Normandië zonder oorlog…
Als je Normandië zegt, denkt het merendeel onder de bevolking aan oorlog. Terecht, want vooral de Normandische kusten hebben volop meegespeeld in de oorlog. Heel eerlijk…voor mij geen oorlog. Het is iets uit het verleden, dat veel ellende veroorzaakt heeft. Herdenken is één, maar al die aandacht is voor mij een no-go. Daarentegen heeft Normandië ook nog een heel andere kant, die mij enorm trekt, dat heeft ook voornamelijk met de kust te maken….een mooie kustlijn, meer dan de moeite waard om ontdekt te worden, met veel natuur, lange wandelingen, zalige vissersplaatsjes, mensen die recht in het leven staan, mooie uitzichten, vergezichten en plaatsen waar je nooit meer weg zou willen. Meer dan de moeite om lekker rond te zwerven.
Mind you, Normandië is niet iets dat je even op twee dagen doet. Ook ik niet, zei de zot… Dit stuk Frankrijk steekt uit in de zee en de verste punt is net zo ver weg als dat je onder langs zou doorrijden naar Mont-Saint -Michel, wat ook de verste punt is, maar dan aan de basis. Mont-Saint-Michel is een twistpunt tussen Normandië en Bretagne, een begeerlijk eilandje, dat beiden als eigendom claimen, maar het is officieel nog Normandië.
Anyway, ik maak er een lang weekend van, trek er zeker een dag of drie, vier voor uit. Als je doet zoals ik, donderdagochtend op tijd en route en zondagmiddag terug thuis zijn. Voor mijn idee altijd iets te laat, want ik heb graag nog even voor ik weer begin te werken, maar een uitzondering moet kunnen, zolang ik nog iets van middag heb…
Ik hou ervan om vroeg op te staan en de vleugels uit te slaan, dan heb je altijd meer dan tijd genoeg voor al wat je wil. Vertrek rond 7 uur, zonder haast. Vanaf ik achter het stuur zit, valt het jachtige leven weg en begint de reis. Mijn doel, Normandië (ja, duh), maar dan het verste tipje, Plaatsje dat Barfleur heet, net iets ten zuiden van Gatteville-le-phare, de vuurtoren die daar bijna in het water staat. Tot daar en dan rustig terug, dat is het plan.
Een vroeg vertrek, de stad uit, geeft de meeste kans op rustig verkeer, ’s ochtends vroeg. Geen filestress. Niet dat ik stress heb, als ik onderweg ben, maar toch, voorkomen is beter dan in de file staan… De weg vlot goed, zelfs pont de Normandie is niet gruwelijk druk. Rond de middag eroverheen. Elke keer weer een indrukwekkend moment, die 215 meter hoge brug over de Seine, zo’n machtig bouwwerk. En de brug die ervoor ligt, is al zo leuk…
Net achter de pont de Normandie ligt het plaatsje Honfleur. Ik laat het voor nu links (en rechts) liggen. Ja, ik weet het , het is een leuk plaatsje, een mooie plaats ook, met een gezelige binnenhaven en binnenstad, met genoeg te zien, maar ook met een evengrote overrompeling door toeristen als Valkenburg en La Roche en Ardenne. Nu even geen zin in en ik wil graag niet te laat in Barfleur aankomen. Ik ben de eerste om te zeggen, dat de reis minstens even belangrijk is als het einddoel, maar soms zijn keuzes toch onvermijdelijk en Honfleur komt op de terugweg dan wel.
628 kilometer en een goeie 7,5 uur later, sta ik in Barfleur. Halverwege de middag, lekker op het gemak gereden, veel gezien onderweg, een paar stops waar ik zin had, no pressure. Camping La Ferme du bord de mer…een hele mondvol voor een simpele camping net buiten het dorp, bij een vroegere boerderij. Simpel, maar heel goed verzorgd. Geen luxe, geen extra’s, geen overdaad, maar netjes en heel open, direct aan het water, met de vuurtoren van Gatteville in het zicht. Prachtige plek. Snel de nodige plichtplegingen, de boel opzetten , wandelschoenen aan en op weg. Eerst maar eens de omgeving en het dorpje verkennen. De weg leidt langs een beekje en een molen, door wat stuiken praktisch het strand op en zo naar Barfleur. Leuk dorpje met klein haventje, typisch een vissersplaatsje, ideaal om een koffie te drinken aan een klein tafeltje op een terras, met zicht op de haven. What more could one wish for? Terug naar de camping, eten en ’s avonds nog eens een mooie wandeling in de omgeving en gewoon genieten van rust.
Vrijdag…vandaag een langere wandeling voor de boeg. naar Gatteville-le-phare. Een stuk gewoon langs de weg, verder langs een soort veredelde landweg. Een paar huizen, verder niets… Behalve de enorme vuurtoren…Normandië is, net als Bretagne, trots op zijn vele vuurtorens. In elke souvenirwinkel kun je ze sparen in alle maten en uitvoeringen met naam en toenaam. Gatteville is een van de grotere joekels. Wat cijfers….gebouwd rond 1830, een slordige75 meter hoog, tweede hoogste vuurtoren van Frankrijk en Europa. Tis geen kleintje, met vooral beneden, letterlijk metersdikke wanden. De trap heeft evenveel treden als er dagen in het jaar zijn en er zijn evenveel vensters te vinden als er weken in het jaar zijn. Eenmaal boven is het zaak je heel goed vast te houden, vooral met wat wind, want op een goeie 70 meter hoogte kan het spoken. Maar het uitzicht is onbetaalbaar. 360 graden mooi…
Zaterdag…het weer gisteren was ontzettend aangenaam, dus na de vuurtoren, lekker even la dolce far niente…wat rondhangen en genieten van het lekkere weer. Dit is niet standaard voor Normandië, dus als het er is, kun je het maar beter grijpen… Vandaag een stukje op de terugweg. Je kunt natuurlijk ook nog in Cherbourg gaan kijken, dat even verderop ligt, maar dat is een keuze die ieder voor zich maakt. Een grotere havenplaats, van waaruit verschillende grote ferries vertrekken. Altijd de moeite om rond te kijken, dat staat als een paal boven water, maar ik ga deze keer voor de kleinere plaatsen en dus zak ik af naar Saint-Vaast-la-Hougue. Een iets grotere vissersplaats, met dito haven en veel bedrijvigheid. Ontzettend leuk om daar rond te wandelen, de sfeer op te snuiven, de vissers , die rechtstreeks vanaf de boot verkopen aan het werk te zien, met man en macht proberend de netten zo snel mogelijk leeg te maken en te repareren. Wat verderop een dok waar aan schepen gewerkt wordt. Langs de haven menig leuk plekje om te gaan zitten en niets anders te doen dan genieten. Er hangt een sfeer die je nooit meer kwijt wil.
Dan weer de wagen in, op weg naar verder. Bestemming Honfleur. De weg zo strak mogelijk langs de kust om zo weinig mogelijk mis te lopen van de zee en al wat ermee te maken heeft…. De avond breng ik door in het middeleeuwse stadje, op de stadscamping, geen vijf minuten wandelen van het centrum. Als je de onaflatende stroom van toeristen in je hoofd weet te negeren, is het een heel leuke plek om te verblijven, met ‘savonds een sfeerverlichting om duimen en vingers bij af te likken. Ik kan niet zo goed tegen veel volk, ik mijd dat liever, maar afentoe is het onvermijdelijk om iets te zien. Immens gezellig, dat wel, met een prachtige houten kerk, de grootste van Frankrijk, gemaakt van hout uit het nabijgelegen bos… jawdropping…
En dan is het zondag; weer op tijd op pad, nog zo’n uur of vijf te gaan. Maar eerst nog even genieten van het zicht op de pont de Normandie, voor ik eroverheen rij en weer iets moois achter me laat. Een paar dagen met mooie herinneringen, heel mooie…en altijd weer dat heimweegevoel en das niet bepaald naar huis….

Roadtrip Ierland, 9 dagen
Vrijdagmiddag. Het werk is klaar, spullen gepakt, gedouched en ready to go. Achter het stuur en onderweg…. Bestemming Ierland. Het land waar ik me thuis voel, waar ik een echt thuiskomgevoel heb. Te lang geleden dat ik er was, nu kan het even , dus rap ernaartoe. Tijd is er niet veel, jammer genoeg, maar toch een dag of acht om er iets moois van te maken. Zoals altijd , geld is er ook niet veel, maar een beetje budgetwerk en clever plannen scheelt veel en mag de pret niet drukken. Het goedkoopste is wel behoorlijk inspannend, veel weg-kilometers om er te geraken, maar als dat zo’n 500 euro scheelt, denk ik daar niet over na. Boot van Duinkerken naar Dover, dan een pittig ritje naar Holyhead in het schone Wales en daar de boot naar Dublin. De boten zijn gereserveerd en vastgelegd, dus zaak om er niet te laat aan te komen, ik vertrek op mijn gemak, tijd genoeg, no rush, das het belangrijkste van een goeie vakantie. Op naar Duinkerken dus. De avondboot van 22.00 uur…en met een veelbelovende zonsondergang ben ik onderweg…

Twee uur later zet ik voet op Engelse bodem (niet echt voet, tis meer iets van vier banden…). Direct van de boot de snelweg op en een stukje op weg om bij het eerste grote tankstation te stoppen en te slapen. Morgenvroeg om 4 uur op en weg. Het enigste dat iet of wat druk meebrengt op deze trip…’s middags om 13.50 uur vertrekt de boot naar Dublin, met of zonder mij. Dublin-Holyhead is 618 kilometer, dus een goeie 6,5 uur rijden. Goed te doen, dus, als je op tijd vertrekt.
Klokslag 4, de wekker, wat water door mijn gezicht, koffie mee en op weg. Hoe eerder ik rij, hoe vlotter het gaat. Belangrijkste is de ring van London en de Dartford crossing over de Theems. Als ik die horde kan nemen zonder veel file/drukte, dan gaat de rest redelijk vanzelf. De grote brug doet me altijd denken aan de pont de Normandie. Machtige bouwwerken over belangrijke rivieren…
De weg verloopt vlot, het weer valt mee, niet heel mooi, maar goed te doen. Een vlotte stop tussendoor en nog even doorzetten. Klokslag half twaalf sta ik in Holyhead. Het heeft even geduurd, maar grote steden nemen wat tijd in beslag. Mooi op tijd, no worries…
Mooi op tijd de boot op. Een boottochtje van zo’n 3,5 uur. Aankomst 17.05 uur. van zodra we de vuurtoren van Howth passeren, krijg ik een extra goed gevoel. We zijn in de baai van Dublin nu en het heerlijke Ierland ligt voor ons.



En natuurlijk, het kan niet ontbreken…….

Na een deugddoende nacht op een mooie camping in de buurt van Dublin, on my way naar de Wicklow Mountains. Eerste plekje op de agenda, de waterval van Powers Court. Een heel mooie waterval, die van een heel behoorlijke hoogte over de rotsen omlaag dondert in een water beneden, dat bezaaid is met allerlei rotsblokken, waar je naar hartelust op en over kan klimmen. Refreshing, jawdropping and mindbending…Een prachtplek in een ontzettend mooie, groene omgeving, ideaal voor picknicks, gezinsuitjes en puur genieten.


Na een uurtje op Powers Court te hebben gehangen, op weg naar nummer twee in de Wicklow Mountains…Glendalough. Het “dal van de twee meren”. Een adembenemend mooie vallei met een lager gelegen meer en een hoger gelegen meer. Bij het lower lough ligt een ruine-site, de overblijfselen van een oud klooster. Deze overblijfselen behoren tot de oudste christelijke overblijfselen in Europa…
De wandeling van lower lough naar upper lough is heel mooi. Vervolgens kun je een lange afstandswandeling doen om het upper lake, door de bossen, als je er de tijd voor neemt, gegarandeerd voor een dag vol adembenemende uitzichten…
Maandagochtend, de dag van de oversteek is aangebroken. Van oost naar west, van de Ierse zee naar de Atlantic, van Dublin naar Clifden, in de Connemara. Een tripje van een dikke driehonderd kilometer, op het gemak. Niet zonder een bezoek aan Clonmacnoise…Deze kloostersite kent zijn begin in 544. Een prachtige site aan de oever van de Shannon, Ierlands belangrijkste rivier. Met goed weer…wat wil je nog meer…Het zijn ruïnes, natuurlijk, maar er is veel te zien en met een beetje fantasie….
Na een uurtje of twee vervolg ik mijn weg. Ik ben ongeveer op de helft, het gaat voorspoedig. Op naar de volgende mooie plek. Niet direct naar Clifden, maar iets noordelijker, naar Leenane, in het Killary fjord. Een echt fjord, een van de drie die Ierland rijk is. 16 kilometer lang, tussen twee bergen door, met een diepgang van zo’n 45 meter. Vanuit Leenane kun je boottochten maken door het fjord en met wat geluk dolfijnen spotten… A nice place to be, met een mix van natuur, ruige wegen en geschiedenis…



Dan verder naar Clifden. de weg voert langs mooie plekken en uitzichten. Halverwege ligt het groote scoone Kylemore abbey te stralen in de zon. Als je langsrijdt, verandert het zicht constant, van half verscholen in het groen en de bomen, tot een prachtig open zicht…breathtaking…


De Wild Atlantic Way is een heel bekende en belangrijke weg die je langs de Atlantische kust van Ierland voert. Ik zie de eerste borden en het maakt me blij. Rijden door de Connemara, een grotendeels veenlandschap, een van de grotere natuurgebieden die Ierland rijk is. Altijd garant voor mooie natuur om je heen. En dan de weg volgen die ik de komende week niet veel ga verlaten…de Wild Atlantic Way… Clifden is een groter dorp. Maar het is niet het dorp waar ik voor kom, maar een speciaal stuk weg, de Sky Road. Deze weg loopt langs de oceaan omhoog en op plaatsen lijkt het alsof je de lucht ingaat, want de horizon is verder leeg, alleen lucht…spectaculair mooi, met vooral bovenaan de mooiste views. De weg is maar anderhalve auto breed en de meeste files worden veroorzaakt door schapen. Ierser kan het niet…
Na een aangename overnachting in Clifden, is het nu dinsdag, eerste bestemming, Cliffs of Moher. De weg voert me langs de mooiste plekken. Als ik voorbij de baai van Galway ben, rij ik door de Burren. Ook een groot natuurgebied in Ierland en van een heel ander kaliber…rotsgrond, kalksteen, de grond lijkt hier compleet versteend, maar toch ontzettend vruchtbaar. Heel bijzonder om te zien. Onderweg kom ik langs een oude boerderij, waar een chocoladefabriekje gevestigd is. Een stop is natuurlijk noodzakelijk. het is Hazelmountain, en hier wordt van bean to bar chocolade gemaakt, op kleine schaal, geheel op natuurlijke wijze, zonder toevoegingen. van diverse soorten chocoladebonen krijg je geheel diverse smaken. Ongelofelijk lekker. Bij binnenkomst krijg ik direct een rondleiding en wordt me haarfijn uitgelegd hoe ze tewerk gaan. heel gedreven mensen, met hart voor hun werk en ontzettend vriendelijk. pure feelgood…Een winkel en een café erbij, een plek om verliefd op te worden. ik volg ze op facebook en instagram. (www.hazelmountainchocolate.com) Kan niet wachten er terug te gaan…






Ik scheur me los van de verslavende plek en trek zachtjes de deur achter me dicht…niet vergeten… En verder naar de cliffs… Verder langs die Wild Atlantic Way, een weg die zoveel biedt, dat je in een heel leven niet alles kan zien. De doorgaande wegen in Ierland zijn vaak van het kaliber b-wegen, als je ze hier zou vergelijken. omzoomd met hagen en muurtjes, vlak langs de weg. Je kunt geen 10 centimeter aan de kant gaan. Met een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur (maximumspeed is no targetspeed, zo waarschuwen ze op de radio, maar toch…), constant focussen. Autorijden hier is mooi, maar vermoeiender dan bij ons. Altijd opletten geblazen…maar mooi, zo mooi…
En na het bezoek aan de cliffs of Moher, is de zon al royaal over het middaguur heen…tijd om verder te gaan. Het laatste stuk leidt naar Castlemaine, een plaatsje aan de rivier de Maine, vlakbij een begin van de ring of Kerry. Zowel Kerry als het iets zuidelijker gelegen Beara zijn uitstulpingen van Ierland, waar je een prachtige weg omheen kan volgen. De ring of Kerry is het meest bekend, maar de lokale mensen proberen toch heel trots ook de aandacht te vestigen op de ring of Beara, die minstens even mooi is, zoniet nog mooier. Echter, keuzes zijn er om gemaakt te worden. En het vervolg van mijn weg ligt langs de ring of Kerry en dus zal het die weg zijn…
Maar voor ik daar ben, eerst nog 2,5 uur rijden. Met een mooie oversteek van de rivier Shannon. De ferry van Killimer naar Tarbert. Op dit punt zit je eigenlijk al in de rivierdelta, bijna in de oceaan. Te snel om te fotograferen, maar we hebben dolfijnen gezien, een kleine school, die vrolijk springend met de veerboot meezoeft. Een paar minuten genieten, maar ze zijn te snel en moeilijk te volgen, dus foto’s maken is er niet bij, jammer genoeg.


