Les ascenseurs…industrial beauty in Belgium
Ik ben verschillende keren in deze streek geweest en was aan het twijfelen over dagtrips of weekends, maar ik denk persoonlijk dat het beter is, om hier een weekend van te maken, zodat je in de sfeer kan blijven en kan genieten van verschillende plekken die direct met elkaar in verband staan...Voor degenen met een camper, er is een prachtplek om te overnachten aan de kade van sluis 4, in le Roeulx, met zicht op de nieuwe sluis van Strépy-Thieu, dichtbij een van de oude ascenseurs, nummer 4 en met een mooie wandeling tussen het oude en nieuwe canal du centre...

Even volop onderduiken in Belgian pride in engineering… Al in vroeger tijden was een vlotte verbinding tussen Schelde en Maas van groot belang. Dus werd het canal du centre gerealiseerd. In het geheel is hiertussen een verval van een dikke 73 meters. Dit werd opgevangen met 4 sluizen van elk 15 Ã 16 meter verval. Ascenseur 1, 2, 3 en 4. Prachtige staaltjes engineering, met hydraulisch werkende liftbakken, gebouwd eind 19e eeuw, begin 20e eeuw. Deze kunstwerken hebben gefuncioneerd tot 2002. Nu alleen nog voor pleziervaart.



Doorheen de tijden werden vrachtschepen groter, van een 34 meter tot nu meer dan 100 meter. Daar waren die scheepsliften niet op berekend. Maar de vraag om transport op dat traject steeg wel. Dus bouwde men een gloednieuw stuk kanaal in de streek rond La Louvière om die 4 sluizen te omzeilen. Een grote sluis zou op dat verval 100000 kuub water moeten versassen, dus dat was geen optie. Wat dan wel? Groter gaan dan het hellend vlak van Ronquieres dat om de hoek ligt…l’ascenseur de Strépy-Thieu. Een scheepslift met 2 bakken van 138 meter, geladen met water en schip elk 8000 ton zwaar. Om zo’n bak omhoog en omlaag te krijgen, gebruiken ze 8 elektromotoren en 144 kabels die mooi synchroon lopen. Contragewichten zorgen voor de nodige hulp. Een bouwwerk dat je ven heinde en verre ziet liggen en met ontzag giga-cijfers op elk vlak. Iets om ontzag voor te hebben.











En om de uitstap te vervolledigen…Het hellend vlak van Ronquières. Niet op het canal du centre, maar even om de hoek…op het kanaal Charleroi-Brussel. Het overbrugt het hoogteverschil van het Henegouws Plateau. Opgeleverd in 1968, zeker een last but not least, alweer een bouwwerk met cijfers om u tegen te zeggen…Het gaat hier om een hoogteverschil van 68 meter, door dit staaltje industrieel vernuft werden 16 sluizen vervangen. Een grote plus voor het transport over water aldaar…Twee bakken van 90 bij 12 meter, 3,5 meter diep. 5000 ton aan gewicht, onafhankelijk van elkaar werkend met een contragewicht , rijdend over rails. Goed voor schepen tot 1350 ton. Een helling van 1,4 kilometer lang met een hellingsgraad van 5 graden. Al met al niet niks. De elektriciteit die hiervoor nodig is, wordt ter plekke opgewekt door hydro-elektrische energie. Use what you got….water loopt door een buis langs het hellend vlak omlaag en zorgt voor de nodige power voor de generatoren…
Al met al…mooi, zeker in de omgeving, die zowiezo al uitnodigend is… Een bezoek meer dan waard…
La Meuse, Dinant, Annevoie, Givet…
Als ik denk aan een mooi weekend, dat niet heel erg ver weg is, komen bovenstaande namen al eens vlug bovendrijven…
Een heerlijke streek, daar waar de Maas vanuit Frankrijk ons landje binnenstroomt doorheen een majesteitelijk landschap. Waarom noem ik Givet? Verder kan ook, de maas is in dat deel van Frankrijk ook geweldig mooi, maar Givet is een simpel bereikbare plek met een uitgelezen mooi camperplekje aan het water. Een camperplaats, waar je mooi staat en Givet is een leuk klein plaatsje met een groot fort op een heuvel. Best wat voer om een dagje te hangen en genieten.
Als je dan op een zonnigmooie zondagochtend op tijd in Givet vertrekt en je weg zoekt, vlak langs de Maas, is dat een puur cadeau. Via Heer de grens over en dan vlak langs de maas doorrijden met honderden uitzichten om je vingers bij af te likken.Langs Waulsort, kasteel van Freyr, met uitzicht op de indrukwekkende rotsen van Freyr aan de overkant. Gezellige plekjes aan het water, jachthaventjes, dorpjes en achter elke draai een nieuw beeld dat fotografen en schilders laat watertanden. En zo rij je dan Dinant binnen…
Dinant, mooie stad, welhaast iconische stad aan de Maas. Iedereen kent het beeld met de kerk en de citadel hoog erboven. Maar er is nog zoveel meer. Alleen al in Dinant kun je makkelijk een weekend volmaken. Rondwandelen, de Citadel bezoeken, per trap omhoog of toch met behulp van de kabelbaan…shoppen, met een bootje op de Maas rondvaren of een terrasje pikken langs het water…. Veel en meer om te doen.



Andere citadels bezoeken? Als je de Maas afgaat, krijg je nog Namen en Huy, als voornaamste…

Bij Dinant stroomt ook de Lesse in de Maas, meerbepaald bij Anseremme. Als je daar even langs de Lesse rijdt, kom je bij een heel mooie camping, camping Villatoile, gelegen aan de oevers van de Lesse, in een mooie bocht. Hier is het zalig verblijven, met een goede verbinding voor de kajaks op de Lesse, die hier ook langskomen. Een heerlijke kajaktocht van 21 kilometer, by the way, met twee leuke watervallen, om een dag lang te genieten tussen verkoelende bomen en duizelingwekkende rotsenTevens kun je hier leren rotsklimmen. Om nog maar te zwijgen van de vele wandelingen die de streek rijk is, met ongelofelijke vergezichten,hoog van de rotsen…
Als je dan vanuit Dinant nog verder de Maas volgt naar Namen, krijg je nog een heel stuk mooie beelden. Je komt dan onder andere ook langs Annevoie-Rouillon, waar je de tuinen van Annevoie kunt bezoeken. Prachtig aangelegde tuinen, die een bezoek van een aantal uren meer dan waard zijn…
https://nl.wikipedia.org/wiki/Tuinen_van_Annevoie
la Meuse, Dinant, Annevoie, Givet….ik begon met deze namen, maar er is zoveel meer in dat hoekje, in welke volgorde dan ook, dagtrip, weekend, week, whatever, je kan er altijd tijd volmaken, zonder verveling!
Nord-pas de Calais
Nord-pas de Calais…een regio in Frankrijk, aan de kust, maar een uurtje over de grens. Dichtbij genoeg om vlot heen te gaan als je een dag of twee, drie hebt. Regio om lekker rond te zwerven en voornamelijk genieten van uitzicht , kleur en licht…

Er zijn niet veel plekken waar ik me echt thuis voel, maar deze streek is er een van. Altijd een gevoel van thuis komen… Een streek, heuvelachtig, bovenop de machtige rotskliffen aan de zee, waar het behoorlijk kan spoken, waar het weer geen dag hetzelfde is, maar waar het wel vaak heel fijn is om te zijn. Het weer kan hier zelfs op een dag niet hetzelfde blijven, net waar Frankrijk 90 graden de hoek omgaat, waar de Noordzee van heel smal naar iets breder gaat. De velden hebben alle kleuren groen en spelen in een licht-schaduwspel, dat haast te mooi is voor woorden. Als het lichtbewolkt is en de zon knalt erdoor, is dat voer voor tientallen foto’s…




