaar wat rijm voor groot en voor klein…)

Een zonnigwarme zomerzondag,

Stilletjes zitten aan de waterkant,

Van het smalle beekje aan de bosrand,

.

Bomen kraken, ruisen en suizen,

Planten knisperen terwijl ze zachtjes wuiven,

Bloemen stralen zonder geluid,

Insecten zoemen op weg naar fruit,

.

En het water…

Het water maakt geen geluid,

Het ligt daar stilletjes mooi blauw te zijn,

Blakend en blekkerend in de zonneschijn,

.

Kleine wolkjes,

Drijven fluffig over dit plekje,

Net voordat de zonnestralen,

Ze vluchtig laten verdwalen,

Alle ruimte voor het blozende blauw,

Van de azuren lucht boven jou,

.

Even verder het zachte geklater,

Van vlot vallend water,

Dikke druppels zweven, licht als kleine bloemetjes

Komen weer neer als een stel blije bommetjes,

En samen weer lustig voort,

Kletterend over een stenen boord,

.

Snotter en snater,

Kwebbel en klater,

Getater op het water,

Pliek de eend,

En Pluk erbij,

Houden een feestje,

In de bloemenbrij,

.

Gesnerp en getjirp,

Gekwakkel en gekwikkel,

De andere vogels zijn weer druk,

Op zoek naar lekkere smikkel,

Een feestje aan het water,

Dat is pas voor later…

.

Getrippel en getrappel,

Bries en snuif,

Dat is Boris de hond,

Die komt ook op de fuif,

.

Gekraak en geschuifel,

Gezucht en gesnuifel,

Wie is toch die rare vlegel,

Tis Joris, de kleine egel,

.

Pas maar op, zei Klaar,

Het is echt waar,

Joep de rooie vos,

Loopt zomaar los in’t bos,

.

Gesis en gesus,

Dat komt van kleine Pierus,

Een slang van nog geen meter,

Zo dun als een veter,

.

Haha, lacht kleine Jaap,

Oh jongens wat een knaap,

Een slang van maar zo lang,

Maakt mij toch echt niet bang,

.

Gesnebbel en gesnater,

Zo druk daar aan het water,

En als je je ogen sluit,

Hoor je alleen nog het geluid,

Van alles wat daar leeft,

En een fijne middag heeft,

.

En de bomen langs het water,

vertellen krakend hun verhalen,

Van toen…

Voor later…

Elke minuut zijn eigen tijd…

Ik word wakker en open mijn ogen…

Is dit nog het licht van de nacht?

Of is dat al ochtendgloren?

Clueless…

Mijn gevoel sluimert nog…

Ik kijk op de wekker naast me.

Grote Gifgroene Letters schreeuwen brutaal dat het tijd is om op te staan…

Nog maar eens met mijn ogen knipperen dan…

Deze keer vriendelijke gele cijfers,

Die me bescheiden laten weten, dat het vijf minuten voor tijd is.

Nog geen tijd om op te staan dus…

Nog even blijven liggen… kijken naar de klok…

Minuten gaan voorbij…

Rustig,

Stilletjes,

Tik voor Tik…

Tik na Tik…

Elke minuut in zijn eigen tijd,

Elke minuut dezelfde tijd,

Maar toch elke minuut zijn eigen tijd,

Voor ieder anders,

Elk moment hetzelfde en toch anders…

Voor mij vandaag vijf langzame minuten,

Met tijd genoeg,

Gelukkig,

Rust…

Dan vertelt een stem op de radio hoe laat het is,

Dezelfde stem wil gaan vertellen hoe het ervoor staat in de wereld,

Maar ik denk…

Nou…

Nee…

Ik dacht het niet…

Ik wil het nog niet weten.

Druk het weg,

Er komt nog genoeg nieuws.