Na aankomst in Tarbert, direct door . Vanavond slapen in Glenbeigh, Glenross caravan and camping park. Ligt al iets op de ring of Kerry, als je er bij Killorglin oprijdt, tegen de klok in. Een eindje voor de camping ligt ook een openluchtmuseum à la Bokrijk, maar iets compacter. Mooi om te bekijken als je veel tijd overhebt.
Woensdagochtend…de nacht was weer donker en stil, garant voor een deugddoende nachtrust. Al vroeg op weg. Verder over de ring of Kerry. Ik kan het blijven zeggen, een weg die de kust volgt, met uitzichten om duimen en vingers bij af te likken. geregeld stoppen en foto’s maken, je ogen uitkijken en soms eens in je arm knijpen of je ook echt gezien hebt wat je zag… Als ik voorbij Cahersiveen ben, komt Reenard point in zicht. Hier kun je de veerboot nemen naar Valentia Island….Een echt vakantie eiland. De veerboot komt aan in Knightstown, een ouder plaatsje, dat belangrijk is voor het eiland. Prachtig onderhouden gebouwen. Vorige keer dat ik hier was, was het stralend weer, nu komt er toevallig een fikse bui overzetten. Desalniettemin, een goed gevoel. Als je de film Jaws hebt gezien, en je komt bij Valentia island, krijg je een beetje hetzelfde gevoel als je met de veerboot aankomt. Een echt eiland-vakantiegevoel…








Het veer op, door de regen naar het eiland en daar weer de wal oprijden en even parkeren. Even rondlopen en sfeer snuiven. Gelukkig stopt de regen redelijk vlot. De vorige keer waren er zeilcursussen in het haventje, vandaag is het rustig en haast verlaten. Bij Knights town coffee hebben ze boeken en koffie, lekkere koffie in een rustiek pand dat gezellig ingericht is. Je waant je direct in vroeger. Geen tea and scones voor mij, maar zeker wel koffie en scones. Homemade scones, komen net warm uit de oven, met jam en slagroom, what more could you wish for…
Dan weer de auto in en verder over het eiland. Een tripje over smalle wegen die gewoon lijken te zijn uitgerold over het bestaande landschap, op en neer en alle kanten op, met hellingspercentages die er soms niet om liegen. Onvergetelijk mooi. Bijna op het eind van het eiland ligt The Skellig Experience, een visitor centre dat alles te maken heeft met de Skellig eilanden, die daar voor de kust liggen. Daar krijg je best een goed zicht op die eilanden. Twee rotsachtige eilanden die op de Unesco werelderfgoedlijst staan. Op de top van great Skellig, staan de overblijfselen van een vroeg-middeleeuws klooster. Tegenwoordig niet meer bewoond door mensen , zijn de eilanden een uitgelezen toevluchtsoord voor voornamelijk Jan-van genten en papegaaiduikers. Een groot vogelreservaat. Zeker met wat slechter weer, doen de eilanden mysterieus aan en met wat fantasie…. In plaats van terug te rijden en de veerboot terug te nemen, kun je hier ook de brug over, de enige verbinding van het eiland met het vasteland, bij Portmagee.






Zogauw je vanaf de brug het vasteland oprijdt, ben je weer bij de ring of Kerry. De weg slingert zich door de groene bergen langs de kust, avontuurlijk, verrassend, verbazend, met bijna een overkill aan views. Ook nog vanaf deze weg prachtig zicht op de Skellig Eilanden, die een stevige indruk achterlaten… De Skellig Eilanden zijn zelfs gebruikt voor een scene in een starwars film, dat zegt genoeg over het fantasy gehalte, lijkt me zo…
Nog iets leuks onderweg…..Het stopt niet…ik stop wel en ga even binnen , want er staat een oud weefgetouw en een vrouw is daarmee aan het werk. Iets dat je niet zomaar alle dagen ziet, dus …


Niet veel verder, achter Molls Gap, kom je in de buurt van Killarney. Hier ligt Lady’s view, een plaats om eindloze wandelingen te maken, met onvergetelijke uitzichten. Echt een lady’s view, dat zie je er zo aan af…
Onwards we go…. vandaag rij ik nog even door naar Glengariff, ongeveer bij het begin van de zuidelijker gelegen ring of Beara, waar ik het eerder over had. Ik ben bij Killarney aangekomen, leuk stadje aan het begin/eind van de ring of kerry. Nu even een stukje terug op mijn sporen om naar Glengariff te rijden. een stukje terug over de ring of Kerry en dan zuidwaarts. Nog iets van een uurtje rijden. Halverwege weer zo’n leuke plek waar je niet zomaar door kan rijden…Molly Gallivans cottage and traditional farm. Ook bekend als Druid’s view….Prachtig zicht over een vallei. een oude cottage, gedeeltelijk ingericht volgens old times , als blikvanger bij een winkel met allerlei portemonneeleegmakende objecten… Niet zomaar een souvenirshop, maar meer iets met plaatselijke dingen, voeding, kleding, kunst, souvenirs, vanalles… En veel mooie oude dingen om te bekijken. En the druid’s view…..
En dan weer verder, altijd weer over diezelfde mooie wegen met mooie zichten. Op naar Glengariff, Glengariff caravan and camping park. Dit brengt me morgenvroeg heel vlot bij waar ik naartoe wil…Een fijne avond met een aangename wandeling in de buurt, nog even wat schrijven en dan tijd voor bed…
Vandaag een ander eiland, wat specialer van aard….Garinish Island, een eiland, oorspronkelijk ontworpen voor de particuliere eigenaar, rond 1850. Het is gevuld met tuinen. Het bevat ook een Italiaans lijkende villa en een ronde, zogenaamde Martello toren, een verdedigingstoren, gelegen op een hoger punt met een prachtig uitzicht. Het hele eiland is tegenwoordig staatsbezit en te bezichtigen. er woont niemand meer, puur toerisme. Je wil hier in de ochtend heengaan, want na de middag loopt het vol en is de sfeer weg… Je kan alleen maar met een boot daarheen en de belangrijkste vertrekt vanuit de dichtbijgelegen haven van Bantry, maar dichtbij de camping waar ik verblijf, is een klein baaitje met een klein bootje van een particulier. Als je die belt, komt hij direct van huis uit, brengt je naar het eiland en komt je ook weer ophalen op afgesproken tijd. Een mooie manier om drukte te ontlopen, een leuk gesprek te hebben met een local en tegelijk het geluk dat hij een mooie omweg maakt en je het havengebied laat zien. Prachtige baai, heel divers, met een natuurlijke populatie van zeehonden, die zich met plezier laten fotograferen (omdat ze lekker in de zon liggen en te lui zijn om te maken dat ze wegkomen…). Zoals je ziet, het gezegde gaat elke keer weer op, niet alleen de bestemming is belangrijk, de reis is minstens net zo de moeite…









Na een heerlijk boottochtje en een gezellig gesprek, komen we aan bij het eiland. De vorige keer dat ik hier was, was het volop zon, nu is het weer iets veranderlijker, maar het gaat een mooie dag zijn, hoe dan ook. Ik kan veel vertellen, maar foto’s zeggen genoeg. Geen idee welke te kiezen, dus ik spam maar een reeks foto’s…
Een uur of vier later sta ik weer bij mijn auto, nog even een tas koffie scoren ergens en op weg weer. Nog zo’n 160 kilometer te gaan, hier is dat zo’n 2,5 uur rijden. De bedoeling is om nog in Bunratty te geraken, niet ver van Limerick. Een leuke plek, met een oud kasteel, waar zelfs nog banketten gehouden worden in middeleeuwse stijl. Ernaast een openluchtmuseum. En , heel belangrijk, vlakbij, Durty Nelly’s. Een vierhonderd jaar oude pub, die gekend is door heel Ierland. Onlosmakelijk verbonden met het kasteel. Iets om volledig in sfeer te raken. Met zorg onderhouden en ingericht, veel ziet nog uit zoals het altijd was. Met wat fantasie, zie je de oude reizigers halthouden voor wat rust, een goed maal en de nodige drank. Zowel buiten als binnen is het goed toeven, in de schaduw van het machtige kasteel… Al is het maar voor even, het is toch een plek waar je met plezier terug blijft komen. En een goed pubmeal is in Ierland nooit weg…










Na een heerlijke nacht op een grasveld achter een boerderij, is het tijd om langzaamaan huiswaarts te denken… Het is vrijdagochtend. Vanmiddag gaat de boot naar Holyhead om 15.10 uur. Met nog zo’n 200 kilometer te gaan, is er geen grote haast, maar je mag natuurlijk niet te laat komen. Dat wil zeggen, dat een groot bezoek aan Limerick er niet aan zit, maar dat ik het toch niet kan laten er langs te rijden en even rond te kijken… Een absoluut mooi kasteel, interessante plaats en zeker een halve dag of dag waard, maar dan moet je natuurlijk meer tijd hebben of je planning anders ineen steken. Keuzes, keuzes, keuzes… It is what it is, for now…





Op naar Dublin, uiteindelijk heb ik nog geluk. Er is grote drukte en de ferry is zo simpel nog niet te bereiken, maar het lukt, weliswaar als laatste, maar ik ben nog mee…
En als de boot de baai uitvaart, kijk ik terug naar de Wicklow Mountains, die het landschap ten zuidwesten van Dublin domineren. Goodbye Dublin, Goodbye Ireland, hopelijk tot snel. het was te kort, maar meer dan de moeite. Nu op naar Holyhead en in het schone Wales een camping zoeken, vooraleer morgen de lange reis naar Dover te maken en naar huis te gaan…. Ik kan nog even extra genieten, want het stormt en er is een ontzettend wilde zee, waardoor het schip heerlijk rolt. Tja, Ik vind dat fijn, dat geeft wat kick, maar veel mensen zijn er niet blij mee, te zien naar al die mensen die zich een weg naar de wc zoeken…Bij minstens 20 auto’s gaan constant de alarmen af, het schip zoekt zich moeizaam een weg door de golven en voor ieder die zich een weg door of over het schip zoekt, is het zaak zich goed vast te houden en berekende stappen te zetten. Toch iets van extra avontuur, altijd grappig…




Bij Holyhead komen we in wat kalmer water, maar de storm gaat niet zomaar liggen, het blijft hard waaien. Ik vind een simpele , kleine camping in de buurt, bij een kleine baai. ’s avonds goed voor een lange wandeling rondom de baai. het waait hard, het water is onstuimig en zorgt voor prachtige beelden, die jammer genoeg niet zo mooi te fotograferen zijn bij schemering en valavond in deze onverlichte omgeving. Maar de herinnering blijft aan puur natuur…






Zaterdag. Een hele dag om in Dover te komen. De boot gaat om 18.00 uur. No worries. Bij London een ongeluk gebeurd, lange file, maar in Engeland houdt iedereen zich netjes aan de snelheid, dus het rolt toch gestaag door. Dan de indrukwekkende Dartford bridge. Waar je op de heenweg door de tunnel gaat, ga je op de terugweg over de brug. het waait hard, dus het is leuk om te doen… Vanaf de brug een verre glimp van de hoogbouw van London…Mooi op tijd in Dover, grenscontrole met een heel strenge extra grenswachter (die meeuw kijkt alsof je laatste uur geslagen is) , de boot op en de laatste 2,5 uur naar huis… Een dikke week vakantie is veel te weinig, maar het is wat het is en je kan er maar beter het mooiste van maken…beautiful memories…






Roadtrip Schotland, 9 dagen
Schotland, een heerlijk ruig, oud land met zoveel mogelijk natuur…packed with tradition… Ik kan er niet omheen dat ik hier naartoe wil. Ik ben vroeger eens een paar dagen in de highlands geweest, met rugzak en tentje. Puur natuur. Zo goed als geen mens gezien. Nu wil ik toch ook wat meer menselijks zien. Ja, Ierland ligt me meer aan het hart, maar Engeland is ook favoriet en dus is Schotland absoluut geen straf… Net zoals met mijn Ierlandreis heb ik maar een week, plus twee weekends en een vrijdag extra, dan heb ik 9 dagen. Schotland ligt ver weg, er gaan makkelijk zo’n drie tot vier dagen in heen-en terugreis, dus het worden wat hoogtepunten op dit moment. kan niet anders. En omdat in Schotland de hoogtepunten minder bezaaid zijn dan in Ierland, worden het behoorlijke afstanden. Maar I’m excited. Benieuwd wat op me afkomt…
De meesten die naar Schotland gaan, nemen de boot van Rotterdam naar Hull… Die maakt me zo’n 700 euro armer, dus deze jongen gaat gewoon wat kilometers in de auto verbranden, dat scheelt 500 euro… En omdat het veel kilometers zijn, vertrek ik donderdagnacht/vrijdagochtend, de boot in Duinkerken van 6.00 uur.. Op tijd in Dover. Het plan is, om eerst naar Alnwick te rijden. Dat is niet Schotland nee, maar ligt niet heel ver onder Edinburgh en dus op mijn weg en ik kreeg de tip om daar eerst te gaan kijken, omdat daar een prachtig kasteel ligt, dat onmiskenbare connecties met Harry Potter claimt te hebben. En wie ben ik, om links te laten liggen, wat me interesseert? Dus, Alnwick castle, here I come…
Dacht ik dus…. maar de nodige tientallen kilometers aan wegwerkzaamheden en diverse andere redenen voor files, laten me geen keuze dan mijn route aan te passen en dus ook mijn planning, voor zover ik die heb. Alnwick zou haalbaar zijn, maar dan pas ‘savonds laat en dat is niks aangenaam. Ondanks de kilometers, wil ik ook een beetje de rust erin houden en de reis leuk houden. Ik wijk uit naar de kust en slaap vannacht in Scarborough… Are you going to Scarborough fair…. Yes please…Ik hou van die typische Engelse badplaatsen. Ze hebben iets heel speciaals, ontzettend toeristisch, ontzettend badgastminded, met prachtige oude gebouwen, fairgrounds, lunaparken en bakken vol gezelligheid langs de kustlijn. Vreemd eigenlijk, ik heb niet veel op met veel mensen bij elkaar, maar deze sfeer is altijd anders, dit zijn plaatsen waar alles puur en duidelijk om zee en strandvakantie draait, op een heel aangename manier. Hier is strandvakantie geen zuipen en gewoon voor pampus op het strand liggen, hier lijkt alles decadenter, alles in stijl, je zou het geheel zo 100 jaar terug kunnen zetten. het heeft altijd iets …je ne sais quoi…heerlijk om rond te lopen, je ergert je zelfs niet aan het volk, het hoort in dat plaatje, of dat nu overdag, ’s avonds of ’s nachts is. En omdat Scarborough op het moment van kiezen heel goed haalbaar is, is die keuze snel gemaakt. Aan de baai zijn een aantal camperplaatsen, mijn auto past daar best tussen. Slapen en wakker worden met het zicht op water…that’s my kind of life. ’s avonds een lange avondwandeling, direct achter de auto de berg op, langs de kasteelruine, prachtig uitzicht en aan de andere zijde van de berg weer omlaag, zo de haven in en verder langs de boulevard, gevuld met pubs, restaurants en casino’s, prachtig verlicht en gezellig druk met mensen die niet roepen en tieren maar gewoon een leuke avond hebben. Dan langs de boulevard, om de berg heen, terug naar de auto. En bed in…
Zaterdagochtend…de meeuwen roepen me wakker en ik geniet van een koffie en ontbijt op een bank aan het water. Time to rethink. De planning moet wat om. vandaag zou ik het kasteel bezocht hebben en alvast wat van Edinburgh gezien hebben , maar de reis wordt vandaag wat langer, dus Edinburgh zal volledig voor morgen worden en dan moet ik verderop nog wat schuiven en schrappen, het is niet anders. Ik laat het lekker op me af komen. Nu dus op weg van Scarborough naar Alnwick, nog zo’n 2,5 uur te gaan. Rond de middag kom ik aan bij het kasteel. Niet mijn favoriete tijd, want dan wordt het me meestal te druk, maar we doen het ermee. Een indrukwekkend kasteel, dat moet gezegd. Ze hebben er ook alles aan gedaan om het aan Harry Potter te binden, met een winkel vol elfen, trollen, kruiden en magische spulletjes, met zelfs bezemvlieglessen op het grote grasveld. Bij de ingang een joekel van een boomhut, waar je zo zou willen wonen. de sfeer zit erin en ik moet me los scheuren om mijn weg te vervolgen. Blij dat ik het gezien heb. Prachtig onderhouden kasteel van rond 1100, op 17 hectare grond, prachtig gerestaureerd, meer dan de moeite waard voor een ruime stop.
Maar nu is het tijd om door te gaan, nog makkelijk een uur of twee te gaan en nog een camping zoeken… Rond half zes rijd ik de Schotse grens over, kan niet missen met zo’n grote Schotse vlag langs de weg. En rond half zeven sta ik op een kleine boerencamping met een view om in weg te smelten. Een aangename avond met een lange wandeling na het eten. Doet altijd zo deugd…