Waar zijn we? Nou, als je bij Calais van de snelweg afgaat, net achter Calais, richting Sangatte, dan kun je zo de kust weg volgen, Boulogne par la côte (op de terugweg is dat Calais par la côte). Ben je met de camper, zoek je een plek om te slapen? In Sangatte is al een mooie camperplaats, verderop zijn er nog. In Escalles, bij de cap Blanc Nez een mooie camping, bij de cap Gris Nez in Audinghen is het rustig staan langs het weggetje naar het strand, en verderop is ook nog vanalles…
In Calais van de weg af dus…via Sangatte naar Escalles, waar je de cap blanc nez vindt. Prachtig gelegen, hoog bovenop de machtige krijtrotsen. Heerlijke wandelingen bovenover, met de mooiste vergezichten. Maar je kan ook het strand op en een lange wandeling maken. Je gaat daar de baai in, la baye des deux caps, ook wel Entre les deux caps. Tussen cap Blanc Nez en cap Gris Nez. Plek waar ik me een thuis zou kunnen wensen. De natuur is daar volop aanwezig in alle facetten, met het weer in alle toonaarden. Je vindt er het lange afstand wandelpad, de Gr120, die ook in Normandie loopt. Bij laag water kun je langs het strand de hele baai bestrijken, als je rap doorloopt, want het is een beste wandeling van een paar uren. Het getijdevershil is hier zo’n 8 meter, bij laagwater ligt er een wijdopen strand, bij hoogwater zit je opgesloten, tegen de rotsen geplakt, dan is het gevaarlijk onbegaanbaar, dus hou altijd rekening met het getij…




Via Wissant, een leuk klein stadje waar je best eens doorheen kan lopen, kom je dan in Tardinghen en Audinghen. Hier vind je cap Gris Nez. De tweede kaap, met vuurtoren. Dit is het punt, waar Engeland het dichtst bij Frankrijk ligt en als de zon schijnt, zie je de krijtrotsen van Dover schitteren alsof ze naast de deur liggen. De afstand is hier maar een goeie 30 kilometer. Dit is ook de plek waar kanaalzwemmers hun oversteek beginnen of eindigen. Gemiddeld zwemt er elke dag iemand over. Niet dat dat dus elke dag gebeurd, maar dat is een jaarlijks gemiddelde. De oversteek is te klaren in zo’n 14 uur en hangt natuurlijk aan vele regeltjes en een goede organisatie. Je zwemt niet zomaar eventjes over, maar kanaalzwemmers zijn er meer dan gedacht…

Voor mij persoonlijk is cap Gris Nez de fijnste plek om te zijn. Je kan het strand op en daar heel wat kilometers maken, je kan er genieten van de vissers die weggaan of terugkomen in hun typische bootjes. Je kan er bovenop wandelen en genieten van prachtige uitzichten en van heel veel verschillende vogels. Vanaf het weggetje naar het strand, kan je zowel bovenop bi de vuurtoren komen als aan de andere zijde door de duinen, waar je ook weer naar beneden kan , het strand op. De hele baai is bereikbaar…




Mocht je met al dat moois niet genoeg hebben, dan kun je de weg langs de kust vervolgen. De hoek om, in zuidelijke richting. Vlakbij Audinghen ligt de site des deux caps, een klein museum waar je alles vindt van de twee caps. Absoluut de moeite om eens binnen te lopen. Niet groot, maar wel ged aangepakt, mooi gedaan!
Verder dan, via Wimereux, een andere badplaats, die iets meer cachet heeft, gezellig, zeker in de zomer, met een lange boulevard en behoorlijk wat winkels. Ook een camperplaats daar, bij de plaatselijke golfclub…



En dan op naar Boulogne-sur-mer… Een stad, die de tand des tijds niet zonder slag of stoot heeft doorstaan. Vind ik dan toch…de haven is niet bepaald een toonbeeld van gezellig en mooi. Maar er is wel veel te zien. Veel oude gebouwen ook, vroeger was hier een vertrek-en aankomstpunt voor hovercrafts en ferries. Veel is daar nog van te zien. Verder is het een en al visserij en een jachthaventje. Maar het getuigd niet van beauty. Ook een behoorlijk groot winkelcentrum, maar ook dat doet op veel plekken vrij vervallen aan.
Wat hier mooi is om te zien, is de oude ommuurde binnenstad, hogerop de heuvel gelegen. Absoluut een aanrader om doorheen te lopen en om over de oude omwalling te gaan. Erg goed opgeknapt, daar is veel moeite ingestoken. En dan natuurlijk vooraan de stad, Nausicaa…groot aquariumgebeuren, dat erg populair is…
Als je dan nog verder de kust volgt, kom je via Hardelot bij le Touquet Paris-plage , een bijzonder poshe badplaats. Ook hier mooie camperplaats en een lang, breed strand om uren over te wandelen. Maar niet direct iets om erbij te nemen, als je maar een dag of twee, drie hebt. Dan is Boulogne ver genoeg.
Wat valt er verder nog te zeggen? Tja, genieten in quadraat. Ogen en alle verdere zintuigen openzetten en proberen niks te missen. Zeker in de zomer veel strandgebeuren en watersport, maar ook in het of season, vooral veel kitesurfers die volop van het ruige weer gebruik maken om huizenhoge sprongen te maken, over alle obstakels heen en zo langs de kust zeilen, koud of niet. Keihard… Pachtig om te zien…met recht heet dat Fly-a-kite…




En de zee…dat is alles voor mij….kan niet hard genoeg spoken daar. Zo mooi….
What more could one wish for…
En de nachten…stil, doodstil, met alleen de wind. Pikzwart met sterren…




De toren van Ebenezer en omgeving….
De toren van Ebenezer bezoeken is iets dat je makkelijk binnen een dagtrip kan, maar zeker met een camper is het de moeite om er een leuk weekend van te maken…
Al van jongsafaan ken ik die toren, gebouwd in vuursteen, met vier reusachtige beelden, op elke hoek één. Het zijn de vier gevleugelde cherubijnen die de apocalyps aankondigen, de stier, de mens in sfinx-vorm, de leeuw en de adelaar. Hij ligt in Eben Emael, gemeente Riemst, in het lieflijke heuvelachtige Limburgse landschap. Als je in de omgeving rondrijdt en de toren spot, krijg je direct een speciaal gevoel, zeker als je over wat fantasie beschikt, is het een beeld dat je niet ongemoed laat. Ik ben helemaal into fantasy en dit heeft me van vroeger al getrokken. Maar toen kon je er nog niet komen….
De toren van Ebenezer(genoemd naar een beroemde locatie uit de bijbel, Eben-Haëzer), is ontworpen en eigenhandig gebouwd door Robert Garcet, tussen 1951 en 1965. Als kunstenaar, architect, schrijver, filosoof, leefde hij zijn eigen leven. En had hij zijn eigen interesses en ideëen. Men zag hem als kluizenaar, hetgeen ons destijds als kinderen heel wat fantasie opleverde, zeker gezien de toren waar hij in leefde. Na zijn dood in 2001, hebben zijn nazaten de nalatenschap voortgezet, om zijn werk en ideëen te kunnen tonen. De toren is te bezichtigen. Binnenin bevindt zich een museum, dat door hemzelf nog is opgezet en waarin veel van zijn werk terug te zien is. Bereid je voor op een heel interessant bezoek als je gaat….het is meer dan de moeite.
De toren bestaat uit op elkaar gestapelde blokken vuursteen (Silex), die uit de ernaast gelegen groeve zijn gewonnen. Een vierkante toren met ronde hoektorens. De zijden zijn maar de vier windrichtingen gesitueerd, bevenop een plateau bij de Jeker. Op twaalf meter hoogte kijken de Cherubijnen trots vanaf de kantelen over het maaiveld. Beneden is dan nog zo’n 3,5 meter hoge “kelder” met een monumentale trappartij naar de ingang. De man heeft een enorm werk verzet, bijna alles in zijn eentje gedaan… De hele toren is verbonden met allerlei getallenreeksen, ontleend aan zijn persoonlijke getallenleer. Met rondom nog een mooie tuin, waar zijn sculpturen zijn tentoongesteld. Regelmatig worden hier kunstbijeenkomsten gehouden.
Robert Garcet bouwde zijn toren als monument voor de vrede en had daarbij zijn eigen ideëen, werkte aan zijn eigen mythologie. Zijn ideën bracht hij in overeenstemming met de bijbel, van daaruit schreef hij zijn eigen leer, uiteengezet in de zesdelige “Heptameron”. Als Paleontoloog had hij onder andere ook de stellige overtuiging, dat in het Tertiair ook al mensen zouden geleefd hebben, gebaseerd op vondsten van bewerkte vuurstenen. Het interieur van de toren is een rijke schat van zijn werk. Ontzettend boeiend, vind ik het.
Na dit stukje geschiedenis snel wat foto’s. Want ik kom er wel vaker, omdat het sterk leeft in mij. Ik vind het een prachtplek. Waar we er vroeger niet konden komen, ben ik er zo snel mogelijk heen geweest vanaf het museum en de toren geopend waren voor publiek. Je raakt er niet snel uitgekeken…