Laat de dag rustig beginnen,

In zijn eigen tijd,

Elke minuut zijn eigen tijd…

Zinderend zuivere zondagochtend

Zinderend zuivere zondagochtend,

Zon zucht zachtjes boven

Een zinderende horizon,

Zacht zoemende zomerbeestjes

Tussen zoetgeurende zonnebloempjes,

Zwevend in het zicht van de zilte zee 

Verhaal van rust en kabaal

Dwalen over zachtverend mos,
Diep in het oude bos,
Bomen houden zachtjes krakend
Hun eeuwigfluisterende lezingen,
Als een forum in de wind 
met twitterende aanwezigen,

Ik leg me neer
En sluit mijn ogen,
tientallen stemmen,
zonder mededogen.
waterval rondom
Van chats en betogen

En dan,
Als verhalen ineenvloeien,
Geluid lijkt weg te vloeien,
Gaat kalmte langzaam winnen,
Komt zacht de rust vanbinnen.

Ieder komt apart aan het woord
En ieder wordt apart gehoord
En samen vertellen ze het verhaal
Van rust en stilte
In al het kabaal…

Uil

Voor mijn lieve dochter, with all my love…

Uil

Vanuit een oude toren of vliegend over het meer

Hou ik je stilletjes in de gaten, kijk ik wakend op je neer

Wijsheid wordt me toegedicht, ik zend het je toe met mijn blik

Kijk me aan, ik staar terug, gerust en zacht

Mijn rust geeft je kalmte, geduld is mijn macht

Ik spreid mijn vleugels en suis zachtjes  weg,

Wees niet ongerust,Ik kom weer terug

Kijk stil naar je vanaf het plekje in de heg

Sterrenbeeld

De weg rolt zich voor me uit, 
Zachtzinderend zwarte loper.
Zoemendzwevende bijtjes boven 
blijkleurig bloeiende bermen
Een valkje biddend langs de weg, 
speurend naar een smakelijk hapje.
Boven de velden zindert 
een zachtzoete zomerzon
En een meertje spiegelt zacht 
jouw gelaat dat naar me lacht.

Mooi droombeeld oh zo zacht, 
in een kilzwarte winternacht.
Echter geen zon die naar me lacht, 
maar 'n stralende sterrenpracht.
Nachtelijke verbintenis, 
Op elk moment dat ik je mis.
Weten dat waar je ook bent, 
de hemel dezelfde sterren kent…

Staan

Staan…

Stil staan…

Stil staan te staan…..

Staren…

Staren in de verte…

Staren naar alles….en niets…

Staren in het niets….

Staren naar niets…

Niet staren…. dromen….

Dromen….zonder fantasie….

Verlangen…

Staan…

Stil staan…

Stil staan te staan…

Niet meer vooruit komen…

Flitsen…

herinneringen…

alweer even geleden…

gevoel bijna vervlogen…

pijnlijk wazig….

Hartepijn….

Gemis….

verlangen….

Staan….

Stil staan…

Stil staan te staan….

Niet meer vooruit komen….

Vastgelopen…

Overgelopen…..

Van verlangen….

Van twijfel….

Van gemis….

Van begeerte zonder ontvangst…

Mijmering

Mijmering

Zachtjes dwalen door het bos,

Voeten zweven over het mos.

Genieten van de geuren,

Palet aan herfstkleuren.

Een takje klikt,…

Een reetje in een schicht.

Verder rust en ruis,

Pratende bomen,

Verscholen,

Een watertje bij de molen.

Ogen dicht, ogen open

Nevelige horizon,

Bibberende ochtendzon.

In de verte een schim…

Dichterbij lopen,

Gevoel  geliefd, warm vertrouwd.

Nog dichter,

Warme straling,

Gloed in mijn hart.

Zon knalt door

Blij

Blij dat ik je ken…

Licht

Even iets dat door mijn hoofd speelde…

Licht

Zachtjes dwalen door het bos

Frisgroene bomen in mos

Druppels van dauw, schitteren als parels

Gevangen in een web

Rollend van een blad

Bloemen nog dicht

Wachtend op nieuw ochtendlicht…

Zachtjes dwalen door het bos

De wereld nog stil

De ochtend pril

Oude bomen vertellen hun verhaal

Bladeren fluisteren

Een takje kraakt

De wereld ontwaakt…

Zachtjes dwalen door het bos

Blote voeten over het mos

Ogen open, ogen dicht

Sterrenhemel, ochtendlicht

Mijn ogen op jou gericht

Een ademteug

Een harteslag

Onder alle sterren

Geef jij me licht…