Zondagochtend….een ontbijtje aan het water en dan het dorp in, om de bus te pakken naar Edinburgh. Benieuwd hoe die stad uitziet… De tweede belangrijkste toeristische Engelse stad na London. Het blijkt een drukke stad, met oude, grote gebouwen. Veel historie, maar ook vanalles modern ertussen. Het grote kasteel pronkt boven alles uit. veel te zien, veel te beleven. Ik pak een sightseeing dubbbeldekker en doe een tour de city. Dat laat veel zien en leert veel. Heel indrukwekkend, maar toch , smaken verschillen, ik ben niet van m’n sokken geblazen. Schotten hebben het hart vol van Edinburgh en logisch ook, het is voor hen een belangrijke stad, maar ik vind de steen en de oude, zwartgele, bruine kleur van de gebouwen niet noodzakelijk mooi, het doet wat vreemd aan, het straalt niet, geeft eerder een deprimerende indruk aan die grote gebouwen. Hoe interessant de architectuur ook, hoe groots het ook is, het krijgt een beetje een downside met die vreemde donkere steenkleur. Maar hoe dan ook, ik ben blij hier rond te lopen, alles te zien, het is een rijke stad, ontegenzeglijk.
Later in de middag de bus terug naar de camping, nog even op mijn gemak wat zitten, schrijven, eten en een goeie avondwandeling…
Maandag , een dag van kilometers. Ik had gepland, om naar Aviemore en Cairngorm te gaan, maar omdat ik in de tijd moet shiften, laat ik die achterwege. Ik rij wel door de streek, maar blijf er niet hangen. Mijn vorige trip in Schotland was al volop in de Highlands, bergen zijn nu minder prioriteit. Hoewel gezegd moet zijn, dat ik er graag was heengegaan, trekt Loch Ness meer. Bestemming Drumnadrochit, aan de andere zijde van Loch Ness, dus de trip gaat bovenlangs, langs Inverness en dan weer een stukje naar beneden. Ik had me veel voorgesteld van Inverness, grote stad aan het tipje van Loch Ness, maar ik vind ze zo in het doorrijden, wat tegenvallen. Een bijna onaangename combi van veel nieuwbouw tussen oude gebouwen. maar modern doet het ook niet aan, meer een soort 70’s/80’s feeling. Ik ben ervan overtuigd, als je wat beter in de stad duikt, dat het beter zal zijn, maar ik ben niet direct een fan van veel nieuwe gebouwen tussen het oude gepropt. Dat neemt de hele sfeer weg voor mij. Anyway, ik rij door, mijn bestemming zegt me meer…













Drumnadrochit is op zich geen belangrijke plaats, maar…het is de plaats waar je de kasteelruine Urquhart kan vinden. En dat is specialer. Urquhart castle is een 13e eeuws kasteel (nu ruïne), dat precies aan de oevers van Loch Ness ligt. Een kasteel met een ontzettend rijk en druk verleden, heel strategisch en belangrijk ook, aan Loch Ness, maar verlaten vanaf 1690. Toch is er nog heel veel te zien en alleen al de ligging heeft een wow-factor. Met een weids uitzicht over dat enorme meer. Loch Ness is dik 36 kilometer lang (langer dan de afstand tussen Frankrijk en Engeland) en anderhalve kilometer breed. 226 meter diep. Een enorme watervlakte. En als je zoals vandaag, op een winderige, bewolkte dag rondkijkt, bekruipt je toch zeker het gevoel, dat Nessie hier makkelijk kan overleven en elk moment de kop boven water kan steken…Elke foto is anders, elke foto is geslaagd omdat er iets moois op staat. Dit is een magische plek, waar ik de hele dag rond kan hangen… En dat doe ik dus ook, die dinsdag…
Mijn fantasie en mijn indrukkenmolen werken samen om me een nacht met veel dromen te bezorgen. Dit is een plek die hoog op mijn verlanglijstje stond en ze is echt magisch, echt zo mooi als ik me kon voorstellen. Die woensdagochtend is eén tas koffie niet genoeg om me volledig terug te brengen in het heden… Dan weer de auto in en verder. Eindbestemming Fort William, homebase van Schotlands hoogste berg. Eerst even een ommetje maken. The isle of Skye is op zo’n korte vakantie geen goed idee, maar de toegang van het eiland wil ik toch graag even zien. Skye bridge…als je foto’s ziet, is het een heel steile brug, het lijkt iets heel speciaals. Nu ik erlangs rij, vind ik dat ik al specialere wegen en bruggen heb gezien. Maar goed, je kan het maar niet genegeerd hebben, denk ik dan…
langs de weg ligt dan dat prachtige kasteeltje van Eileen Donan. Een pareltje in het water. Een getijdeneilandje, waar drie zeearmen bij elkaar komen in de westelijke Highlands. Een dertiende eeuws kasteeltje dat vroeger tot diverse clans heeft behoord. het kasteeltje is terug te vinden in puzzels, televisie, films,…





Later op de dag kom ik aan bij Fort William. Een mooie camping, ongeveer aan de voet van de Ben Nevis, mooier kan het niet. Puur groen en genieten. Ben Nevis is een hoogheid. Met zijn hoogte van bijna 1400 meter tevens de hoogste berg van het hele Verenigd Koninkrijk. Een berg die ook zeer in trek is bij de toeristen, omdat hij, vooral via “the pony track” vrij makkelijk te bedwingen is. Waarbij natuurlijk gezegd moet worden, dat het niet zomaar voor de ongetrainden is, maar ik bedoel, er komen niet direct grote klimtechnieken bij kijken, omdat je grosso modo over een pad omhoog kan. Op de top ligt een verlaten weerstation. De beklimming start op zeeniveau, dat wil dus zeggen, dat je de volle 1345 meter voor je kiezen krijgt, maar dankzij het bewandelbare pad, is het doenbaar in een lange dagtocht. Een retour op 8 tot 10 uur is iets dat redelijk is. Verwacht niet teveel zon, er wordt gezegd dat hier bij de Ben Nevis ongeveer 10 dagen per jaar zon is….veel regen en minstens bewolking. Maar heel indrukwekkend.





Na een heerlijke avond met een lange wandeling, volgt een nacht in pikkedonker. Het gebeurt niet veel meer dat nachten zo donker zijn, in de huidige wereld is dat steeds moeilijker te vinden. In België kunnen alleen de Ardennen dat nog redelijk bieden, maar zelfs daar niet overal meer. het draagt bij aan de zalige sfeer die ik voelde.
de volgende ochtend, donderdag, wordt het stiekem tijd om lagzaamaan te beginne aan een lange weg terug nar huis…Eerst nog een goeie wandeling van een uur drie. Ik heb veel last van mijn heupen, dus jammer genoeg zie ik me de Ben Nevis niet opgaan. daar heb ik me al bij neer moeten leggen, maar dat staat nog op mijn bucketlist, no doubt! Na een mooie wandeling in de streek, vang ik de trip aan richting Glasgow. maar eerst nog langs een speciale plek… niet heel ver rijden…ik kom net te laat, jammer genoeg, ik hoor de stoomfluit in de verte en weet dat ik te laat ben. maar dat weerhoudt me er niet van om toch te gaan kijken… Het beroemde Glennfinnan viaduct, het mooie viaduct waar de trein van Harry Potter rijdt. De trein rijdt er dagelijks, het is een echte stoomtrein, niet de Hogwarts express natuurlijk, maar de Jacobite steamtrain. Als je tijd hebt kun je mee, maar reserveren is noodzakelijk, de wachtlijst is eindeloos…



De weg naar Glasgow is bezaaid met mooie zichten. Door bergachtig gebied, Loch Lomond and the Trossachs national park. Een van de grotere nationale parken, een genot om doorheen te rijden…









Bij Glasgow wend ik de steven rchting Dunbar, aan de ooskust. De camping waar ik op de heenweg gestaan heb, om Edinburgh te bezoeken. Ik heb niet veel zin in veel mensen, dus ik zoek nog even een rustig plekje op.
De komende dagen staan nog zo’n 900 kilometer op het programma en die ga ik verdelen over de twee dagen, zodat het niet te gek wordt. Zelfs voor mij kan het te gek worden, ja, soms… Het is en was maar een beperkte tijd, maar ik heb veel mooie dingen gezien, alweer en nu ik Schotland uitga, ga ik nog even terug op mijn stappen. Scarborough gaf me een goed gevoel, dus de trip op vrijdag gaat naar Scarborough en de zaterdag naar Dover, waar ik later in de middag de boot heb. Zaterdagavond weer thuis…





Bretagne Noordkust, twee weken
Voor zoveel Ierland voor mij absoluut op de eerste plaats staat, heeft Bretagne mijn hart gestolen voor de tweede plaats. En dan zeker de Noordkust. Wat Ierland je laat zien, best wel overal eigenlijk, maar vooral aan de westkant, dat heeft Bretagne voornamelijk aan de Noorkust….een oud land, vol karakter, zee, rotsen, groen in alle vormen, een oude cultuur een prachtige natuur in alle variaties gecombineerd. Je wandelt nooit alleen maar op vlak gebied, je zit ook niet alleen maar in rotsen of bergen, je hebt de zee erbij en alle soorten weer. Je kan er lekker in de zon zijn, maar ook ontzettend wegwaaien, maar je toch hartstikke lekker voelen. Ik heb nou eenmaal liever het ruigere in de natuur. De mensen daar zijn vriendelijk en aangenaam en ik krijg er nooit het gevoel dat het tijd is om weg te gaan of naar huis te gaan. Plekken waar je zou willen wonen…
Deze trip begin ik op mijn gemak op vrijdag. Ik heb deze keer twee weken, maar ik doe niets liever, dan alvast wat eerder te gaan en er op die manier stiekem wat aan vast te knopen. Heeft ook te maken met wat ik al eerder zei, ik haast me nergens , als je zorgt dat je tijd hebt, hoef je geen stressgevoel te hebben, ook niet met grotere afstanden. het moment dat ik achter het stuur ga zitten, begint vakantie en no matter what, ik moet tijd kunnen nemen, omdat er genoeg te zien is, ook onderweg, you wouldn’t want to miss out on anything…
Zoals ik zei dus, op weg op vrijdag. bretagne is ver genoeg en ik wil graag twee weken Bretagne, niet anderhalve. Dus ik gebruik vandaag om op mijn startpunt te komen, Mont Saint Michel… Nee, dat is niet Bretagne, dat ligt er een paar kilometer vanaf, maar het is wel ontzettend mooi en speciaal en ik raak nooit verveeld om er rond te lopen en te genieten, dus een mooi begin van de trip…
Een rit van 637 kilometer. Ik start ’s morgens om half elf, rij bijna direct een dikke file in, maar goed, who cares… Behoorlijk ongeluk, dat me zeker anderhalf uur vertraging oplevert. ’s middags rond half vijf kom ik bij de pont de Normandie. Daarna nog twee keer file, maar ik kom toch op mijn slaapplek aan rond half acht ’s avonds. Gemiddelde snelheid van deze dag 78 kilometer per uur… MIjn slaapplek…een pannenkoekenrestaurant, langs de weg naar de mont saint Michel, met zicht op het eiland. Op nog een kilometer of 4 ervanaf, maar je ziet het goed liggen over de velden en de zonsondergang laat me genieten… Restaurant l’Archange (in Huisnes sur mer) ligt langs een belangrijke aanvoerweg voor het eiland, er is behoorlijk veel verkeer, maar later op de avond en ’s nachts is dat verwaarloosbaar. Op het eerste zicht lijkt het niet de beste keuze, maar ik zal het even verklaren… Er is verderop, vlakbij het eiland, een camperplaats bij een boerderij, maar dat is achter de slagboom, niet heel duur, maar de slagboom kost ook best wat, dus kom je op een 15tal euro’s. Op de parking van het eiland is een heel grote camperplaats, waar je kan overnachten en blijven staan voor het bezoek (met gratis shuttle), die kost 18 euro en je staat in een zee van wit met al die (100) campers. Druk en bij volop zon geen pretje in mijn ogen. En een kilometer of 6 verder nog een camerplaats voor 16 euro. Waar ik sta, 6 euro. Voor 24 uur. Dus ook daar kan ik gewoon blijven staan.Ik kan te voet (lange wandeling langs de velden), maar ik kan ook met de fiets. Je kan fietsen tot aan de passerelle, van waar iedereen te voet verder moet. In mijn ogen een stuk goedkoper, ik sta niet in een grote drukte en ik hoef nergens rekening mee te houden. Ik sta, een lekkere tas koffie en genieten van de zon die het eiland in een speciale gloed zet. Een zicht dat nooit verveelt… Net zoals wanneer de ochtendzon het eiland al vroeg in volle glorie zet en het avontuur lonkt…