Van Eben Emael naar Opkanne, is iets van vijf kilometer. Voor camperaars een uitgelezen plekje, daar in Opkanne, onder de brug aan het Albertkanaal. Zo ongeveer op de grens België/Nederland. De brug over en je rijdt zo Nederland in. Maar ik ga de brug niet over. De camperplaats van Opkanne, ligt eigenlijk 100 meter voorbij de brug. Ze was eerst bij de yachthaven, maar dat was geen fjne plek. De huidige is prachtig, zowel de officiële als die onder de brug en dat is duidelijk, want het staat rap vol in het weekend…


Als je het Albertkanaal iets zuidwaarts volgt, kom je bij het sluizencomplex van Ternaaien, waar Albertkanaal en Maas samenkomen. Door de sluis ga je naar Maastricht, de andere richting, verder zuidwaarts, brengt de Maas je in Luik en verder, de Ardennen in…(qua stroomrichting is dat andersom, maar het is maar voor het idee…). Een mooie plek om te gaan kijken, indrukwekkend om te zien, zowel het sluizencomplex, als het kanaal met zijn torenhoge strak uitgesneden rotswanden. De oorspronkelijke sluis van de “stop van Ternaaien”, is niet meer in gebruik. De sluis van 1939 is in 2015 vervangen door een nieuwe, grotere sluis, die de huidige maat van scheepvaart beter aankan…


De camperplaats is een zeer druk bezochte plek voor zowel wandelaars als fietsers, allerlei. IK ben geen fietser, maar kan me er alles bij voorstellen. Voor me het Albertkanaal, dat je kilometers ver kan volgen via het trekpad, dat je bij de camperplaats kan oppikken. Achter me, de Tiendeberg. Alles hier is eigenlijk direct verbonden met de Sint Pietersberg van Maastricht. Een groot mergelgebied en je ziet dat zo bekende, gele, zachte gesteente overal aan de oppervlakte opduiken. De Tiendeberg is opgebouwd uit een gevarieerde ondergond van mergel, zandsteen en grind. Het is de perfecte ondergrond voor talloze kruiden en planten, die verder nergens in Vlaanderen te vinden zijn. Het is hier zalig wandelen, zeker met wat goed weer. De zon moet niet branden, want het is geen licht wandelingetje, maar bij mooi open weer kun je ver kijken. Van boven op de berg, kijk je zo tot Maastricht, dat in de verte licht te lonken.
Genoeg te doen hier, wandelen, fietsen, de grotten van Kanne, fort Eben Emael niet te vergeten en als je geld genoeg hebt en heel luxe wil eten, de brug over en een paar kilometer verder langs de weg ligt het prachtige chateau Neercanne, pareltje van haute cuisine… En als dat allemaal niet genoeg is…tja, Maastricht is te mooi en te uitgebreid om nog erbij te proppen in zo’n weekend, maar het is een zalige stad die altijd de moeite is…






Een weekendje spelen in rotsen en kastelen…
We schrijven maart 2022…
In een tijd waarin Rusland dwarsligt en moeilijk doet, een tijd waarinde brandstofprijzen ridicuul stijgen als gevolg van dat oorlogsgeweld, een tijd waarin vanalles tegelijk speelt. Maar dit weekend, half maart, kent ook zijn voordelen. In lange tijd is er weer zonneschijn en zijn er aangename temperaturen. de regering heeft gezorgd dat de brandstof net iets betaalbaarder is, dus reden genoeg om achter het stuur te kruipen en je mind wat je verzetten…
Op naar de Ardennen. Geen onbekend terrein, maar gewoon wat zwerven en speciale plekken zoeken. Het is geen verrassing dat ik van rotsen hou en ook van kastelen, dus op zoek naar mooie plaatjes…
Kastelen… indrukwekkende bouwwerken uit lang vervlogen tijden, die eens ridders en illuster volk huisvestten. Zowel kastelen als ruïnes ervan, om niet te zeggen, vooral de ruïnes, geven veel stof tot dromen, ronddwalen, ontdekken, fantaseren en bedenken, he het leven er geweest moet zijn, hoe het eruit heeft gezien, wat er speelde… zalig…
Ons land kent zo’n 3000 kastelen. Op zich lijkt dat veel, op wereldschaal is dat niet veel, als je bijvoorbeeld weet, dat Frankrijk er al zo’n 10000 heeft en meng ander land ook boven België uittorent. Maar…het voordeel van een klein land is ook dat het iets anders oplevert…België kent op deze manier wel het grootste aantal kastelen per vierkante meter, ter wereld….hoe een klein land dan toch volop kan meedraaien op wereldschaal. Veel kastelen dus en niet emer dan logisch om van tijd tot tijd op kastelenjacht te gaan, er ligt veel moois voor het oprapen…
Er zijn twee ruïnes waar ik onlangs van gehoord heb, die op plekken liggen waar ik geregeld kom, maar die ik nog niet ken. Het is net gek ver uit de richting, in de streek rond Namen, Dinant, dus goed te doen. Een uurtje eerder weg op het werk, zorgt dat ik lekker op tijd in Givet kan staan, als mooi begin van een weekendje rotsen en kastelen. Onwards!

Het ander voordeel van een klein land is, dat je zelfs voor een klein weekend weg, in no time in een ander land kan zitten en een totaal vakantiegevoel kan hebben, al is het maar voor even…
Wakker worden in de vroege ochtend, de ganzen zwieren gezamelijk over het water en die tas koffie is gewoon al dubbel zo lekker vanwege het idee…


Onderweg nu… Ik had Givet natuurlijk gekozen voor het extra idee van weekend, het ligt aan de maas en niet ver zuidelijker dan waar ik wilde beginnen, dus dat is altijd meegenomen. Zwervend langs de maas, kom ik bij Waulsort waar ik me parkeer aan de oostelijke kant van de maas, aan de rue de la meuse. Daar vid je, na een korte wandeling langs het water, iets voorbij de stuw, les cascatelles. Een kleinere waterval, die in trappen uit het bos komt. Niet heel spectaculair, maar een bezoek meer dan de moeite waard. Je kan niet aan de basis komen, maar een wandeling brengt je ongeveer halverwege en dat is absoluut de moeite, zeker met de zon, die hier een feëerieke omgeving creëert. Een paar minuten (of langer) gaan zitten en al dat moois in je opnemen. Fantaseren, genieten…









Als je dan de maas een paar kilometer verder stroomafwaarts volgt, liggen daar de ruïnes van kasteel Thierry. Ik had terug kunnen lopen naar de auto en erheen kunnen rijden, of althans in de buurt ervan, maar het weer is te mooi en het zijn maar een paar kilometer, dus ik volge de maas en loop er zo heen. Niet helemaal zomaar, want de ruïnes zijn officieel opgenomen in een besloten natuurreservaat, waar je niet in mag, dus het is net allemaal zomaar bereikbaar, maar met de juiste weg, met goede manieren en doen alsof je neus bloedt, kom je best een heel eind… Het is een oud kasteel, dat haast volledig verwoest is en volledig overgenomen door moeder natuur. Toch is er nog genoeg te dwalen…







Dan terug naar de auto. Nog even niet vertrekken, maar eerst een goei boterham en een tas soep langs de maas op een mooie plek. Bomen al volop in bloesem, vogels en vlinders vinden elkaar in de bloesem en delen als vanzelfsprekend het allermooiste. Afentoe wat verkeer aan de overkant, verder stilte en genieten…


Dan een stukje verder noordwaarts. Niet ver, les rochers de Freyr. Heel bekende rotsen, zeker gekend onder rotsklimmers. Net zoals de rotsmassieven langs de Lesse een heerlijk uitzicht bieden voor klimmers, is dat ook hier het geval langs de maas. En natuurlijk maakt Chateau de Freyr , aan de overkant van de maas, het plaatje niet lelijker. Vanaf het overzichtspunt is het een zalig zicht, puur genieten van moeder natuur op haar best, zeker als de zon op de rotsen staat en ze laat schitteren…



