Wonder wereldje aan de waterkant…

(Zomaar wat rijm voor groot en voor klein…)

Een zonnigwarme zomerzondag,

Stilletjes zitten aan de waterkant,

Van het smalle beekje aan de bosrand,

.

Bomen kraken, ruisen en suizen,

Planten knisperen terwijl ze zachtjes wuiven,

Bloemen stralen zonder geluid,

Insecten zoemen op weg naar fruit,

.

En het water…

Het water maakt geen geluid,

Het ligt daar stilletjes mooi blauw te zijn,

Blakend en blekkerend in de zonneschijn,

.

Kleine wolkjes,

Drijven fluffig over dit plekje,

Net voordat de zonnestralen,

Ze vluchtig laten verdwalen,

Alle ruimte voor het blozende blauw,

Van de azuren lucht boven jou,

.

Even verder het zachte geklater,

Van vlot vallend water,

Dikke druppels zweven, licht als kleine bloemetjes

Komen weer neer als een stel blije bommetjes,

En samen weer lustig voort,

Kletterend over een stenen boord,

.

Snotter en snater,

Kwebbel en klater,

Getater op het water,

Pliek de eend,

En Pluk erbij,

Houden een feestje,

In de bloemenbrij,

.

Gesnerp en getjirp,

Gekwakkel en gekwikkel,

De andere vogels zijn weer druk,

Op zoek naar lekkere smikkel,

Een feestje aan het water,

Dat is pas voor later…

.

Getrippel en getrappel,

Bries en snuif,

Dat is Boris de hond,

Die komt ook op de fuif,

.

Gekraak en geschuifel,

Gezucht en gesnuifel,

Wie is toch die rare vlegel,

Tis Joris, de kleine egel,

.

Pas maar op, zei Klaar,

Het is echt waar,

Joep de rooie vos,

Loopt zomaar los in’t bos,

.

Gesis en gesus,

Dat komt van kleine Pierus,

Een slang van nog geen meter,

Zo dun als een veter,

.

Haha, lacht kleine Jaap,

Oh jongens wat een knaap,

Een slang van maar zo lang,

Maakt mij toch echt niet bang,

.

Gesnebbel en gesnater,

Zo druk daar aan het water,

En als je je ogen sluit,

Hoor je alleen nog het geluid,

Van alles wat daar leeft,

En een fijne middag heeft,

.

En de bomen langs het water,

vertellen krakend hun verhalen,

Van toen…

Voor later…

Plaats een reactie