Zaterdagochtend… na een aangename nachtrust en een goed ontbijt, rond half negen vertrek. Ik wil graag de dag beginnen met zo weinig mogelijk mensen om me heen. Naarmate de dag vordert, wordt het stampdruk, zeker zo in het hoogseizoen met het mooiste weer. De winkels zijn pas rond half tien, tien uur open, maar voor ik zover ben, heb ik nog wat fiets en wandelwerk te doen en kan ik op mijn gemak genieten van alles.
Mont Saint Michel….even wat geschiedenis…Gesticht door de heilige Aubert rond 700 (toen was hij natuurlijk nog niet heilig, maar ondertussen wel). Hij kwam graag op het eiland om te bidden en in rust in de natuur te zijn. Volges de legende is aartsengel Michaël aan hem verschenen en hj kreeg een visioen van een kerk op de rots. Na heel wat bouwen, van kapel naar kerk, naar klooster, was er in de 9e en tiende eeuw alleen maar een klooster op het eiland. Bewoond door Bendictijner monniken. Voor de bevoorrading voor de monniken gebruikte men sloep of schip. In 966 kwamen de Noormannen (Normandiërs). Ze vonden het een uitgelezen plek en bouwden onderaan en rondom het eiland huizen op de rotshellingen. De Benedictijnen werden met rust gelaten. De stenen die gebruikt werden voor de gebouwen komen van de eilanden Jersey en Guernsey, die 22 kilometer verderop liggen…
Het eiland lag toen nog net aan de kust in een woud van 40000 hectare. Rond 1400, in de oorlog van Frankrijk met Engeland, brandde een groot deel van dat woud af. De bomen, die verzanding van het gebied tegengingen, waren er niet meer, het zand kreeg vrij spel om rond te waaien, vandaar dat het eiland nu op een zandvlakte ligt en bij vloed een stuk verder van de kust lijkt te liggen… De abdij en woningen brandden ook af in voornoemde oorlog. de huidige abdij is gebouwd tussen elfde en zestiende eeuw.
Een eiland, een stadje met 46 inwoners. Met een enorme geschiedenis en bijbehorend karakter. Prachtig om te bekijken. Voor wie er wil gaan enkele tips… vertrek niet te laat op de dag, want het wordt druk, altijd. Als je op het eiland komt, verlies je dan niet direct in de winkels, maar zoek eerst je weg naar boven, naar de abdij, zdat je die op je gemak kan bekijken, in plaats van in processie. Tickets zijn te krijgen, beneden in het postkantoortje, niet ver van de poort. Maar ook online. Voor de rest is alles gratis, je hoeft niet te betalen om de stad te bezoeken, ofzo, alleen de abdij. Maar het is absoluut de moeite, al is het alleen maar vanwege het weergaloze uitzicht van daarboven. Don’t miss it… En daarna werk je gewoon langzaamaan je weg naar beneden, langs de winkeltjes en eet- en drinkplekken. Je kunt door kleine straatjes dwalen, door tuinen, maar je kunt ook over de omwalling rondlopen. Het uitzicht is altijd mooi en overal zijn terrasjes om op je gemak te zitten , wat te drinken en te genieten. Het eiland is vergeven van meeuwen, die ondertussen bepaald niet bang meer zijn van mensen, dus je kunt ook die vriendjes op je gemak bestuderen, soms van heel dichtbij. Voor degenen die er geen genoeg van krijgen, je kan bij laagtij ook wadlopen en strandwandelingen maken onder begeleiding. Een ervaring op zich…
Rond 16 uur ben ik terug bij de auto en ik ga verder. Ik wil vandaag toch echt nog in Bretagne zijn. Niet lang na mijn vertrek passeer ik de grens met Bretagne. De weg loopt een stuk van de kust weg. Rond de Mont Saint Michel is er niets dan velden, waar de boeren alle soorten gewassen verbouwen. Het ziet er heel speciaal uit. Een tip on the side, je kan tussen de velden door rijden, over de boerenwegen, maar maak niet de fout om te proberen door de velden de Mont Saint Michel te bereiken. Je ziet hem overal liggen, maar je komt er nooit…Alleen over de reguliere weg.
Niet veel later kom ik weer dichter bij de kust en kan ik doen wat ik het liefst doe, de kust volgen, zo dicht mogelijk. Dat levert de mooiste zichten op… Ik kom aan in Cancale. Een klein, oud havenstadje. Jammer genoeg geen camperplaats aan het water, maar niet te ver ervanaf. En morgenvroeg komt de bakker rond. Zalig. Mijn logboek bijwerken en een goede maaltijd. Na de afwas een lange avondwandeling, langs het strand, langs de haven. Doet deugd…
In de ochtend nog een keer terug naar de haven. Een lekkere espresso aan het water, met mooi uitzicht. Een kleine markt, kraampjes met oesters, pure gezelligheid met lekker weer…







Om vervolgens de weg weer op te pikken. Richting St.Malo. Een grotere stad. Niet heel groot, maar toch al anständig…
Nog een laatste blik op de mont Saint Michel, ver weg in de baai en dan op weg, weer zo strak mogelijk langs de kust krabbelend om zo weinig mogelijk te missen. Precies op de hoek ligt Pointe du Grouin. zo’n 7 kilometer van Cancale. Prachtplek om even te stoppen en te gaan kijken. Het neemt niet veel tijd in beslag als je niet wil, maar het is meer dan de moeite. De uiterste grens van de baai van Mont Saint Michel, met enorme weidse uitzichten.
Met wat geluk zie je dolfijnen. En een keur aan vogels. Geen heel gemakkelijk pad om te lopen, maar de beloning is groot. Op de klif ligt het fort van Guesclin, genesteld op een klein eilandje, net aan de kust. Op het uiteinde van Point du Grouin, vind je ook de Semaphore.
En vanzelfsprekend vind je ook hier de GR34, le sentier des douaniers…een van de lange-afstand-wandelpaden ter wereld. En ik durf wel te zeggen, een van de mooiste. Het loopt langs de volledige kust van Bretagne en nog een stuk langs de Loire-Atlantique-kust. Goed voor 2000 kilometer aan wandelpad. Aan één stuk! Van de Mont Saint Michel tot aan St. Nazaire. Het waren oude dounepaden van de achttiende eeuw, direct langs de kust. Een deel ervan was onbegaanbaar geworden doorheen de tijden. Echter, men heeft alles op alles gezet om deze paden in ere te herstellen, alles te verbinden en te onderhouden. Alles is verbonden en je kunt nu letterlijk volledig de kust volgen zonder onderbreking. Het is zelfs zo, dat als je er een huis koopt of wil bouwen aan de kust, dat je drie meter direct aan de kust vrij moet laten voor dat pad. Ik denk dat het een unicum is, een pad dat zo volledig is. Waar je ook gaat op dat pad, het staat garant voor prachtige uitzichten. Het is allesbehalve gemakkelijk, geen luxe simpel wandelpaadje, in ere herstellen heeft niets te maken met een weg plaveien…er zijn genoeg uitdagingen, maar de beloning neem je overal mee. Achter elke bocht een nieuw zicht, een nieuwe verrasing. Waar je ook gaat, als je dat pad volgt, zul je niet teleurgesteld worden…


Na een mooie wandeling weer onwards… Saint malo in zicht. Mondain, hautain stadje, maar absoluut leuk om even door te lopen. Ik zet de auto ergens bij de haven. Het is goed weer, maar bij slecht weer wil je niet parkeren op de weg langs de kust, want dan kunnen de golven er letterlijk huizenhoog over de stadsmuur slaan. Prachtig om te zien op foto en waarschijnlijk ook als je ernaar kijkt, maar om er dan te staan….
De haven is altijd leuk om te zien, vol met verschillende schepen, van visserschepen, tot cruise, van yachten tot immens grote luxe yachten, tot de snelheidsduivels onder de zeilschepen… Puur genieten als je van boten houdt. Even het oude stadje in, door de omwalling. Het heeft absoluut karakter. En als er een markt is, is dat altijd extra leuk. Overal trouwens…









En dan weer verder, rustigaan genieten. Saint Briac sur mer, Saint Jacut de la mer, Saint cast le Guildo… Stuk voor stuk leuke plaatsjes met droogvalhavens vol vissersbootjes. Plekken om even langs de weg aan het water te gaan staan en een boterham te eten. Even lunch, even pauze, de tijd nemen. Er is nergens heel veel te doen, behalve een kleine markt hier of daar, maar mij gaat het voornamelijk om de uitzichten. En als je overal even naar de haven rijdt, doet dat absoluut geen pijn. Genoeg te zien, genoeg foto’s te maken en , zoals ze dat in deze tijd zeggen, alles is absoluut instagrammable… Een stop hier, een lunchbreak daar, een koffie elders en enjoying the trip…





Mijn campercontact- app belooft mij een mooie slaapplek bij Cap Frehel. Het levert niet meer op dan een fijne wandeling en een aantal mooie foto’s, want de camperplaats is overvol. Zonde, als je niet echt op tijd komt, zijn de plaatsen weg. Maar zoals ik al zei, ik ben zwerver, ik ben onderweg om dingen te zien, dus ik kom wat later. Ik heb geen camper om overal een dag of twee dagen gezellig te gaan staan en te niksen. Dus verder zoeken is het devies…Een stuk verder, bij Erqui, is een mooie camping aan zee, bij het eilandje Saint Michel, waar een klein kapelletje op staat, een stuk verder voor de kust. Onbereikbaar eilandje, maar leuk om te zien. Een aangename plek, met bomen voor schaduw, een goeie douche, een mooi plekje met zeezicht en genoeg te wandelen voor de avond…



Slapen bij het rustgevende geluid van de branding doet altijd goed. Ik word op tijd wakker en geniet van een tas koffie op een strand vol roze stenen. Alle plichtplegingen achter de rug en ik ben weer op weg. Het is maandagochtend. Het werkverkeer komt er weer bij en het is best wat drukker onderweg, maar zolang ik me op de kleine wegen langs de kust hou, valt het best mee. Een stop bij een joekel carrefour voor de nodige supplies en goedkoop tanken. Als je diesel moet tanken, ben je altijd het voordeligst bij die hele grote jongens, Carrefour, Super U, Leclerc…Liggen altijd langs de doorgaande weg. Als ze heel groot zijn, hebben ze een tankstation erbij waar je gegarandeerd goedkoop tankt. En alle verzorging is daar mogelijk.
Lunchstop in Binic. Leuk klein havenpaatsje, mooie plek aan het water en een halfuurtje genieten voor de boterham. Dan verder richting Paimpol. In een bocht van de weg doemt een interessante ruïne op. Geen idee wat het precies is, maar ik besluit te stoppen en te gaan kijken. Het is de Abbaye de Beauport. Bijgenaamd de romantische abdij, omdat het er overal volstaat met bloemen. Zo op een zonnige dag, blauwe lucht, is het een prachtig schouwspel. Entree 5 euro en je hebt minstens een uur lang veel te bekijken. Een eindeloze rits foto’s verder kijk ik terug op een gelukkige stop, zo even langs de doorgaande weg…
Ik rij weer verder, nog even langs de haven van Paimpol. Toevallig is er een brocante marktje. Tja, dan ben ik verkocht…op de markt rondgekeken, een koffie aan het water. living the life… De auto weer in, nog een paar kilometer en dan ben ik dichtbij waar ik hard naar uitgekeken heb…
Ik kom aan op Pointe de lÁrquest. Op zich geen spannende plaats, ware het niet, dat hier de boot vertrekt naat Ile de Brehat, het bloemeneiland. En daar kijk ik naar uit. Hier krijg je niet echt het idee van zee, want de baai ligt bezaaid met rotsige eilandjes, daar om Ile de Brehat heen, maar het is hier zalig. Een plek waar je zou kunnen aarden… Ik zet mijn wagen op de camperplaats, een stukje hoger dan de immense parkeerplaats, waar iedereen parkeert om naar het eiland te gaan. Geen superfijne plek, weinig bomen, veel los grind en stof, maar het uitzicht is weergaloos. Je kunt zo naar Ile de Brehat kijken, het lijkt op een steenworp te liggen. Die avond is het eb en ik kan een heel stuk de zee in over de rotsen. Een leuke wandeling…



Dinsdagochtend…ik heb de avond vantevoren al kaartjes gekocht, beneden bij de afvaart. Ik heb me wat ingelezen, want er zijn wel wat wetenswaardigheidjes over het eiland. Door veel getijverschil kun je niet zomaar vertrekken of terugkomen, dus een beetje op de tijd letten, is wel nodig. Op het eiland een fiets huren om aan de andere kant te komen, is ook aangeraden. Het is een best eindje en niet iets dat je niet zou willen zien, dus het is de moeite om daarvoor te kiezen. Zoals ik het zie, de eerste de beste boot nemen, om de drukte voor te zijn en dan ’s middags rond een uur of 3, 4, weer terug, zo gauw het getij het toelaat. Want na de middag loopt het eiland vol ( met mensen). Dus hop, op tijd de boot op.



Ile de Brehat is een eiland dat bestaat uit twee delen, verbonden door een brug. Het eiland ligt Aan de Cote d’Armor en ligt in de golfstroom, die ervoor zorgt dat hier eigenlijk een speciaal microklimaat heerst met ontzettend veel goed weer. Ondanks dat je hier aan de Noordkust van Franrijk bent, vriest het hier bijna nooit en heb je veel meer zon-dagen dan aan het vasteland. Hortensia’s, mimosa, moerbei, eucalyptus, Aloë, Camelia’s. agapanthus, de mooie blauwe bloem, die overal staat. En het is vergeven van de vogelsoorten. Geen auto’s , charmante huizen, ruige kusten…het eiland is 3,5 bij 1,5 kilometer. Natuurlijk kun je dat ook goed te voet doen, maar als je een beetje de drukte voor wil blijven, kun je beter naar de andere kant van het eiland op een fiets. Niet zomaar simpel door de bergachtige wegen, maar zeker de moeite om de vuurtoren Paon te zien en een aantal andere dingen, zoals een oude citadel en kapel, die wat verder van de haven liggen. En dan mag je het enige strand van het eiland ook niet overslaan…Plage du Guerzido. Al is het maar voor even… Je komt aan bij de steiger van het plaatsje zelf. Hier is de drukte altijd merkbaar, boten die aankomen, boten die vertrekken, veel toeristen die hier dus tegelijk moeten zijn. Via een weggetje omhoog langs een paar winkeltjes, kun je verder het eiland op en je een weg zoeken. Naarmate je verder komt, wordt het wel rustiger en kun je met volle teugen genieten. Ik zou zeggen, iemand die hier geweest is en er helemaal niks aan vindt, wel, ik denk dat die raar denkt…
Rond vier uur terug naar de auto. Blij met wat ik gezien heb, blij met de sfeer, maar tegen deze tijd kun je over de koppen lopen en ik ben never happy met veel mensen, dus … Ik besluit nog even de weg op te gaan, want om nog zolang op die parkeerplaats te hangen, is ook niet echt de aangenaamste plek. Ik rij naar Trevou-Tréguinec, 36 kilometer verder. Mooi plekje aan het water en nog even lekker op het strand gelegen. Ben geen strandman, maar afentoe kan dat ook eens goed doen, even niksen en de dag overlopen in je hoofd…
Woensdag, op naar Ploumanach. Perros Guirec, het gebied met de roze graniet. Grote rotsen, rondgesmeten door reuzen, zo lijkt het. Het landschap aan de kust ligt ermee bezaaid, met vreemdgevormde, enorme granietrotsen met die speciale roze kleur. Een lange wandeling vol verbazing en vol foto’s….dit is niet niks. Blij dat ik dit niet gemist heb.
Op naar Roscoff. Maar niet Roscoff zelf, ik ga naar St.Pol de Leon, een kleiner kustplaatsje, waar een camperplaats is aan het water. Plaats voor twee nachten, want morgen ga ik met de veerboot vanuit Roscoff naar Ile de Batz. Een eilandje dat ook de moeite van het bezichtigen waard is, naar men zegt. Ben benieuwd… In de baai waar de camperplaats is, ligt ook Ilot St. Anne. Een mini eilandje dat dezelfde naam heeft als mijn dochter, da’s een aangename avondwandeling waard…
Donderdag…de bus naar Roscoff en dan de boot. Een leuk eiland, maar het valt iets tegen. Ik ben verwend geworden met Ile de Brehat. Het eiland is minder mooi en minder speciaal. Leuk om te wandelen, zeker goed voor wat foto’s, een hoge vuurtoren (42 meter), van waar het zicht fenomenaal is. Maar het bezoek is toch maar van vrij korte duur. Niet teleurgesteld, maar het is wat minder. Roscoff zelf is een leuke stad, met veel oude gebouwen nog. Maar ook niet spectaculair. Maar goed, niet alles kan excelleren en iets minder kan ook nog mooi zijn. Dus al met al zeker geen weggegooide dag…
Dan een slechte nacht. Slecht geslapen vanwege veel campinggasten van de drie campings in de buurt, die de hele nacht door feesten. Toerisme is hier volop merkbaar, het loopt ook in de tweede helft van juli, de Fransen hebben vakantie en alles loopt vol. Ik had nog tot Brest willen gaan, maar ik weet van mezelf dat ik het me ga berouwen. Ik neem het besluit om terug te keren, gewoon nog lekker langs de kust, op mijn gemak, doen waar ik zin in heb en zorgen dat ik op plaatsen kom, waar ik me beter voel. Dit is een pleasure bay, overduidelijk. En dat is niet aan mij besteed…
Op naar terug dus. En na nog een deugddoende wandeling tussen de rotsen van Ploumanach, rij ik naar Pointe de l’Arquest. Ditmaal op een kleine camping, boven op de klif. Perfecte plek om het weekend te blijven, rustig en stil daar. Met een weggetje naar beneden door het bos, naar de afvaartplek voor Ile de Brehat, waar ik dus nog eens ga. Voor tien euro kun je dat niet laten.
Op maandag vertrek ik weer, mijn weg vervolgend langs de kust. Ik stop bij cap Frehel en maak een lange wandeling langs de kust, rondom de imposante vuurtoren. De kleine is heel oud en ziet mooi uit, maar is buiten dienst. De nieuwe is massief, je kan hem bezoeken, maar ik doe het niet, hoeveel vuurtorens kan men beklimmen…. Ik wandel liever verder en geniet van uitgelezen uitzichten. het zonnetje schijnt en doet zijn best. Het is warm, maar een beetje zeewind helpt best…