Dan nog een stukje verder noordwaarts, in de buurt van Anhée, meer richting Namen, liggen de ruïnes van kasteel/fort Poilvache. Het tweede dat ik niet kende. Ook hier enorm verval, maar te bezoeken tussen pasen en oktober, tegen betaling. Men probeert de plek op te knappen en er is wat meer ruïne te zien. Nu ik er ben is het gesloten, maar ik kan er redelijk omheen lopen en toch wel wat zien. Zeker een plek om beter te komen bekijken, want ik weet zeker dat er meer mooie foto’s binnenin te vinden zijn…






Het loopt tegen vijf uur als ik terug kom bij de auto, een mooie tijd om nog even een halfuurtje te doen richting Floreffe, Daar is een mooie camperplaats aan de Sambre. Sereen plekje, aan de basis van een rots met een heel grote abdij erbovenop. It’s a treat… Goed voor een aangename avondwandeling na het eten. Ik geniet altijd van het geluid van de kerkklokken, zeker als het zo van boven je klinkt. En als de ondergaande zon de einder rood kleurt, is dat nog eens een bevestiging van een heel aangenaam weekend….

Het verdronken land van Saeftinghe
Het is mei, een kort weekend met prachtig weer. De zomer doet zijn intrede met een mooie 24 graden, volop zon. Het zicht is wel heiig, maar dat mag de pret niet drukken…
Even een nachtje aan de Westerschelde. Deze keer in Paal, aan de jachthaven, in het verdronken land van Saeftinghe…
Het verdronken land van Saeftinghe, toen ik klein was, vond ik die naam maar luguber klinken. Ik wist er niets van , maar ik had medelijden met de mensen die er gewoond moeten hebben. Nu weet ik beter. Het was inderdaad bewoond, maar in de middeleeuwen, toen was het de heerlijkeid Saeftinghe, compleet met kasteel en al. Wie dit bezat, had de toegang tot de haven van Antwerpen in handen. In de zestiende eeuw, tijdens de tachtigjarige oorlog, werden de dijken doorgestoken. Einde.
De natuur claimde het land terug en maakte er een ruig natuurgebied van. Tegenwoordig is het een natuuurgebied van 3600 hectare, het grootste brakwaterschor van Europa. Planten volop, maar vrijwel alleen planten die tegen brakwater en hoog- en laagtij kunnen. Aan dieren ontbreekt het niet, vooral volop diverse vogels…
Slechts een klein deel is zo toegankelijk, via het infocentrum in Emmadorp zijn excursies te boeken, die meer van dit gebied blootgeven.






“s morgens, overdag, s avonds, laagtijd, hoogtij, goed weer, slecht weer, altijd is deze streek anders. Nu schijnt de zon als ik aankom en het water trekt zich langzaam terug. Zalig om te zien hoe al die vogels als bezeten aan het werk gaan om voedsel te vinden…
Wandelend en fietsend zie je het meeste van deze streek. Details in elk plaatje. Je zit her ook op de grens van water- en landgebied, dat wordt duidelijk door alles. Meeuwen voor je, duiven achter je, schapen op de dijk en schepen die statig langs de einder schuiven. De haven van Antwerpen constant in zicht, maar duidelijk op de achtergrond van dit droog/natte natuurgebied, dat op de voorgrond de volle aandacht trekt.
En in de morgen, als je met een tas koffie op een bankje bovenop de dijk lekker wakker wordt, kriebelt het zonnetje in je gezicht, je ziet hoe de bloemen langzaam open gaan en als je je ogen sluit, vult je hoofd zich met de roep van zoveel verschillende vogels. Niets zo heerlijk als de roep van een meeuw die een kerkklokje in de verte probeert te overstemmen, terwijl de zwaluwtjes zich eindeloos onderling druk maken, een koekkoek onvindbaar roept, ergens vanuit de haven en een aantal duiven in een boom zich ook willen laten gelden. Hier zie je veel menselijk leven, maar regeert de natuur. En dat is alleen maar puur genieten…
weekend ten zuidoosten van Namen
Een mooiweer-weekend met een vrijdag vrij....das een lang weekend...Diesel is duur, dus niet te ver weg, maar toch iets moois...De streek net ten zuidoosten van Namen is een mooi stukje Ardennen, gevuld met oude gebouwen, kastelen, rotsen en bossen. Genoeg om een mooi weekend te vullen...Onwards!
Vrijdagochtend, op het gemak opstaan en de boel aan kant. Instappen en wegwezen. Het is 11 november, wapenstilstand, nationale feestdag, dus het is betrekkelijk kalm op de weg. Dat maakt de trip des te beter. Bestemming Spontin, das zo’n 120 kilometer, easy peasy.
Ik kom aan rond de middag en parkeer bij het oude station. Chemin de fer du Bocq. Een oud station, in onbruik geraakt. Er staan wat oude treinstellen, de boel wordt wat opgepoetst en bijgehouden, een beetje zoals Station van As, voor degenen die dat kennen. Leuk om even rond te neuzen en wat historie op te snuiven…



Het weer spettert en straalt, het is noet heel warm, maar in het zonnetje is het goed toeven. Ik pak mijn rugzak en fototoestel en ga op pad. Een wandeling van een kleine tien kilometer in ’t verschiet. De weg voert door het dorp. Spontin is een klein oud dorpje, met verschillende mooie gebouwen en punten. Op de kaart langs de weg staat een leuke kleine wandeling die je doorheen het dorp voert, zodat je niets mist…




Als ik door het dorp ben, stijgt de weg en gaat het richting bos. In het begin nog (versleten) geasfalteerd, wordt de weg stilaan bossiger. En naarmate het bos dichter wordt, neemt de vochtgheidsgraad toe. Het is een prachtige zonnige dag, maar hier in het bos is het zo vochtig, dat het water over de weg loopt en ik in een kwartier goed nat ben. Alles is bedekt met mos. Een prachtig zicht, veel groen, veel leven en het wekt de fantasie op. Maar vocht trekt wel zijn tol op de ademhaling, zeker bergop…



Een paar kilometer verder, kom ik het bos uit en voert de weg langs het station van Dorinne-Durnal. Alweer zo’n oud, verlaten station. Op de sporen staan diverse locomotieven en treinstellen hun oude dag te slijten. “in parc” gezet. Waarschijnlijk komen ze hier nooit meer weg… Over een oud bruggetje gaat het, om bij het rotsmassief van Durnal te komen. Even zoeken naar het juiste paadje, want hier is het even een wirwar van weggetjes. Het rotsmassief van Durnal is een heel bekende plek onder klimmers. Een beste plek voor voornamelijk 4e en 5e graadsbeklimmingen. Niet ontzettend groot. Het terrein is een voormalige mijnsite, die door de staat en de klimfederatie volledig in orde is gemaakt om te klimmen. Een mooi initiatief, vind ik…






Even tijd voor pauze, iets binnen werken en drinken. Genieten van de surroundings, mooie foto’s maken. Een praatje met de klimmers maken en dan weer op weg, ng een stuk verder. ik wilde nog naar een historische spoorbrug, in de buurt, maar de weg is van hieruit afgesloten. Dus na een kilometer weer omdraaien en terug naar Spontin. Die brug gaat dan voor morgen zijn…

De nacht breng ik door in Profondeville, op een mooi, rustig parkeerplaatsje aan de Maas. het is donker als ik eraan kom, maar de volgende dag begint opperbest, als de mist optrekt en ik een wandeling langs de oever van de Maas kan maken. Aan de overkant les Rochers de Frênes. Prachtige rotsen, die stralen in het zonlicht. Miljoenen jaren geleden waren ze nog zo’n 800 meter hoog, nu is daar zo’n 100 meter van overgebleven. Nog genoeg om een indrukwekkend zicht op te leveren. Met vijf grotten om te bezoeken en een exquis restaurant, het Belvedère, stralend erbovenop een attractie die de moeite is. Maar ik kijk er vandaag gewoon naar en geniet van de wandeling langs de maas in het vroege ochtendzonnetje, dat mijn hart warmt…




Vandaag weer een royale wandeling op het program. Eerst en vooral op weg naar de bosparking in Durnal, rue du Bordon. Van daaruit vertrekt een wandeling van een 6 tal kilometer die via Crupet leidt. Crupet is een middeleeuws dorpje waar nog veel ouds te zien is. Een van de mooiste dorpjes van Wallonié, zoals gezegd wordt. De wandeling leidt door een mooi, herfstig bos met allerlei soorten bomen, heel gevarieerd, met een hoog feelgood-karakter…

Zodra je uit het bos komt, zie je de naamplaat van Crupet staan en loop je naar beneden, het dorp in. Naar beneden wil zeggen, dat we straks weer onhoog moeten, das niet altijd goed nieuws, hahaha. Aan het einde van de weg, op de splitsing, het kapelletje van Saint Roch. Mooi gebouwd en zeer vereerd, met onder andere de afbeeldingen van saint Roch en Hubertus… Daarna voert de weg omhoog, naar de Martinuskerk. Een mooi, oud kerkje met een oude begraafplaats. Dat is mooi, maar het meest aparte is de grot, die achter het kerkje is gebouwd. Grillig gevormd, gebouwd met cement en rotsstenen. Een initiatief van de toenmalige pastoor, in 1900. Gewijd aan de heilige Antonius van Padua. De grot trekt bussen vol pelgrims en bezoekers, elk jaar. Een grot in verschillende niveaus, maar het toppunt is toch wel de achterzijde, waar een beeldengroep laat zien hoe Antonius zelfs de duivel wist af te schrikken. Een speciaal zicht… En dan verder, langs het kasteel met een donjon, een toren in het water. Prachtig kasteel in een mooie setting, zeker met dit zonnig weer. Puur genieten…
Na een grondig bezoek zoek ik de weg weer op. Die leidt me achter de kerk om omhoog, door het veld, via een bossig paadje, om bovenaan de velden een prachtig zicht te hebben op het dorpje en de omgeving.


Van daaruit leidt de weg weer door het bos en op het laatst door velden en langs boerderijen, om weer bij de auto te komen. Niet om in te stappen, maar om opnieuw het bos in te trekken, omdat ik via deze weg alsnog bij die historische spoorbrug kan komen op het domaine du Bocq…




Tijd om weer een plekje voor de nacht te zoeken. De weg voert langs zoveel mooie zichten, kronkelend en golvend door het mooie Ardennengebied. Ik besluit weer naar Profondeville te gaan. Niet te lang zoeken, gewoon weer hetzelfde plekje als de nacht ervoor, want das een fijn plekje, dus the place to be…
Zondagochtend begint weer mistig, maar deze keer trekt de mist niet zo snel weg. Ik heb nog een aantal dingen te doen, dus mijn weg huiswaarts staat al vlot op het program. Ik kan het echter niet laten, nog even een omweg te maken langs Faulx-les-Tombes, een van de vele kastelen in de streek, alvorens via Namen weer naar huis te kachelen. Het was weer een mooi weekend, mooi weer, mooie wandelingen en veel gezien, dus weer mooie herinneringen in de verzameling…



Twee dagen en een beetje aan de Moezel…
Van sprookjesland, vakwerk en een dromerigmooie rivier…
Voor wie van sprookjes en fantasie houdt en van mooi, nostalgisch oud in deze moderne wereld, is er één go-to river… de Moezel.
Dromerig, zeker onder een aangenaam warm lentezonnetje, kronkelt deze rivier door een prachtig heuvellandschap. Honderden wijngaarden sieren de groene, steile heuvelflanken. Hier hangt een speciale sfeer, die je totaal wegvoert van het normale leven…
De Moezel ontspringt in de Vogezen en loopt grofweg vanuit Frankrijk, door Luxemburg, naar Duitsland, om zich daar via Trier weelderig kronkelend een weg door het groene landschap te zoeken naar Koblenz, waar ze zich na 544 kilometer bij zuster Rijn voegt. Een streek, boordevol panoramische plekken, de een adembenemender dan de andere.
Hemelvaartweekend, mei 2023…Ik heb een lang weekend, dat uiteindelijk toch nog iets ingekort wordt. Minder tijd dan gedacht, dus ik pik er maar een klein stukje uit, midden tussen Trier en Koblenz, ruwweg van Bernkastel-Kues tot Cochem. Een fantasierijk, pittoresk stukje met een scenery om U tegen te zeggen, hoge groene heuvels vol druivenranken, kastelen en dorpjes met vakwerkhuizen. Hier krijg je het gevoel dat de tijd een beetje stil staat, geen besef van de rest van de wereld . En voor degenen met wat fantasie is het duidelijk dat hier heel wat sprookjes hun kribje hebben staan…
Het is negen uur als ik achter het stuur kruip. Koffie voor onderweg en een zalig zonnetje, op weg naar avontuur…what more can you wish for… De thermometer zegt nog 10 graden, maar het voelt al beter en de vooruitzichten zijn alleen maar goed…
Via Luik bovenover Luxemburg, Duitsland in, vanuit de Hoge Venen de Eiffel in en verder Het landschap verandert al snel. Op wat kleine opstoppinkjes na, verloopt de trip lekker. Om 12 uur rij ik tussen de wijngaarden en 5 minuten later rij ik Lieser binnen, waar ik me langs de Moezel vervoeg. 15 graden en zon nu, hartstikke lekker. En zoals mevrouw Gps me vertelt, 10 minuten later rol ik Bernkastel-Kues binnen…

Bernkastel-Kues, zoals meerdere plaatsen hier aan de Moezl, twee plaatsen samen, een aan elke kant van de Moezel. Ik loop eerst door Kues, een wat grotere plaats, al behoorlijk gemoderniseerd. Geen pittoresk gevoel hier. Maar aan de overkant van de rivier, onnder het wakend oog van de grote kasteelruïne bevenop de heuveltop, ligt Bernkastel. Ik loop de brug over en de straatjes in…met een vingerknip ga je terug iin de tijd. Kleine straatjes, vakwerk-overload…als je hier de feel niet vindt…





Het zonnetje schijnt, veel vrolijke mensen, allemaal aan het genieten. Klein beetje tegenhanger, de sombere afhangsnoeten van veel oude mensen, die hier toch een groot deel van het toerisme vertegenwoordigen. Ze komen hier genieten, maar dat is niet direct zichtbaar, omdat hun natuurlijke lach doorheen de decennia van hun gezicht is gesleten. Zoveel moois overal, dat vraagt toch om een lach, denk ik dan. Niks aan te doen, natuurlijk, maar op zulke plaatsen valt dat extra op…
De Moezel stroomt gestaag tussen de met wijnranken bedekte heuvels door. de zon geeft er extra cachet aan. 50 tinten groen en legio mooie plekjes en uitzichten. Ik maak op mijn gemak een wandeling langs de rivier. Een rijke streek hier, dat zie je direct. Eeuwenoude villa’s, alles netjes in orde, cuiseschepen, rijke toeristen, je wordt als het ware overgoten en overladen met alle soorten wijn, waar je maar gaat…de streek van de Moezel ademt zalig leven…



In de namiddag ga ik weer op weg. Ik vervolg mijn weg langs de Moezel, prachtige weg met dito uitzichten. Een uur later kom ik bij Traben-Trahrbach. Een van de grotere dubbelplaatsen, bier aan de Moezel. Tjokvol grotere, oude, gerestaureerde gebouwen. Ik kijk op mijn gemak rond. Twee mooie plaatsen, maar als je meer pittoresk zoekt, moet je hier niet zijn. Echter, toch de moeite om even mee te nemen en gezien te hebben. Een gezellige drukte, zeker nu met Hemelvaart, met marktjes en optredens out in the open…
later in de middag ga ik weer op weg, om tegen zes uur ’s avonds bij Ediger-Eller te komen. twee kleine dorpen, op een steenworp van elkaar. ik vind een mooie plek voor de nacht in Eller, aan de oever van de Moezel. Perfect voor wat ik morgen wil doen. Eerst een aangename avond, met na het eten nog een wandeling door de dorpjes en langs de rivier. Hoe mooi kan het zijn…





De volgende dag begint weer zonnig. En waar ze gisteren stopte bij zo’n 17 graden, gaat ze er vandaag een royaal schepje bovenop doen, dat voel je in de ochtendlucht al… Eller ligt net na een sterke bocht in de Moezel. In in die bocht ligt Bremm, aan de voet van de Calmont. Dat is de naam van de wijnberg aldaar. En op die steile heuvel ligt een via Ferrata, die beslist de moeite is. De Calmont Klettersteig. Het is een smal weggetje, dat zich van achter de kerk in Bremm, net boven het kerkhof een vlotte weg omhoog zoekt naar ongeveer halverwege de heuvel, op zo’n 100 meter hoogte, tussen de wijnranken. En op die hoogte loop je dan tussen en boven de wijngaarden een zestal kilometer naar Eller.