Na een korte stop bij fort la Latte, zeker ook de moeite, met een paar menhirs langs de toegangsweg, rij ik naar Saint Cast le Guildo. Fijne plek met zicht op water. Een paar uur op het strand doen goed. Het is bloedheet en ze beloven nog twee dagen met veertig graden. Niet te doen voor mij, maar ja, het zij zo. Wat verkoeling in en om het water en ’s avonds, als de zon weg is, koelt het vrij vlot af, met een lekker zeebriesje. Dan is weer wat normaal leven mogelijk…



Dinsdag. Een dag waarop ze veertig graden beloven. Ik sukkel op mijn gemak langs de kust. Het wordt al snel heel warm en ik stop bij Pointe du Grouin. Camperplaats langs de weg, met direct uitzicht op zee. Machtig mooie plek om te staan. Een stukje verder is een strandje, een heel stuk lager gelegen en een moezame weg om er te komen, te voet, door rul zand en heel steil en lang. Ik hoop verkoeling te vinden in het water, maar het zand is zelfs te heet om op te lopen. De zon brandt ongenadig en ik werk me zo snel mogelijk terug naar de wagen. Niks te laat. Ik zit niet ver van een zonnesteek. Alles dicht, goed donker en een paar uur op bed doen gelukkig goed. Dat scheelde niks. Teveel zon en warmte zijn niks voor mij, dat blijkt maar weer. Zo gauw de zon onder is, komt de wind opzetten en koelt het snel af. De wereld herademt. Om mij heen komt iedereen naar buiten en zelfs de natuur wordt nog wat wakker. veertig graden is bruut, ik heb het er niks op. Maar die avond toch nog een aangename wandeling kunnen maken naar pointe du Grouin. Dat is beter.
Lang getwijfeld of ik het zou doen, maar ik besluit om toch nog iets terug te gaan, landinwaarts, naar Dinan. Ik wilde eigenlijk niet van de zee weg, maar ik besluit het voor 1 nacht toch te doen. Dinan is een heel oud stadje, op een dertig kilometer van St.Malo. Een stadje dat zijn oorsprong heeft in de negende eeuw. De stadsomwalling is van de dertiende eeuw. Heel veel van het hooggelegen middeleeuws stadscentrum is bewaard gebleven. Veel trappen en een pittige wandeling brengen je van de haven beneden, naar het centrum boven. Het is de moeite. Citadel, kathedraal, vakwerkhuizen, sterk hellende straatjes, totaal terug in de tijd…Camperplaats beneden onder een oude, gotische brug over de rivier la Rance. En ’s avonds is het supergezellig langs het water. Terrasjes bij de boten op het rustige riviertje, mooi verlicht, een paradijsje om te zien. Ik ben blij dat ik dit erbij genomen heb…
Donderdag. Tijd om dit mooie plekje weer te verlaten en terug te gaan naar de kust. Richting Beginpunt, mont Saint Michel. Vlakbij de mont Saint Michel, aan de toegangsweg, ligt Alligator bay. Een groot centrum waar schildpadden, aligators, krokodillen, slangen en hagedissen in een mooie omgeving kunnen verblijven. Meer dan de moeite voor een bezoekje!








Na alligator bay nog even een kilometer door, naar lÁrchange. Ik parkeer mijn camper, betaal voor de nacht en pak mijn rugzak. Tijd voor een flinke wandeling. Ik loop naar Mont Saint Michel en wandel daar op mijn gemak rond. Altijd fijn om er even te zijn. Na een goede maaltijd op de stadsomwalling, loop ik terug naar de wagen. De zon gaat bijna onder. Tijd om een keteltje water op te zetten en koffie te maken… MIjn logboek bijwerken, een goed boek en dan slapen…
Vrijdag. Vandaag een heel stuk huiswaarts. Ik rij naar cap gris nez. Plek waar ik me goed voel, waar ik het ken, maar waar ik zeker nooit genoeg van krijg. Tis geen grapje vandaag. Het is vrijdag, veel verkeer dat overal moet zijn, file voor pont de Normandie en veel mensen die niet opletten. Goed mijn hoofd erbij houden en vandaag is het weer een veertig graden dag… Ik hou een royale stop bij een gloednieuwe aire, le vallée du Somme. Prachtplek met alles erop en eraan. De airco binnen doet deugd. Rond 5 uur in de middag kom ik aan bij cap gris nez. Het is iets afgekoeld, maar toch nog 33 graden. Gelukkig nog een parkeerplekje op de plek waar ik normaal sta. Zwembroek aan, de weg aflopen en het water in. Beter kan het niet zijn. De avond is loom, maar toch nog goed voor een wandeling, gelukkig. Een avondwandeling doet altijd deugd en zorgt voor een goede nachtrust…


Zaterdag, laatste dag….de zon staat stralend aan de hemel, een zacht windje erbij en de weg langs het water, naar cap blanc nez en verderop, laat me nog even genieten van de witte krijtrotsen van Dover. Als de zon ’s morgens op Engeland staat, lijkt het zo duidelijk dat het heel dichtbij lijkt te liggen. Dertig kilometer kunnen niets lijken… Met een mooi beeld in mijn geheugen, rij ik naar huis, Feelgood, all the way…
Zwerven door Frankrijk…(twee weken)
Corona waart door de wereld. Veel is niet mogelijk. Ik had gehoopt naar Ierland te kunnen, maar dat wordt zelfs op het laatste moment niets. Engeland van hetzelfde… Ik wil toch graag ergens naartoe buiten onze twee kikkerlandjes, die weliswaar veel moois te bieden hebben, maar die ik al te goed ken en waar het overal veel te druk is. Het gaat me niet en ik moet er verder uit. Wat wel mogelijk is, mits wat aanpassingen hier en daar, is Frankrijk. Normaal gesproken ga ik niet snel ergens twee of drie keer terug, maar nood breekt wet. En als ik er een grotere zwerftocht van maak, zie ik toch veel nieuws. Frankrijk is groot, dus ….
Zoals altijd een beetje planning vantevoren. Dat heet, planning is een groot woord. Ik zorg altijd dat ik een idee heb van afstanden. Op twee weken moet een kilometer of 4000 ongeveer best kunnen. De andere vakanties waren niet veel minder. In dat licht bekijk ik de mogelijkheden. En ik kijk wat er zoal te vinden is aan bijzonderheden. Veel ken ik al van vroeger jaren, maar als je dat slim combinnert met wat nieuwigheid, is een revisite geen ramp, integendeel.
In het kader van rust heb ik geen zin om drukke grensovergangen te riskeren, met bijbehorende files die nergens goed voor zijn. En hoezeer ik ook hou van zeekusten, dit jaar gaat het anders. Ik hou ook van bossen en de Ardennen en ik weet dat ik achter Dinant simpel de grens over kan, het is maar een weggetje en een brug over, in alle rust en het is er ook mooi. Dus ik beslis daar te starten en de champagnestreek in te duiken. Verder zien we wel…
Zo gezegd, zo gedaan, op vrijdag na het werk ga ik op pad. Eerste slaapplaats niet te ver weg, Givet, net over de grens. Vanaf Dinant volg ik de maas. Een prachtig stuk, waar ik al meer over verteld heb. Geen lange rit, een twintigtal kilometers, maar het zijn er van de mooiste, zeker ook zo tegen de avond met mooi weer. Zoals gedacht is het daar nu niet druk en ik rij op mijn doodsimpele gemak naar Givet. De camperplaats daar is er eentje waar ik al eens graag ga staan. Niet heel ver weg, mooie plek aan de maas, met een gezellig dorpje erbij, what more could you wish for…
Om 7 uur ’s avonds kom ik er aan, bijna geen campers te zien, lekker rustig. Het weer is goed, let the vacation begin… In Frankrijk is het nog geen vakantie en veel mensen durven of willen niet op pad, dus voorlopig gaat het heel kalm zijn en that’s right up my alley…



Zaterdagochtend…de zon geeft een hoopvol begin van de dag. Wat ik ergens gedacht had, wordt wel waarheid, omdat ik volop in het binnenland zit, minder kans op mooi zonnig weer. Ik rij bergachtig gebied in en dat is waar buien graag tussen bergen blijven hangen. Nu nog niet veel, maar hoe verder ik kom, hoe meer kans . Het is geen slecht weer, absoluut niet, maar veel bewolking over het algemeen.
Ik vertrek, benieuwd wat er gaat komen. Eerste doel, Charleville-Mézières. Ik rij de brug van Givet over en vervolg mijn weg langs de Maas. Altijd een beloning. Een mooie weg met stunning views…




Charleville-Mézières is een oude stad met die typische Franse hautaine sfeer. Oude, degelijke gebouwen die duidelijk het hele stadsbeeld bepalen. Daar ben ik al blij om, want veel steden mixen tegenwoordig moderne architectuur onder de oude en dat doet geregeld pijn aan de ogen. Ik hou er echt wel van als een oude binnenstad in haar waarde wordt gelaten. Nieuw is onvermijdelijk, maar liever erbuiten… Neemt niet weg dat ik met een uurtje wel een duidelijk beeld van de stad heb en niet direct het idee heb er nog vanalles te willen ontdekken. Dat is smaakgericht natuurlijk, veel mensen doen niet liever dan er een of twee dagen rondhangen.


Volgende stop, Sedan. Ook zo’n zelfde soort stad. Voornamelijk bekend vanwege zijn burcht, de burcht van Sedan is het grootste militaire fort van Europa. Dat wil best wat zeggen. De stad zelf heeft ook best wat moois te beden. Maar wat ik zie op tripadvisor, staaft mijn idee, als je bij beide steden de tien tips leest die er te doen zijn, ligt de helft van de tips buiten de stad… Mooie steden qua architectuur, beide dat aangename oude karakter, maar beide ook goed voor een wandeling van een uur of twee en genoeg gezien…





Ik vervolg mijn weg. Niet veel foto’s rijker, maar wel veel indrukken en gedachten rijker. En das ook mooi. Het is heerlijk om in Frankrijk over die D-wegen te rijden. Doorgaande wegen die alles met elkaar verbinden en zorgen voor constant mooie uitzichten. Voor vandaag eindigt mijn trip in LaChaussée, domaine du vieux moulin. Een camperplaats bij een oude molen en boerderij met een grote vijver (maatje klein meer) en verschillende visvijvers. Er staan 5 campers. Rust, kalmte en puur natuur. Met een concert van kikkers en krekels en een keur aan watervogels. Ik ben blij dat ik elke keer weer aan water kan staan, dat is toch waar ik altijd naar zoek, hoe dan ook . Een zalige avond met weer een aangename wandeling…
Zondagochtend, op weg naar Metz. Een mooie rijke stad in deze streek. Onderweg kom ik langs Ars sur Moselle, waar een heus Romeins aquaduct langs de weg staat (althans toch behorlijke resten ). Heel imposant om te zien!

Metz is een erg mooie stad. Het is regenachtig, maar dat weerhoudt me er absoluut niet van om er een uur of drie rond te lopen en zo weinig mogelijk te missen. Een espresso op een terrasje doet altijd goed en ook een traditionele gevulde pannenkoek mag niet ontbreken (het heet galette…)…
Nog een ritje van een tweehonderd kilometer te gaan nu. Ik ben vanuit Sedan naar het oosten getrokken, dacht Metz en Nancy beide te doen, maar ik laat Nancy voor wat het is. ik heb eens wat gesnuffeld in google maps en ik wil eigenlijk best wel naar Clermont Ferrand, het geboed van de vulkanen. dat belooft indrukwekkend te zijn. Dus ga ik grofweg die kant op en ik pak onderweg nog 1 stad mee, Troyes. We zullen zien wat de trip brengt…
Dus…van parc naturel régional de Lorraine steek ik door naar parc naturel régional de la forêt dÓrient. Via Bar le duc en Saint Dizier. Een indrukwekkende weg. Om half zes kom ik aan in Radonvilliers. Een kleine camperplaats aan het meer . Ruisseau du temple. Surprise surprise, er staat…niemand! Totaal leeg, de hele plek voor mij, met mijn snoet aan het water. Het kikkerconcert is alleen voor mij. De watervogels niet te tellen. Het is prachtig. Een lange avondwandeling mag niet ontbreken. Ik ben net op tijd terug, als ik bij de wagen kom, zie ik een gitzwarte bui aan de overkant van het water. Ze komt met een noodgang op me af. Het is een speciaal zicht, om zo’n bui over het water te zien razen. Een muur van regen komt dwars over het water op me aangevlogen en ik ben net op tijd in de wagen…



Tijd om mijn logboek bij te werken en nog wat over de kaart te kijken. Heel toevallig zie ik iets staan wat mijn aandacht trekt…Een gallo-romeins theater. Dat heb ik eerder gemist. Het ligt een stuk terug op mijn route, maar ik vind het belangrijk genoeg om dat stuk terug te doen. Het is niet alle dagen , dat je een theater van die maat in die staat te zien krijgt. Het ligt in Grand en in zijn hoogtijdagen was het een van de grootste van het Romeins rijk, goed voor maar liefst 17000 toeschouwers. Het is opgegraven, veilig gesteld en er zijn wat verbouwingen aan gedaan, in stijl. Het is mogelijk gemaakt voor bezoekers om ongeveer overal te kunnen gaan en staan , waar je wil. Alles is heel goed te zien en met de fantasie die ik heb, kan ik me een heel levendig beeld vormen van hoe het geweest moet zijn ….Een prachtplek. Er is bijna niemand en ik ben heel blij dat ik het gezien heb…
En dan een boterham met mooi uitzicht en weer op weg in de goeie richting. Rond een uur of vier kom ik aan in Chamouilley. Camperplaats aan het canal entre Champgne et Bourgogne. Een prachtplek aan een park aan het water, met een klein jachthaventje. Wc, douche, alles aanwezig. Niemand anders daar. Alle rust. Zalig…