De Calmont, vanuit de oudheid beked als “die goldene berge”, is een bergwand die de hele dag in de volle zon ligt. Tja, waar anders zou je je druivenranken willen hebben? Ontzettend steile hellingen. Ontzettend veel respect voor de druiventelers, die hier backbreaking work verzetten. Dit is ronduit zwaar en zwaarder. Ik ben bepaald niet alleen op die Klettersteig. het trekt veel volk. Het smalle paadje voert ons tussen de wijnranken, die enigszins een veilig gevoel geven, maar hele stukken lopen ook niet daartussen en dan heb je een steile wand links van je en een steile bergaf rechts van je . En op een smal paadje voelt dat nou niet bepaald rustgevend. Drie uur later, 8 kilometer in totaal verder en 10 jaar ouder, kom ik weer bij mijn camper. A once in a lifetime experience, blij dat ik het heb gedaan. Een ervaring rijker…




Rond de middag ga ik weer op pad. Even van de Moezel af, naar de Geierlay Hangzeilbrücke in Mörsdorf. Het is niet zo ver van de rivier, over de heuvels… De weg naar boven biedt zoveel mooie uitzichten, zonde dat er amper plaatsen zijn om te stoppen voor foto’s. De Moezelvallei ziet ook van boven prachtig uit.

Een drie kwartier later ben ik dan in Mörsdorf. de Geierlay hangzeilbrücke is de op een na grootste van Duitsland. Ze was de grootste, tot ze onlangs die titel heeft moeten doorgeven aan een brug in het Harzgebied. Ze is met haar 360 meter lengte ook een van de langste van Europa. Ze hangt op een hoogte van 100 meter over het Mörsdorfer-Bachtal tussen Sosberg en Mörsdorf. Dagelijks bezocht door ontelbaar veel toeristen. Gouden tip van mij…kom daar dus niet in de middag, zoals ik, want dan is het aanschuiven om met veel mensen over die brug te gaan. Niet zomaar iets, er zit een kleine 25 meter hoogteverschil tussen de uiteinden en het midden. Zeker iets om te doen, want het uitzicht is breathtaking.





Rond een uur of drie rij ik weer weg, op weg naar Cochem. Een bijzonder toeristische plaats, kaliber Valkenburg, La roche en Ardenne, Vielsalm…MAar zeker en vast meer dan de moeite. Een redelijke grote plaats aan de Moezel, met de Reichsburg, prachtig kasteel trots bovenaan op de heuvel. Een bezoek meer dan waard, met een rondleiding die veel weergeeft van hoe het vroeger was. Niet zomaar iets, want boven komen bij dat kasteel, is geen grapje. Je kan met de bus gaan en alleen het laatste stukje omhoog wandelen, je kan ook te voet omhoog, maar dan moet je je voorbereiden op een hele stevige tippel, vrij steil omhoog Wel mooi, zoals alles hier…mooi, mooier, mooist.







En Cochem…tja…ook mooi, mooier, mooist. Veel leuke straatjes, veel vakwerkhuisjes, veel pittoresk, en veel winkeltjes en terrassen. Vergeet ook zeker de stoeltjeslift niet, met een prachtig uitzicht over het stadje. Voor elk wat wils, zeker ook ’s avonds, vooral langs de Moezel, alles gezellig verlicht, het ene terras naast het andere. Ik heb een slaapplaats n de overkant van de rivier, met vol zicht op het kasteel, heel rustig plekje, met zicht op het gepeupel, maar niet het lawaai. Puur genieten. Terugkijkend op een heerlijke dag, met mijn stappenteller een eind boven de 35000 en mijn fototoestel noodgedwongen aan de lader…

Dag drie was oorspronkelijk ook een volle dag, maar die kort ik in wegens een belangrijk verjaardagsfeestje. Dsu voor vandaag change of plans. Ik ga huiswaarts, maar eerst nog even langs Burg Eltz. Die ligt niet heel ver van Cochem , dus dat kan ik me zeker nog veroorloven te bezichtigen. Het half uur naar de burcht vanuit Cochem kost toch een uur, want ja, die uitzichten he, geregeld stoppen en foto’s maken, is ook belangrijk…




Een mooie wandeling door de bossen die bij de burcht horen. Toch een kleine twee kilometer bijna door de bossen. heerlijk stil daar, met niets dan het geluid van ruisend water van het beekje onderaan de helling en honderden vogels die elk hun verhaal willen doen. Niet ver van het kasteel een plek met een incredible view van het kasteel. het geheel is nog altijd in bezit van een graaf en gravin en je kan het bezoeken met een geleid bezoek. Ik neem daar de tijd niet voor, het is al behoorlijk druk, zo rond de middag en ik heb nog een weg te gaan. De foto’s en indrukken die ik al heb, samen met de indrukwekkende views die je nog eens krijgt als je over de officiële toegangsweg terugloopt naar de auto, geven mij genoeg voldoening.








Het was kort, maar het is alweer mooi geweest. Qua feeling is, zeker dat stuk Moezel, een speciaal plekje in mijn hart waard. Tweede keer dat ik daar was, maar het verveelt nimmer ofte nooit…
Zwerven door Londen in een hippere setting…
Wie Londen hoort, denkt onmiddelijk Big Ben, Westminster, Buckingham palace, Tower bridge en zoveel meer bekende plekken. Altijd goed, no doubt, maar Londen verandert constant en er komen zoveel mooie plekken bij, vooral meer in een hippe scene, meer plekken voor vrije tijd en om te genieten. Eerder heb ik al een en ander gezien, maar nu, een tijd na de corona, was het tijd om te kijken hoever ze zijn en …it’s absolutely stunning…

Tja, dit is natuurlijk ook stunning, blijft heerlijk, om de birdcage walk te doen, in dat heerlijke park met al die vogels, eekhoorns en vanalles meer…
Beginnen bij het begin, Londen, je maakt dat zo duur of goedkoop als je wil, ik zocht natuurlijk de goedkoopste weg, kost iets meer tijd, maar relatief gezien valt dat best mee. Er zijn niet veel ferries meer, die voetpassagiers meenemen, maar P&O neemt er nog mee, zo’n drie keer per dag. Als je een beetje zoekt, kom je uit op een 24 euro retour, Calais-Dover. Dan de trein nog, Dover-Londen, ook zo’n 24 euro retour. Ik vond dat niet slecht…
Off we go, vrijdagochtend op de boot, net na de middag in Londen. Zaterdagmiddag trein terug, tegen de avond terug in Calais. Dat geeft toch leuk wat tijd in Londen om nieuwe plekken te ervaren.
Als je eerder zocht naar hippere plekken, was Canary Wharf er een die belangrijk was. Net voorbij de Tower Bridge, op weg naar Greenwich, net buiten het bekende stadscentrum. Een echte keuze, dus. Een van de eerste wharfs, die ze hebben aangepakt, vernieuwd, een uitgaansplek. Ik kan mis zijn, maar volgens mij is na deze een hele golf van vernieuwingen gestart. De laatste keer dat ik in Londen was, een paar jaar geleden, waren ze al aardig bezig op de southshore van de Thames, tegenover het gekende centrum dus. The London eye, vlakbij de Westminsterbridge, was er al een hele tijd, alsook Sealife en the London dungeon, maar verder waren er maar een paar losse plekken langs die kant. Nu zijn veel oude yards en wharfs opgeknapt, herbouwd volgens nieuwe inzichten, met nog altijd het oude industriële karakter, maar helemaal gericht op hip, modern wonen en leven, vol met winkels, restaurants, volop uitgaansgelegenheden, gericht op ieder, die van de jongere, hippere sfeer houdt.
En omdat veel van die plekken dicht bij elkaar liggen, kun je nu ook aan de southshore een lange wandeling maken, van de Westminsterbridge tot de Tower bridge, waarbij je je geen moment verveelt. Zoveel te zien, zoveel te doen, genieten van architectuur, genieten op een bank met zicht op water, op een terrasje, marktjes kijken, muziek luisteren, straattoneel, kunstenaars, design, je kan het zo gek niet bedenken, het is er. En door al die vernieuwing, worden de paar attracties bij de Westminsterbridge, simpel gekoppeld aan het modern Tate museum en de Shakespeare Globe theatre, die eerder op “losse” plekken aan “de andere kant van de Thames” lagen. Als je nu aan die kant loopt, vergeet je haast, dat dat andere Londen bestaat. Het is geen korte wandeling, het snelste zal een kleine twee uur zijn, maar er is zoveel te zien en te doen, dat je er ook een halve dag van kan maken. Zalig om rond te hangen.
En dat is dan ook het eerste dat ik doe, als ik aankom op Victoria station. Ik wandel via Buckingham Palace, door de birdcage walk naar Westminster, de brug over en doe de hele wandeling langs de southshore. Puur genieten. Wat je hier ook goed ziet op veel plekken, is oude restanten van de stad langs het water. Ik had geluk dat het eb was en het water lager stond, dan zie je tunneluitgangen van oude riolen, oude houten constructies, vanalles. De meeuwen fourageren langs de waterkant, alles bruist van het leven, al wat je moet doen is kijken, kijken, kijken…