Dinsdag. Vandaag eerst naar Troyes. Dat is een stad die mijn interesse wel heeft….Een oude middeleeuwse stad aan de Seine. Het is de champagnehoofdstad. Leuk detail…het centrum heeft de vorm van een champagnekurk… Het is een genot om er rond te wandelen. het is een groot centrum, heel veel gebouwen zijn nog oud, veel vakwerkhuizen met veel hout. De gemeente heeft haar best gedaan om veel sfeer aan te brengen…waterpartijen, veel beelden, alles opgeruimd en netjes. Aangenaam koffie drinken op een klein terrasje aan het water en toch een uur of vier ronddwalen en genieten. Een stuk na de middag begint het me toch echt wel veel te druk te worden en rond half drie vind ik het wel welletjes.
En weer op weg dus. Een 180 kilometer door. De omgeving wordt steeds bergachtiger. Veel groen, veel moois om te zien onderweg. Rond half zes kom ik aan in Vandenesse-en-Auxois. Een prachtige camperplaats aan het water, bij een klein dorpje. Met zicht op het chateau van Chateauneuf, een stuk verderop op de heuvel. Prachtig zicht en een prettig pittige avondwandeling in het vooruitzicht…






In de ochtend vertrek ik op tijd richting cascade de Souteyros. Toch wel een driehonderd kilometer te gaan. Maar het ligt op de weg naar Clermont Ferrand en ik wil die waterval graag zien, dus voor vandaag staat ze op de planning. Het is best even opletten en zoeken, maar de parking vind ik vrij vlot, in the middle of nowhere, tussen de koeien. De hele dag heeft het weer zich gedragen, maar op het moment dat ik uitstap en een stuk de weg ben afgelopen, komt er een enorme stortbui aanwaaien. Te laat en te ver om terug te gaan naar de auto, ik schuil dus maar onder een paar bomen bij een oude schuur. De regen komt zo hard neer, dat ze twintig centimeter terugkaatst van het dak. In no time staat alles blank. De bomen houden het gelukkig redelijk doenbaar. Een gitzwarte onweersbui, die pas na zo’n twintig minuten is overgewaaid. Als het droog is, loop ik verder. Het paadje door de bossen, de berg af, is gruwelijk glad en ik heb mijn wandelstok erbij nodig. Na een wandeling van een half uur, bereik ik de waterval. Niets overdreven, ze is heel mooi en indrukwekkend. Recht omlaag langs de rotsen, tussen de bomen door. Ik kan het niet laten me een weg te zoeken om de mooist mogelijke foto’s te nemen. Blij dat ik mijn wandelstok meeheb, anders was het hier of daar wel fout gegaan. Maar ik hou het droog…
Genoeg excitement voor vandaag. De camperplaats die ik voor ogen heb, ligt nog maar een klein uurtje rijden verder. Rond vijf uur kom ik aan in St.Etiennes, aan de Loire. Dit stuk Loire lijkt bijna een meer. De weg naar beneden is brutaal steil en lang, mijn remmen gloeiend heet en stinken , tegen dat ik beneden ben, maar het is het waard. Het is een perfecte plek, onder bomen, met zicht op het water, er is een restaurant, zeilschool, voor elk wat wils…






Donderdag. Vandaag Clermont Ferrand en Puy de Dome. Een van de belangrijkste sites om de vulkanen te bezoeken. Nog een kleine 150 kilometer te gaan. Maar eerst even van de camperlaats af , terug naar boven en een stukje verderop. Daar is een dam in de Loire, Barrage au Grangent en daar ligt ook Ile de Grangent. Alles voor mooie foto’s, niet het beste weer daarvoor, maar toch zeker even een stop waard…





Rond elf uur draai ik de parking op bij de Puy de Dome. Het is de belangrijkste van de chaîne des puys. Een keten van 80 vulkanen, die daar in de streek bij elkaar liggen. Oude vulkanen die niet meer werken, maar je ziet heel goed de kraters. Het is een indrukwekkend zicht. Zeker van boven. Je kunt de puy bestijgen via wandelpaden, het geitenpad en het muildierpad, moeilijk en heel moelijk. Maar ook per tandradtreintje. Ik kies voor het laatste om naar boven te gaan. We stijgen naar 1465 meter. Op de top een meteorologisch station en een gallo-Romeinse tempel. Een indrukwekkend zicht. Van boven zie je heel goed tientallen vulkanen liggen. Het enige dat tegenvalt vandaag is het weer, we lopen letterlijk in de wolken. Dus het parasailen waar ik me op verheugd had, gaat niet door. Alles is gecancelled. Dat is een tegenvaller. Maar de ervaring is er niet minder door. Na een lekkere koffie, te voet terug naar beneden. Een wandeling van ongeveer twee uur. Mocht het stijgen lastig lijken, afdalen is er niet minder om, maar het doet deugd, veel deugd… Een hele ervaring rijker…
De vrijdagochtend is er weer een van nieuwe keuzes…Ik had in de buurt nog een grote bergtop willen doen, maar het was gisteren al geen best weer, hoewel het aardig droog is gebleven. Vandaag nog slechter en ze verwachten heel slecht weer. De bergen om me heen zijn mooi, maar benauwen me. Dus beslissing…maken dat ik wegkom. Jaren geleden ben ik de kastelen van de Loire gaan bezoeken, daar ga ik weer even terug. Niet om ze allemaal te zien, maar mijn basisplan is, om naar het grootste te gaan, Chambord en dan nog Le Clos Lucé, het huis en werkplek van Leonardo da Vinci, een van mijn idolen. Hij heeft onder andere ook de grote dubbele wenteltrap in Chambord ontworpen, twee trappen die om elkaar heen draaien en waar je elkaar nooit kan zien… Het plan is verder om langs de Loire af te zakken naar de monding van de Loire en dan omhoog, de zuidkant van Bretagne in.
Vandaag eerst naar Chambord dus….Een kasteel uit de zestiende eeuw, het grootste en wellicht mooiste van Frankrijk. Gebouwd in opdracht van koning Frans 1. Ontworpen door Leonardo da Vinci. Het is nooit permanent bewoond geweest, alleen bedoeld voor jachtpartijen en feesten. Decadentie alom. 440 kamers en niet om in te wonen. Prachtig gelegen in de bossen aan de Loire, op een domein van 5500 hectare, met een 32 kilometer lange muur eromheen. Alles aan dit kasteel roept cijfers, cijfers, cijfers. Alles is indrukwekkend en mooi. Een plek vol superlatieven. Als je een kasteel gezien hebt, heb je ze eigenlijk allemaal wel gezien, dus ik ga ze niet allemaal doen, zeker ook vanuit het standpunt van budget… Maar deze kan ik niet laten liggen…
Na een aangename nacht nabij Chaumont, aan de Loire, weer op pad. Ik volg de Loire zo dicht ik kan. Het is een beetje vreemd om te zien, zo’n brede rivier zonder scheepvaart. Normaal zie je op rivieren van deze maat best wat scheepvaart, maar de Loire is van ander kaliber. Mooi in veel groen, bezaaid met zandbanken en eilandjes, hier en daar eens een kleinere boot, die gebruik maakt van wat een vaargeul zou kunnen zijn, maar voor de rest stil en leeg. Watervogels maken er hun domein van, een prachtige rivier die zich majestueus, leeg en stil door het landschap slingert, steden en dorpjes aan haar zij, de meest uitgelezen plekjes om wat in de zon te zitten mijmeren, om onder een mooie oude boom wat schaduw op te zoeken, om te picknicken, een genot om erlangs te rijden.
De berichten in het nieuws worden er ondertussen niet beter op. Gruwelijk aanhoudend noodweer in de berggebieden, war ik geweest ben. Blij dat ik daar op tijd weg was, Het belooft niet veel goeds, denk ik zo. En die gedachte wordt snel bewaarheid, als de berichten uit de Ardennen, Duitsland en Limburg komen , waar de regenrivieren razendsnel stijgen. Al dat water komt uit Frankrijk en dat is deze keer wel pijnlijk duidelijk…
Vnadaag is ook de dag dat de Fransen vakantie krijgen. Hektiek op de snelwegen, blij dat ik daar lekker wegblijf. Het wordt langzaamaan merkbaar drukker overal.. Ik denk dat veel Fransen in eigen land blijven en dat begint duidelijk te worden. Maar het blijft goed te doen.
Vandaag op naar le clos Lucé in Amboise. Le clos Lucé houdt het midden tussen een klein kasteeltje en een rijke oude villa. Gebouwd in 1477. Vrij simpel eigenlijk, baksteen en natuursteen, eenvoudig maar comfortabel ingericht, geen grootse grandeur, zelfs voor die tijd niet. In 1490 verkocht aan koning Karel VIII. In 1516 werd het ter beschikking gesteld aan de grote Leonardo da Vinci, die er drie jaren woonde en werkte. In 1519 stierf hij op het landgoed. Onder meer de Mona Lisa heeft hij daar geschilderd. Nu is het een museum ter nagedachtenis aan hem, aan zijn uitgebreide werk, zowel schilderwerk, als schrijfwerk, architectuur en vooral uitvindingen. Ik ben groot fan en wil dat absoluut gezien hebben. Hij was een man met veel visie en zelfs de tuin, waar veel werk van hem levensgroot is tentoongesteld, is door hem ontworpen en alle planten zijn door hemzelf uitgezocht. Zelfs daar wist hij veel van. Een plek om uren door te brengen. Corona en mondmaskers en voornamelijk in beweging moeten blijven, zorgen ervoor, dat ik niet teveel kan blijven hangen, maar het belet me niet om alles zo goed mogelijk te bekijken en te genieten. En eenmaal weer buiten, in de tuin, kan het mondmasker af en is het mogelijk om eens wat langer ergens te blijven kijken. Iets dat ik niet gemist zou willen hebben…
Vol indrukken en nog lang nagenietend, vervolg ik mijn trip langs de Loire. Ik rij een heel stuk om in de buurt van Nantes te komen, waar ik morgen wil gaan kijken . Niet direct naar de stad zelf, maar er zijn twee dingen die me meer dan interesseren, het museum van Jules Verne en “les machines de l’Ile” .
De volgende dag ben ik al op tijd in Nantes. Ik vind een mooi parkeerplekje in de schaduw van een grote boom, vlakbij het museum. Het museum van Jules Verne is gevestigd op een hoger gelegen stadsdeel, in het huis waar hij gewoond heeft. Achteraf een beetje een tegenvaller, er is een behoorlijke hoeveelheid dingen on display, maar van het interieur van het huis is weinig terug te zien, het staat vol met displays en sfeer krijg je er niet echt te pakken. Maar goed, veel van zijn werk is uitgebeeld en daar gaat het toch voornamelijk om, het is goed het gezien te hebben…






Aan de andere kant van het water een totaal ander spektakel… les machines de l’Ile… Een soort van “levend” kunstproject op de voormalige scheepswerfterreinen. De kunstgroep “la machine” vervaardigt en toont hier grote mechanische objecten in een soort fantasy-steampunksfeer. Een beetje hommage naar het werk van Jules Verne ook, maar ook verweven met de industriële geschiedenis van de stad. De projecten gaan ook wel eens op reis, ik heb er al eens iets van aan de kust gezien en in een reuzenoptocht in Antwerpen. Maar voornamelijk hier in Nantes op eigen terrein te zien in een soort van permanente tentoonstelling. Ook de werkplaats, waar alles wordt gebouwd, is vanaf een hoger gelegen looppad te bezichtigen. Als ik de woorden industrieel en steampunk gecombineerd zie, gaan bij mij allerlei lampjes branden, daar moet ik zijn… En ja hoor, je kijkt je de ogen uit. Een carroussel van drie verdiepingen vol fabelachtige, mechanische dieren, waar je ook als volwassene in kan, een gigantische olifant van hout en staal, waar wel 30 mensen in en op kunnen, die rondloopt(rijdt), een hele droomwereld waarbij je het net kan laten ook even aan avatar te denken, een gigantische constructie van een boom waar je in kan , een grote mechansche spin, je kan het zo gek net denken, Steampunk en mechanica all over, alles beweegt, alles werkt, alles kan, puur kunst en genieten…
Rond een uur of twee neem ik in stilte afscheid, ik stap weer in mijn wagen, eet iets en rij weer verder. Het wordt te druk en het is goed geweest. Nog een stukje Loire en ik ben aan de monding. Iets naar het zuiden ligt La Rochelle, bruisend havenstadje aan de kust. De Atlantique is duidelijk merkbaar totaal anders hier. Waar het in Ierland een en al ruige rotskust is, is het hier toeristisch strandparadijs. De zon brandt, de mensen lopen elkaar voor de voeten en het is puur strandvakantiesfeer.
Ik parkeer en verken het stadje. Eigenlijk minder te zien dan ik dacht, maar er is een grote markt en dat trekt me altijd wel. Veel antiek en brocante, zalig om doorheen te snuisteren. En bij een kraampje doe ik een prachtige ontdekking. Een lokale kunstenaar, nog vrij jonge kerel, die metaalkunst maakt. De mooiste beeldjes en beelden, helemaal in fantasy sfeer Totally up my alley…Guy Fautsch is zijn naam en vergeten ga ik hem zeker niet. Ik heb een fijn gesprek met hem, hij vertelt me van zijn passie en ik geniet van zijn werk. Onbetaalbaar, natuurlijk, maar wie weet, hopelijk, ooit… 1 dingetje was toevallig wel betaalbaar, een klein, simpel bootje. Helemaal niet perfect afgewerkt ofzo, maar dat doet het hem nou net. En de vorm is pure energie, je ziet dat bootje razendsnel door de golven razen. Perfect. Ik ben er trots op. Blij weer iets nieuws te kennen…
Rond vijf uur ga ik weer op weg en een halfuurtje later sta ik in Nieul-sur-mer, op een mooi plekje aan de baai, aan een weg vol visrestaurants. Officieel vanuit het binnenland weer terug bij de zeelucht… Een mooie avond, lekkere vis en een lange wandeling om de dag te beëindigen…meer moet da ni zijn…



En zo wordt het maandag…verdere plannen…een beetje langs de zuidkust van Bretagne omhoog en zien wat het brengt. Eerst en vooral even naar de monding van de Loire, Saint-Brevin-les-pins. Daar, niet ver van de brug naar Saint Nazaire, ligt een kunstwerk half in het water en dat lijkt me zeker even de moeite van het kijken waard. En vermits ik er toch ongeveer langs moet als ik noordwaarts de kust volg… Het is het geraamte van een monsterslang, le serpent d’ocean. Gemaakt door de Chinees-Franse kunstenaar Huang Yong Ping. Een groot deel van het skelet ligt bij hoogtij onder water, dus het lijkt alsof het enorme beest zo uit het water komt. Als je er komt met hoogtij heb je natuurlijk een beetje pech, want dan zie je maar de helft. Maar het is meer dan de moeite!



Het zijn de kleine stops en de dingen onderweg die een mens heel blij kunnen maken. Zo ook de velden waar ik tussendoor rijd, versgemaaid hooi, velden vol vogels, zelfs hele groepen oooievaars. Klein maar fijn…




Een lunch met mooi zicht en weer verder onderweg, genieten. Ik stop vandaag in Guiniac. Een camperplaats langs een stuk weg tussen twee waters. Veel natuur, veel vogels, veel wandelen, veel van het goede…
De dinsdag brengt me langs velden vol zonnebloemen en veel moois naar Carnac. Deze plaats staat bekend om zijn velden vol menhirs. Hier heeft Obelix echt zijn best gedaan. Indrukwekkend om te zien en met mijn fantasie kan ik me levendige voorstellingen maken van hoe het geweest moet zijn en hoe belangrijk het was voor de mensen. Beetje surrealistisch wel, zoveel menhirs in die velden… De menhirs staan over een afstand van 8 kilometer in vier gehuchten van Carnac. Er zijn een aantal heel grote bij, eentje zelfs tot twintig meter, maar die heeft de tand des tijds niet echt overleefd. In Le Menec staan 11 rijen, gerangschikt van groot naar klein. In Kermario meerdere grafheuvels, stenen over 1,2 kilometer afstand met de grootste 7 meter. In Kerlescan 13 rijen met 540 menhirs en nog wat verderop nog eens 100. In totaal nog 2600 van de oorspronkelijk naar schatting 11000 stenen. Het begin ligt rond 5000 v. Chr., veel gerelateerd aan diverse rituelen. Op een rijke plek als deze voel ik veel energie, dit laat me niet zomaar koud…





Mijn weg leidt me verder naar Quiberon. Oude havenplaats, absoluut gezellig om rond te lopen, leuke camperplaats aan het water. Ik reserveer een boot voor morgen, boot naar het eiland Belle Ile. Een klein eiland met iets waar ik graag naar ga kijken….l’Apothecairerie. Een zware rotskust met grote grotten. Tja, rotskust, grotten, dat hoef je maar 1 keer te zeggen…
We komen aan op het eiland in Le Palais, klein havenstadje en eigenlijk enge toegang voor het eiland. Leuk klein plaatsje. Ik huur een scooter en snor vlot naar de andere kant van het eiland, toch zo’n 8 kilometer verderop. Bij Sauzon. Gelukkig ben ik vrij vroeg, want later op de dag lopen hier zoveel mensen, dat het niet meer leuk is.
Een korte wandeling brengt me op de rand van de kliffen en daar kan ik niet stoppen met kijken. Inderdaad indrukwekkend wat het water daar met de rotsen heeft uitgehaald…
UIteindelijk moest ik toch terug om de boot weer terug te nemen. Ik rij terug, lever de scooter weer in en kan het niet laten om eerst aan de waterkant nog te genieten van zo’n heerlijke galette met saucisse Bretonne… Dan de boot terug en weer op pad.
Ik rij nog een uurtje door en kom rond zes uur aan in Étel, mooi plekje aan het water.
De volgende ochtend begint met de markt van Étel, voor ik doorrij naar Concarneau. Dit is een stad met een heel oud stadsgedeelte met omwalling, dat in de haven ligt. Ziet er heel mooi uit en ik ben heel benieuwd. Maar daar… haalt Corona een pchychologisch trucje met me uit… De oude stad ziet er mooi uit van de buitenkant. Ik loop erheen, zet mijn mondmasker op en ga door de eeuwenoude stadspoort naar binnen….om een mensenmenigte te zien die langzaam als dikke pap door de straatjes dromt. Je moet over de koppen lopen. In een klik krijg ik een enorme tegenzin en ik draai me om. Ik heb al een paar dagen veel teveel toeristen getrotseerd of proberen voor te blijven. En nu is het gewoon even niet leuk meer. Dit voelt totaal verkeerd, dus ikke foetsie. Ik heb wat foto’s , heb een deel gezien en zal nog wel eens terugkomen als het beter past…





Met een wee gevoel in het hart achter het stuur. Zonde dat die mensenmassa’s altijd alles moeten verpesten. Maar zeker nu is dat nu eenmaal niet anders. Ik rij verder, Brest voorbij. Camperplaats in Bertheaume, met uitzicht over de zee van hoog op een klif. Vlakbij mijn wagen kan ik de GR34, het lange afstand wandelpad, op lopen, dus dat is wat ik die avond doe. Nog even genieten van de laatste avond aan deze zijde van Bretagne. Het is genoeg geweest met de Atlantique toeristen voor mij. Morgen de hoek om en nog even langs de Noordkust op mijn gemak en zo huiswaarts.






De terugweg doe ik in drie dagen. Plaatsen die ik al ken, maar waar ik me goed voel. Ik heb ze al beschreven, dus dat doe ik hier niet dubbel. Vandaag slapen bij Mont Saint Michel. Puur voor het zicht, en een wandeling door de weilanden, slikken en schorren. ’s avonds. De hele Mont Saint Michel is nu compleet mondmasker en drukte, daar kan ik mezelf niet overheen zetten. Dus genieten van de natuur, het uitzicht en mooie herinneringen.
Tweede dag naar Cap Gris Nez. Toch nog weer even op dat plekje terug en Engeland zien. Mooie wandeling door de duinen en langs het strand, langs de krijtkust. Een goed gesprek met een oude schilder, die daar naast me al twee maanden staat met zijn camper en elke dag buiten zit te schilderen en zijn werk aan de talloze voorbijgangers slijt. Eenvoudig en zo rijk, die man.

En de dag erna het laatste trotje naar huis… Het is mooi geweest. Niet onbezorgd zoals andere jaren en ook met wat meer bedenkingen en nadenken, niet helemaal 100% accu laden, maar het is toch meer de moeite waard geweest dan thuis blijven. Ik ben er blij mee en kijk weer terug op een mooie trip…
Zuid-Engeland, a roundtrip in two weeks…
Juli 2022, Een campertrip door 11 graafschappen, 2642 kilometers, 16 dagen, 1762 foto's, een vleugje durf en avontuur, een trip met overweldigende uitzichten, met overal mooie dingen, en bijna niet anders dan zon, een aangenaam windje en minstens 24 graden, slechts twee keer een paar druppels regen. Weinig meer dan constant feelgood...
Degenen die mij een beetje kennen, weten dat Engeland een van mijn favoriete landen is. Simpelweg omdat het groot is en omdat het overal anders is, omdat er overal veel te zien is, omdat het een “ouder” land is, met natuur in grote oplages en overal fifty shades of green… Een land om telkens terug te gaan en nooit hetzelfde te zien. Wegen met veel bochten en achter elke bocht een verrassing. Geen goedkoop land echter en nu het geen Europa meer is, heb je ook nog een reispas nodig, om het nog maar wat duurder te maken… De Corona heeft me een aantal jaren tegengehouden en nu was het dus hoog tijd om weer eens te gaan. Veel heb ik al gezien en verkend, een stukje zuid-Engeland ook, maar dat was met name Kent en directe omstreken. De rest van het zuiden nog niet en dus kijk ik daarnaaruit, met name een aantal highlights op mijn verlanglijstje, maar verder zowiezo Devon, Cornwall en Dorset, de grote namen… Niet teveel plannen, alleen zorgen dat de belangrijke dingen op mijn lijstje zeker afgevinkt kunnen worden deze dagen, voor de rest… niet teveel planning en zeker nergens stressen om ergens “op tijd”te raken. Lekker zwerven en zien wat er voor mijn wielen komt…regelrecht uit mijn logboek…
Vrijdag 8-07-2022
Vrijdag? Jazeker. Ik hou de boel (en mezelf) graag wat voor de gek. Ik heb twee weken vakantie en die beginnen normaal op zaterdag, maar als ik wegga, ga ik graag iets eerder, dan ben ik alvast onderweg, dat voelt anders. Alles wat je extra kan pikken is meegenomen, om het maximale uit je trip te halen…
Nine am. De auto in orde, start en onderweg. Let the next adventure begin. Vanmiddag rij ik links, vanavond slaap ik links…
In tegenstelling tot het kille weer van gisteren, doet de zon nu prima haar best om de boel lekker op te warmen en de sfeer er goed in te brengen. De blauwe lucht met hier en daar nog een wit pluimpje geeft extra vakantiegevoel. Nog een korte stop bij het eerste het beste tankstation op mijn weg omdat ze daar Starbucks hebben en tja, …dat dus…
Op naar Calais, royaal op tijd dus geen haast, dat is belangrijk. Politiecontrole bij de Franse grens zorgt voor een korte file, maar meer dan een kwartiertje gaat dat niet zijn. Het vlot best. Rond half twaalf in Duinkerke bij Carrefour de tank volgegooid, want de prijzen zijn hier bijzonder veel aangenamer dan bij ons en dat scheelt een slok op een borrel, zeker met Engeland in het verschiet…
Iets na de middag op een sukkeldrafje Calais binnen. De boot is vertraagd. Uiteindelijk kiezen we om kwart voor drie het ruime sop, om rond kwart voor vijf (Engelse tijd) de linkerzijde van de weg op te zoeken.


Slaapplaatsen leg ik nooit vast. Ik probeer iets in te schatten van waar ik ongeveer zou kunnen belanden en dan zie ik wel. Dat doe ik elke dag voor de volgende dag, om iet of wat een richtpunt te hebben, maar als het afwijkt, dan wijkt het af. Met een paar goeie apps, vind je altijd wel iets en das dan altijd een aangename verrassing. Ik had voor de eerste dag gemikt op Eastbourne. Het begint met wat verkeersoponthoud, maar al vlot komt er schot in en de rest van de weg verloopt vlot genoeg om dat eerste punt te halen. Netjes voor etenstijd draai ik de parkeerplaats op van Beachy Head, een groot infopunt en pub-restaurant op de kliffen daar, waar je op de parkeerplaats rustig kan overnachten met een spetterend uitzicht over de zee en over het iets verder gelegen Birling Gap met de Seven sisters. Fenomenaal. Het Belle Tout lighthouse (nu omgebouwd tot one of a kind B&B met machtig uitzicht) ligt, iets verderop, hoog op zijn klif te stralen in de avondzon. Het tegenlicht van die zon laat de hele baai vervagen in een misterieuze mist. En als je bovenop de klif staat, zie je iets terug Eastbourne liggen stralen in al zijn witte pracht.
Life can be nice…


Zaterdag 9-7-2022,
Om zeven uur word ik wakker onder een strakblauwe hemel met de zon al een hele stuk boven de horizon. De tijd scheelt daar nog eens een uur, dus het is daar nog eerder dag dan bij ons. Ik pas me aan aan de Engelse tijd, dus dat is, in vergelijking met onze tijd, rustigaan doen. De zon straalt en hier en daar zorgt een klein wit wolkje voor wat extra aanvulling in het beeld. Een zacht zeebriesje maakt deze ochtend compleet. Met een tas koffie bovenop de klif…een majesteitelijk uitzicht met overal real-life schilderijen.

Rond negen uur vertrek. Eerst een paar kilometer verder slechts, naar Birling Gap, waar ik een mooie wandeling kan maken en genieten van het stralend zicht op de Seven sisters, een reeks white cliffs, die royaal indruk maken. Natuurlijk kun je hier, net als overal , urenlange wandelingen maken en hele dagen vullen, maar ik wil toch echt rondom zuid-Engeland, dus , keuzes, keuzes, keuzes…

Onwards… om elf uur kom ik aan in Brighton.grootste en oudste badstad van Groot Brittannië, compleet met monumentale pier, ook groot en oud, American style. Zeker aan de kustzijde veel nog Victoriaanse gebouwen en hoewel er ook veel verval is, wordt veel opgeknapt en ziet het geheel indrukwekkend uit, zeker als je wat fantasie hebt en je gedachten als vanzelf terugdwalen naar vroeger tijden…









Bij die echte Engelse badplaatsen, hoef je eigenlijk niet veel verder de stad in te gaan. Veel spectaculairs is daar meestal niet meer te vinden. Engeland is gek op de kust en een badplaats is een badplaats en volledig gericht op de waterkant, al van vroeger uit. Vlot genoeg, een uurtje of twee later, ben ik dus alweer onderweg. Veel foto’s en mooie indrukken rijker. Ik zoek mijn weg langs de kust, ogen open voor al wat er te zien is ( en voor het verkeer ook natuurlijk…). De weg leidt me tot even voor Portsmouth. Een heel geweld van allerlei stukken water en stad in gedeeltes. Omdat ik van plan ben, vanaf hier het binnenland in te duiken, op weg naar Stonehenge, moet ik voor Portsmouth blijven en heeft het geen zin me in die griebus te begeven. Dus ik kies voor Havant. Daar ligt de Ship Inn, een mooie oude pub, aan het water. Overnachten op diens parkeerplaats, met de snuit aan het water, is mogelijk, dus …


Prachtige plek, niet zee, maar een stuk water meer naar binnen, met droogvalstukken, mooie natuur, een keur aan watervogels en mooie plaatjes. beter hier dan aan de kust, waar het barst van de mensen. Hier is het rustig, zeker wat later op de avond. Een mooie avondwandeling maakt het af…
Zondag, 10-7-2022,
Om half negen ga ik weer op weg, alle zintuigen open en benieuwdigheid op scherp. Op weg naar iets dat ongeveer bovenaan mijn bucketlist staat, iets dat me altijd volop bezighoudt en intrigeert, waar ik veel van weet maar nog nooit heb kunnen aanschouwen. Today is the day…
Stonehenge is een van de oudste bouwsels met religieuze en culturele bedoeling, ter wereld. Van lang voor de piramiden, lang voor alles anders. het verhaal begon met alleen een vorm van de grond, daarna kwam een houten structure, daarna steen. Er zijn postholes gevonden van 8000 bc, het echte Stonehenge verhaal begint rond 3500 bc, lang voor enig ander gebouw of bouwsel. De hele plaats daar is dus zeker al vanaf 8000 bc belangrijk voor de mensen. Een en al kippenvel gegarandeerd, als je je er een beetje mee bezighoudt en wat voorstellingsvermogen hebt…
Rond kwart voor tien rij ik langs Stonehenge, zelfs vanaf de weg is het al indrukwekkend beetje kleiner dan ik gedacht had, maar meer dan overweldigend. Het zien alleen al geeft een speciaal gevoel. Met recht een magische plek. Je moet een tijdslot reserveren voor je bezoek, maar eens binnen, valt dat wel mee, langer blijven is geen probleem. Er gaat een shuttlebus van het infocenter/museum naar Stonehenge zelf. Te voet doe je er toch meer dan een uur over… Het enige dat royaal tegenvalt, is de niet aflatende stroom van mensen, honderden en honderden mensen die dagelijks in rij naar en rond het monument gaan. Met wat geduld lukt het om toch wat foto’s te maken met zo weinig mogelijk mensen erbij. Makkelijk is het echter niet. Wl je echt de iconische foto’s maken met zonsopgang en ondergang, dan moet je een tour boeken vanuit Londen of Bath. Als je voldoende betaalt, heb je zelfs kans op toegang tot het hart van het monument, want daar mag verder niemand komen, om het risico op vernieling zo klein mogelijk te houden. Mensen moeten en zullen alles kapot proberen te krijgen, willen stukjes steen loshakken, graffiti moet ook kunnen…dus hebben ze alles afgezet en is er constant bewaking. Anyway, het ging me om Stonehenge en ik heb het in volle glorie kunnen aanschouwen en dat maakt me blij. Lang eromheen gezworven en de hele plaats in me opgenomen…
Een stuk na de middag, boterham weggewerkt en weer op pad, richting Bath. Pad, Bath, mooie oude stad, rijmt allemaal en het is een rijm waard, die stad, want ze is bijzonder mooi. Een oude badstad, niet aan de kust, maar meer in de zin van Spa, met kuurbaden. Van oudsher bekend om zijn badplaatsen. Een genot om doorheen te rijden ,cruisen, flaneren… indrukwekkend mooie gebouwen, parken, een stad om in stijl te verblijven. Niet dat ik dat nu ga doen, maar het komt zeker op mijn lijstje om terug te komen. Een plek die alleen al door zijn vookomen rust en chique uitademt…

Waarom kies ik ervoor om via Bath te gaan, als ik er toch niet blijf? Omdat Bath me op een weg zet naar Cheddar Gorge. Een aangename, mooie route naar een spektaculaire plek. En dan is het nog maar een klein stukje verder naar de Atlantische kust. Onderweg naar Cheddar Gorge zie ik een carboot sale. Vol in de ankers natuurlijk en rechtsomkeert. Zo’n 150 auto’s op een groot grasveld, that’s what you call a carbootsale. Altijd leuk om even rond te dwalen en sfeer te snuiven (en pollen natuurlijk…hatsjie). Dan weer verder.