Net voor de London Bridge kom ik uit op een van mijn meest favoriete plekken, Borough market. Een heel grote, oude foodmarket, met alle lekkers dat je maar kan bedenken. Een echte markt om alle soorten eten, vruchten, vis, brood, kaas, whatever, alles te kopen, maar ook te proeven. Het heeft de hele sfeer van een ontzettend gezellige markt, het kan 2023 zijn, maar ook ergens in vroeger zijn. Een zalige plek om rond te hangen en te genieten, niet alleen van voedsel, maar ook van de sfeer. Naast de markt vind je Monmouth, de oudste koffiebranderij van London, waar koffie nog met filter gezet wordt. Ik weet weinig mooier dan met een zalige ouderwetse koffie over de markt lopen…











Ik besluit de Tower bridge te laten voor wat het is. Mind you, er is nog veel moois op dat stuk, met het moderne gemeentehuis en een prachtig zicht op de Tower Bridge. Ook net na de Tower Bridge, in Butlers Wharf, is het genieten, maar ik ken dat al en omdat ik nieuwe plekken wil zien, moet ik keuzes maken. Ik steek de London Bridge over en loop bij The Monument de straatjes in, zo kom je bij Leadenhall market. Weinig beweging daar, maar het is de plek waar Harry Potter zijn inkopen deed, erg leuke plek om te zien, oud en sjiek.




Tijd om mij een stukje te verplaatsen…op naar KingsCross, St.Pancras. Vroeger ook al een belangrijke plek voor zijn station. Je vindt daar het internationale station, nationale treinen en metro , maar ook the renaissance hotel, machtig mooie setting. Echter, daar blijft het niet bij, de laatste jaren is deze buurt uitgegroeid tot een van de belangrijkere, drukkere plekken. A place to be.
Als je tussen de twee stations doorloopt, kom je terecht in een andere wereld. Een stuk met moderne gebouwen, zowel kantoren als woningen. En daarachter kom je bij het Regents canal en Coal Drops Yard…
Een beetje uitleg… Net als elders in de stad, is dit een van de yards die totaal herbouwd is. Het zit tjokvol winkels en restaurants en is zowel ’s avonds als overdag een place to be. Vroeger was het een belangrijke overslagplaats van kolen. Die kolen kwam met de trein van South Yorkshire, werd hier opgeslagen en overgeladen op narrow boats en paard-en-wagen om verder gedistribueerd te worden. Een beetje zoals Tour en Taxis in Brussel, maar dan alleen voor kolen. Met een slordige 8 miljoen ton per jaar een heel belangrijke plek dus. Toen elektriciteit het begon te winnen van kolen, werd de plek verlaten. We spreken dan zo’n beetje eind negentiende eeuw. Later is een gedeelte afgebrand. In 1986 startte de rave scene in Engeland. Geheime , illegale clubs en parties vonden hun weg doorheen de coal drops yard . Hier zijn indertijd enkele belangrijke Engelse DJ’s groot geworden. Die hele buurt werd een place to be voor ravers en drugsgebruikers, maar voor de rest was het raadzaam er zeker weg te blijven.
Tegen 2008 raakte de plek totaal in verval en werd de hele scene gesloten . In 2014 werd architect Thomas Heatherwick in de arm genomen om alles te verbouwen en er de huidige prachtplek van te maken. Met eerbied voor vroeger herbouwd, met prachtige details, zoals de kissing roofs en de sfeer van de oude gebouwen. het is geopend in 2018. Dus niet gloednieuw, maar de corona zat er ook tussen, dus het begint nu het laatste jaar pas echt op te bloeien. Ook het aangrenzende gebied met de grote gastanks werd aangepakt en werd het gasholderpark. Prachtig langs the Regent Canal, waar je nu weer veilig kan komen.
Ik gebruik de avond om er op mijn gemak te kijken en sfeer te snuiven, honderden mensen, die daar op terrassen zitten, eten, drinken, plezier maken, kinderen spelen op het plein met fonteinen en langs het Regents Canal is het minstens even gezellig met live muziek en mooie verlichting. Beautiful life. Benieuwd hoe het hier ’s ochtends is…







En dus trek ik de volgende ochtend nog eens dezelfde buurt in. het is nog vroeg en er is nog bijna niemand, je ziet de stad wakker worden en dat is mijn favoriete tijd. Ik loop naar het kanaal, narrow boats liggen daar rustig te dobberen, eenden en ganzen spelen hun spelletjes en de wereld is nog stil. De narrow boats zijn allemaal bewoond. Ze hebben een cruiser license en bevaren alle kanalen door Engeland. Ze mogen overal liggen, maar zijn verplicht na twee weken minstens een mijl verder te gaan. degenen die graag trekken, zijn allemaal onderweg, anderen schuiven dus stukje bij beetje op. Goedkoop leven, altijd op een andere plek, zodat iedereen gelijke kansen heeft om ergens te kunnen liggen. Als je een beetje avontuurlijk bent ingesteld en vanuit huis kan werken…ideaal.








De wandeling langs het kanaal is zalig en zet me terug in een andere tijd, je krijgt dezelfde vibe te pakken, alleen al van het te zien. langs het kanaal kun je direct naar Camden town lopen. Ook zo’n stukje stad met zijn eigen verhaal. eerst een plek waar je niet wilde komen, vervallen en gevaarlijk, nu een plek waar elke dag de Camden market is, waar alles leeft om markt in straten en voornamelijk ook eten en drinken. Nog zo’n plek die hip wordt/is. Puur genieten.








Vanuit Camden Town pak ik de metro naar Notting Hill, want het is zaterdag en zeker op zaterdag is de Portobello Road market the place to be. Ik loop de hele weg af en verder, tot ik bij het Grand Union Canal kom. Dat volg ik naar het oosten. Niet zo mooi als het Regents Canal , maar ook hier narrow boats. Er komt er net een voorbij getuft, het zien voelt al goed. Ik loop door langs het kanaal via Little Venice, ook zo’n gezellige place to be aan het water.







Dan loop ik richting Paddington station om te zorgen dat ik weer op tijd op Victoria Station ben en mijn trip huiswaarts niet mis. Jammer genoeg, want , zeker met het super weer, is dit een Londen, dat anders is en meer dan voor herhaling vatbaar…
Een beetje zwerven langs de Noord-Franse kust…
Het is mei, we hebben een lang weekend en het lijkt wel voor het eerst dit jaar, dat er echt goed weer gaat zijn, eindelijk wat meer richting zomer, na maanden van vervelende koude en regen, dus... make it worthwhile...eropuit en dubbel genieten...
Donderdag,
Het is half negen, fris achter het stuur, op weg naar Noord-Franse kusten…Oude bekenden, maar het blijft trekken. De dag begint met een frisse 12 graden, de beloofde zon zal nog niet weten dat ze besteld is. Een lichte nevel speelt tussen de bomen door en brengt de horizon wat dichterbij. Soms piepen de zonnestralen er wat doorheen, maar het blijft een gevecht om die lichte wattendeken op te lossen.
Na alle koude dagen met veel regen, is het een verademing om te weten dat we vier mooie dagen tegemoet gaan. De omgeving is weelderig groen, extra gesierd door bloemen in zovele kleuren, een genot om te beleven.
Bestemming vandaag, Le Tréport, aan le côte d’Albatre, de Albasten kust, ongeveer halverwege Le Havre en Boulogne, net onder de baai van de Somme. Le Tréport is een plek met krijtrotsen en dat zijn persoonlijke favorieten… Ze zeggen dat ze de hoogste Krijtrotsen hebben, ik betwijfel dat een beetje, want het zal niet veel schelen met Cap Blanc Nez, maar goed, hoog zijn ze en das genieten. Vooraleer ik daar aankom, eerst even via Eu, een kleine plaats, net voor Le Trèport.
Daar kom ik net na de middag aan. Eu, geen grote, enorm bekende plaats, maar wel mooi, oud, met veel groen. Mooie kerk, die best bekend schijnt te zijn, een chateau (waar niet in Frankrijk…) en een bosgebied maken the feeling helemaal.




Goed dus, om eens even een paar uur rond te hangen en te genieten. De kerk is jammer genoeg dicht, die zou speciaal mooi zijn, vanbinnen. Het chateau is nu gemeentehuis en dus niet toegankelijk, maar je kan er wel omheen lopen en door de tuin wandelen. zeer mooie tuin, zoals veel van die Versailletuinen. En, mijn geluk, een brocantemarkt op het terrein…
Een uur of drie later op weg naar Le Tréport. Met de Hemelvaart lijkt het zelfs nog drukker dan in de zomervakantie, maar ik heb geluk, er is nog een wondermooi plekje op de kliffen over voor mij, de goden zijn me gunstig gezind. Weer een avond op een mooie plek met mooi uitzicht…



Le Tréport is een oude vissersstadje, dat vooral vroeger groot was in de visserijwereld. Vandaag de dag nog altijd vis, maar daar is het vissen op toerisme bijgekomen. Veel volk, heel veel volk, maar het blijft gezellig. Strand, boulevard, jachthaven, vissershaven, een stadje met verschillende niveaus tussen zee en de top van de kliffen. Hoe kom je boven en beneden? Met de trap is een uitdaging, om die ruime 100 meters te overbruggen, maar met de funiculaire kan ook en das leuk om te doen. Een gratis lifttreintje (vier naast elkaar eigenlijk), dwars door de rots heen over een traject van 120 meter met 62 centimeter stijging per meter. Binnenin een mooi gemetselde tunnel met vele bogen. Alle respect voor wie dat werk gedaan heeft. Het moment dat je door de rots naar beneden komt en het uitzicht ziet…spectaculair…










Vrijdag,
Gisteren stopte de dag met heel mooi weer, de zon was direct na de middag van spel en verwarmde lichaam en ziel. vandaag begint weer wat fris, na een uitzonderlijk frisse nacht, maar het wordt snel warmer, rond tien uur al 20 graden…
Eerst op de agenda vandaag, een bezoekje aan le marais de Sainte Croix. Een moerasgebied, dat door de gemeente helemaal opgeknapt en aangepast is, om te wandelen en te genieten van veel flora en fauna. Twee kilometer aan wandelpad klinkt niet heel veel, maar het is fijn voor een ochtendwandeling en het geeft veel indrukken, veel te zien en te leren, zeker ook voor kids. De zon door de bomen, alle diertjes druk, een lust voor de zintuigen en de fotocamera…



Rond de middag weer op weg, eerst even naar de overkant van de baai, naar de notre dame de la falaise. Bovenop de klif boven Mers les Bains, een groot standbeeld van Maria met kindje, beeldhouwwerk van 1878, gericht op zee, om de zeelui te beschermen. Beeld, dat een beetje bedevaartsoord is geworden, beeld, waar de vissers elke keer een kruisteken voor maken, als ze de baai uitvaren. Speciaal om te zien en fijn om daar rond te wandelen. van daaruit is het maar eventjes, het stadje in, waar je nog heel veel 19e eeuwse villa’s vindt.




Dan weer achter het stuur, door naar le bois de Cise. In vroeger tijden een wild kustbos, daar tachtig meter hoog, bovenop de kliffen. Dit gaat al 65 miljoen jaar terug. Het bos werd in enkele honderden jaren geleden “getemd” door de bouw van villa’s. Voornamelijk in de belle-epoque tijd. Er staan nu ook wat modernere bij. Het bos is nu eigenlijk een plaats geworden, een plaats met 149 villa’s en nog veel bomen, het bosgevoel is niet kwijtgeraakt en je kan er heerlijk wandelen. Er staat zelfs een bord, waarop de wegen met de villa’s stuk voor stuk zijn benoemd en aangeduid. En aan de kustkant een trap omlaag naar een strandje en een heerlijk grasland om te picknicken en genieten. Perfecte plek om je even rijk te wanen…







Na een goede wandeling, verder naar de baai van de Somme. Ik rij door le Hâble D’Ault, nieuw, groot natuurgebied, ontstaan door grindwinning. Groot gebied met veel watervogels, goed voor wandelingen, maar je kan er ook goed met de auto door.

En dan voor de avond naar la maison de la baie de Somme, een heel interessant natuurmuseum over de flora en fauna daar in de baai. het ligt rustig in het platteland, met veel bomen en vijvers. Perfect voor een goede nachtrust met avondwandelingen…





Zaterdag,
Veel gezien en gedaan, maar de tijd gaat nog te snel, het is al zaterdag…Vlakbij mijn overnachtingplek ligt Le Hourdel, klein vissersplaatsje, waar een grote kolonie zeehonden te vinden is. En als ik zeg groot, bedoel ik dus meer dan honderd van die speelse lobbesen, die daar aan het water liggen. Niet zo speels op dat moment, ze houden ook van lekker liggen te hangen. verleden zomer, toen ik hier was, waren er meer kleintjes, die zich heel druk bezig hielden in het water. het is eb en ze liggen ver weg ( je moet zowiezo driehonderd meter afstand houden), maar een zoomlens doet best wel wat. Ik tel er 112 bij elkaar op dat stuk…Altijd leuk om daar aan het water te staan en ze een tijdje te bekijken. Hoe vaak zie je zeehonden buiten de zoo? Ik vind het elke keer weer leuk en speciaal om zoiets te beleven. Dankbaar dat het nog kan…




Voor wie het wil weten, hier in dit natuugebied is ook een stoomtrein, die rondom de baai rijdt, van waaruit je volop van alles kan genieten . Nog een echte oude stoomtrein. Ik ga die echter vandaag niet nemen, maar wilde het toch even delen.
Aan de noordkant van de baai heb je dan nog een groot, belangrijk natuurreservaat, le parc du Marquenterre, een groot gebied, waar tientallen, zoniet honderden soorten watervogels te vinden zijn. Afhankelijk de tijd van het jaar, natuurlijk, het is een heel belangrijke plek voor trekvogels en vooral tijdens de trek, heen of terug, worden hier zoveel meer soorten gesignaleerd. Voor deze tijd van het jaar is het vrij rustig overal, maar in de zomer een genot om te ontdekken. Met een wandeling van een goeie zes kilometer en veel stukken water een puur genot voor vogelaars, prachtig bos- en moerasgebied!
Waar ik donderdag aan de Albasten kust was en gisteren aan de Picardische kust, verwissel ik die vandaag langzaamaan voor de Opaalkust. Ik trek vandaag lekker op mijn gemak wat langs de kustwegeltjes en ga overal eens een kijkje nemen. Een stop in Etaples, een wandeling door het historische stadgedeelte in Boulogne en spelenderwijs richting Cap Gris Nez, mijn favo plek, waar ik ga slapen.





De koolzaadvelden kleuren al mooi geel en zorgen voor de mooiste kleurschakeringen, daar op de kliffen. Het weer is tres agréable, de wandelingen doen deugd en zorgen voor de mooiste dromen. En dan morgenvroeg weer naar huis, want de vroege shift zit eraan te komen. Maar toch lekker een weekend genoten, dat nemen ze me niet af…





































