Rond 16 uur kom ik door Cheddar Gorge. Majestic, ontzagwekkend. Gruwelijk hoge rotspartijen en grotten. Je rijdt letterlijk door een woeste kloof naar beneden, soms op centimeters van een rotswand, smalle kronkelweg, soms plaats voor twee auto’s, soms amper voor een. Ardennen/Luxemburg in het kwadraat, puur genieten. Alleen zonde dat je onderaan de kloof, waar je eruit rijdt, terecht komt in Valkenburg in het kwadraat. Veel teveel mensen op veel te weinig plaats, alle parkeerplekken overvol, mensen die gewoon op de weg staan en lopen, zonder nadenken of uitkijken, een dorpje met veel restaurantjes en winkeltjes, Cheddar Gorge toeristisch uitgebuit. Maar goed, voor elk wat wils, denk ik dan Ik heb genoten van de rit en het uitzicht…
Op weg naar Weston super mare. Atlantique, here I come. Onderweg passeer ik een brug en zie ik wat hogerop een toren. Eropaf… Na wat zoeken vind ik het, the church of St.Nicholas, afgezonderd, bovenop een heuvel, temidden van graven. Een oud kerkje in een oud kerkhof, toegankelijk door een hek, via een weide de heuvel op, tussen de koeien door. Met een uitzicht van jewelste. In de buurt een oude uitkijktoren, van waaruit je het volledige overicht hebt over land en water, een stuk Weston super mare, een stuk meanderende rivier, het kerkje, jachthaventje, heuvels en de zee. Zo zie je maar, al wat je onderweg ziet en waar je tijd voor neemt, kan de mooiste indrukken opleveren…



In Breandown at sea, onderaan de heuvels, vind ik een camping voor de nacht. Zicht op zee, zicht op het kerkje en de heuvels, what more could you wish for…oh ja, een lekkere douche, ook, dus…
Maandag 11-7-2022,
Een rustige start, om half tien de auto verzorgd en op weg. Een stuk zwerven langs de kust. Eerste stop, Watchet, leuk klein vissersplaatsje met gezellig haventje. Niks speciaals, gewoon een typisch oud plaatsje om even van te genieten onderweg. Even uitstappen, ronddwalen, mooie foto’s maken en weer verder.



Even na de middag ter hoogte van Blue Anchor Beach een fijn plekje langs de weg met mooi zeezicht. Perfect voor een boterhamstop. Even het gas opendraaien, keteltje water koken voor een tas soep, wat eten en enjoy the view. Meer moet dat niet zijn…
Dan weer verder op weg naar Lynton. Kilometers prachtige kustweg met zeezicht, fenomenaal zicht op zoveel plekken.





De weg wordt wat smaller en lastiger, wat meer de hoogte in, om bij Lynton met 20 tot 25 procent van de berg af te komen. het mooie stadje ligt verstopt in een kloof, plekje met een riviertje, een gorge, een haventje en een baai. Terrasjes, winkeltjes, the lot. En ook…..een oude treinlift naar het hogerop de berg gelegen Lynmouth. Het treintje werkt op waterdruk en is van 1888, perfect onderhouden en nog steeds volop in bedrijf. Slechts een van de drie in de hele wereld. Eenmaal boven kun je genieten van een machtig mooi uitzicht, met een lekkere koffie of thee met gebak. Eventueel nog wat rondkijken in het plaatsje daar en dan weer naar beneden met het stoere liftje. Een special experience!
Rond 16 uur op weg naar verder weer…. Destination Ilfracombe. We zijn in Devon en de Northdevon shoreline is gevuld met gebergte. Devon is ruig, met smalle weggetjes, met hele uitdagingen, bergop en bergaf zijn vaak niet in konkels, maar in Peppa-big-experience…recht omhoog en recht omlaag, waarbij 20 en 25 procent geen uitzondering zijn. Weggetjes waar echt maar 1 auto past , met hagen die je auto geselen en soms de spiegels doen inklappen. Weggetjes waar je ternauwernood in de eerste of tweede versnelling boven kan komen en blij bent dat er geen tegenliggers waren, weggetjes, waar je beneden komt met stinkende remmen, maar oh my god what a great view…de uitzichten die je krijgt over de oceaan, over baaien, de ongelofelijk mooi omgeving, de natuur, wat een prachtige cadeaus. Het ruige is unforgiving, maar dan komt telkens de beloning en dat is zoveel meer waard dan snel even de highway nemen en niets zien… Ja, dat ik nu de auto te lijf moet met scratch remover is mijn keuze en meer dan waard. Ik koos de scenic route, dat doe ik altijd en ik vond wat ik zocht…de valleien, bossen, wouden, fifty shades of green, hoge stoere kliffen, de oceaan in al haar glorie en real life schilderijen, all around…



Ilfracombe is een oud dorpje dat destijds door de komst van de spoorlijn is uitgegroeid tot victoriaans stadje aan de kust. Interessant, mooi, intriguing, oude vissershaven en ook toerisme. Mooie baaien, winkeltjes en veel vis-eetgelegenheden, veel meeuwen, gevaarlijke winkeltjes, mooie kunst her en der en… de tunnels…Twee tunnels door de rotsen naar beaches, een voor mannen en een voor vrouwen. Dat moest vroeger zo, om de twee gescheiden te houden. De tunnels zijn nog intact, opgeknapt en te bezichtigen en te gebruiken tegen een bijdrage. Eentje wordt geregeld gebruikt voor weddings. Druk , dus op tijd gaan kijken…

Dinsdag, 12-7-2022,
Tijdens mijn avondwandeling zag ik dat je hier diverse boottochten kan maken, dus dat heb ik gereserveerd. De boottocht is pas om 10.45 uur, dus ik heb nog tijd met hopen om rustigaan wat rond te lopen en de boel te verkennen met daglicht ook. Het regent even lichtjes, maar al snel breekt de zon weer door. het wordt weer een glorious day…
Mooi op tijd aangemeld en aan boord, de boot vertrekt goed georganiseerd, precies op tijd. Ik heb gekozen voor een rondvaart die meer natuur gericht is, langs de kust , waar je vanalles te zien krijgt en ook wat meer over de historie te horen krijgt. Een tocht van twee uur, altijd interessant. Zo zie je ook de beaches die bij de tunnels horen. Wat verderop in de zee zijn bruinvissen aan het spelen. Dolfijnachtigen die vrolijk uit het water opspringen, maar het is net te ver en te onberekenbaar om goede foto’s te kunnen maken, jammer genoeg. Wel foto’s van zeehonden, zowel grijze als witte. Altijd mooi om die in het wild te zien. Je moet even zoeken en goed kijken, want die slaapkoppen zijn goed gecamoufleerd, maar als je ze eenmaal te pakken hebt, zie je er makkelijk meer…beautiful!





Na twee uur genieten , komen we terug bij de haven, we ronden het havenhoofd met het toonaangevende beeld van Verity. Dit beeld van Damien Hirst is lang niet bij iedereen geliefd, maar veel geld maakt gekke sprongen mogelijk. Ik vind het persoonlijk wel wat hebben, maar het vereist een open mind, dat is zeker. Het beeld is twintig meter hoog en staat hoog bovenop het havenhoofd, op een stapel boeken. het is een “moderne allegorie van waarheid en gerechtigheid”. Een zwangere vrouw, die een weegschaal op haar rug houdt en een zwaard omhoogsteekt, de linkerkant helemaal gaaf, de rechterkant opengewerkt, waardoor je spieren en botten ziet en de baby in de buik ziet, een openheid, die de waarheid moet verbeelden. Geen simpel beeld, truth and justice…verity…


Rond 13 uur stap ik in een warme auto, om weer op weg te gaan. Tegen half drie verwelkomt een bord mij in Cornwall. Well and truly de hoek om en in zuidelijke richting langs de kust dus. Het mooie, ruige Devon achter me, het zeker niet minder mooie, maar langzaamaan iets vergevingsgezindere Cornwall in. De heuvels iets glooiender, de wegen iets minder zwaar en demanding, maar de natuur net zo boeiend. Wat je hier wel hebt…toeristen. Veel en meer. Cornwall is hét graafschap dat staat voor zon, zee, kust, strandtoerisme. Cornawall is surfen, Cornwall is net dat meer aan beachfun dan andere plekken. Het meest zuidwestelijke graafschap, waar je ook overal palmbomen vindt, waar een haast subtropische sfeer hangt. Zo anders dan de rest. Maar in de vakantieperiode betekent dat dus …mensen, veel mensen…

Zo pruttel ik op mijn gemak rond 17 uur Tintagel binnen. Een van de plaatsen die het meest tot mijn verbeelding spreken. Tintagel, hier vind je het kasteel waar koning Arthur geboren en getogen zou zijn. Hier vind je de grot waar Merlijn leefde. Hier leeft de geschiedenis als nergens anders. Vreemd genoeg zijn de winkeltjes al dicht. Puur gerelateerd aan het kasteelbezoek dus. Voor mij overwint het belang van deze plaats, anders was ik al weggerend. Er zijn zo wat plaatsen die mij aan Valkenburg doen denken, kan gezellig zijn, maar meestal teveel mensen op te weinig plaats en barstensvol eetgelegenheden. Valkenburg, La Roche en Ardenne, Vielsalm, Honfleur, en na Cheddar Gorge komt daar nu Tintagel nog bij. Maar de plaats is mooi, het eeuwenoude postkantoor ook. Die avond loop ik de pittige weg naar beneden, langs het kasteel. Om eerlijk te zijn, is het zelfs nog amper een ruïne te noemen, want er is echt bitter weinig over. Maar laat de fantasie spreken. Er is een vastelandkasteel en een eilandkasteel. het eiland is verbonden met het vasteland door een speciale brug. Onderaan het eiland vind je Merlin’s cave, die echt wel tot de verbeelding spreekt. Bij hoogtij met de voeten in het water aan een heel besloten baai. Indrukwekkend gevoel, hier grijpt het verleden en het verbeeldingsvermogen je volop. Als je daar een beetje in zit, kippenvel gegarandeerd… Het kasteel zelf is overdag te bezichtigen, je kunt daar bovenover lopen, over de brug, naar het eiland, je kunt naar Merlin’s cave, op gezette tijden ( nu niet, want ze waren er herstelwerkzaamheden aan het doen) en bovenop het eiland staat het beeld dat king Arthur heet, maar dat eigenlijk meer een verpersoonlijking is voor de hele riddertijd van toen. Ja, ik heb de foto’s gezien en ik vind het een mooi beeld, mede omdat je er half doorheen kan kijken en het ontzettend mooi is, zo met de ruige omgeving en met alle weersoorten. Ik weet zeker dat ik er honderden foto’s zou willen maken, alleen al van dat beeld, met alle soorten licht. Maar… de toegangsprijs is 22 pond, dat loopt dus tegen de dertig euro. En dat is voor mij toch echt wel de druppel. Rondlopen in historie en dat gevoel ervaren, zeker, prachtig. Maar pretparkprijzen neertellen, om letterlijk een paar stenen te zien, die je vanaf de weg ook kan zien en de gevoelens te hebben, die je in de hele omstreken daar ook krijgt, dat is mij iets teveel. Dus ik hou dat voor gezien. Jammer van het beeld, maar soms moet het verstand toch echt wel ingrijpen… Maar indrukwekkend mooi is het , das een feit dat zeker is.








Woensdag, 13-7-2022,
De dag begint een klein stukje terug, in Boscastle Harbour. Van hieruit begint een mooie wandeling naar de Pendragon waterfall. Een klein weggetje voert me langs een paar oude gebouwen, een gezellige plek om koffie te drinken, een heus heksenmuseum en wat huisjes, vooraleer ik bij de haven kom. En daar, op dat punt, duik je volop het verleden in. De haven is beschermd door twee machtige golfbrekers en het water kronkelt door een kloof met steile rotswanden naar zee. heel beschut haventje, machtig zicht. Onderaan een van de rotswanden zit een groot blow-hole, waar, met de juiste waterstand (normaal gesproken anderhalf uur voor tot anderhalf uur na laag-tij), water doorheen knalt en metershoog, terug naar buiten, omhoog blaast. Ik klauter de rotsen op en het zicht van bovenaf is nog imposanter. We zijn verwend met de films, tegenwoordig en de speciale effecten zie je hier gewoon life terug… Game of Thrones, Lord of the rings, The hobbit, en natuurlijk het hele verhaal van King Arthur. Alles vliegt door je hoofd en door je hart. Dit zijn momenten, dit is een omgeving, die het haar recht op je armen zet, zeker met het juiste weer en licht. Die ruige Engelse Atlantische kust, waar eigenlijk amper hedendaagse sporen te vinden zijn, gooit je onmiddelijk terug in de tijd.









De weg naar de waterval is pittig, doorkruist weilanden met koeien die voor je voeten lopen, is amper te vinden, maar heel mooi. De waterval zelf, was weinig waterval, omdat het al te lang droog was. Een beetje zonde, maar de views zijn meer dan een goedmaker…




Na de middag terug op weg. Eerste stop, port Isaac. Dacht ik dus. Leuk vissersplaatsje, maar overvol en absoluut geen parkeerplaats. Doorrijden dus. Even verder in Port Quinn gestopt voor de boterham.
Rond 16 uur kom ik in Newquay. Hier is een wereldberoemde surfbeach, Fistral beach, razend populair, met ontzettend mooie golven. Alles erop en eraan. Maar daar kom ik niet voor. Naast die beach, ligt het Headland hotel, uit lang vervlogen, sjiekere tijden. En dit hotel is nog altijd in volle stijl van toen. Pure grand-chique. Wie de film “the witches”kent, van Roald Dahl, kent dit hotel ook. Ik moest gewoon even langs, moest het gewoon even zien met eigen ogen. Een zongebronsde portier aan de poort verwelkomt me uiterst vriendelijk en nodigt me uit om vooral door te lopen en te gaan kijken, ik ben zeer welkom. Ik loop langs de oprijlaan naar het machtige victoriaanse gebouw en word aan de deur even vriendelijk verwelkomd door twee portiers. Ieder lid van de staff is onberispelijk sjiek gekleed, is bijzonder vriendelijk en knipt en buigt, altijd tijd voor een praatje. Je komt hier binnen en stapt van 2022 onmiddelijk en volledig terug in de geschiedenis. Als je was aangekomen met koets en paarden, of met een antieke rolls roice, was het ook normaal geweest. Alles in prachtig hout, grote lobbye, blinkend leer, vol ornamenten, tapijten, een portiersloge, een concierge apart, karretjes voor je koffers, een enorme ruimte om je in privacy in zetels te verpozen met een drankje, al dan niet in gezelschap, een grote eetzaal en een groot terras. Alles exclusief toegankelijk voor de gasten, alles in stijl voor de hoogsten, elke hotelgast wordt daar behandeld als royalty. Ik moet hier zeker eens terugkomen een een of meer nachten baden in luxe…





Het toerisme maakt dat het in deze streek moeilijker is, om redelijk betaalbaar te overnachten. Campings zijn gerust een stuk duurder en parkeerplaatsen weren campers. Op de parkeerplaats van een pub is hier ook uit den boze. Toch nog een redelijk betaalbare camping gevonden. Twintig pond in paats van vijftig, dat is toch iets…




Donderdag, 14-7-2022,
9 uur, de auto verzorgd, mezelf verzorgd en weer op pad. Richting Portreath, zodat ik van daar de kustweg weer kan opzoeken. Via die weg naar St. Ives, waar ik een uur later aankom. Ook hier weer een ontzettend grote parking, hogerop, zoals overal hier in die plaatsen. Een flinke wandeling door St.Ives. leuke plaats. Maar meer als badplaats dan iets anders. Engelsen denken anders. Maar het is de moeite om te stoppen, zeker ook voor strandgangers, hier is een fijn strand.



Om 13 uur weer op pad, langs de kustweg. ook hier weer kliffen en kronkelende bergweg, maar met veel uitzicht over zee. Ontzettend aangenaam om te rijden. Even voor Zennor stop ik langs de weg, voor boterham met uitzicht op zee… En dan weer onwards.


Voor 15 uur kom ik bij Lands end… Veel volk, absoluut volledig toeristisch uitgebaat. Lands End is gecreëerd door een zakenman, in de jaren 50 en moet het meest westelijke punt van het vasteland voorstellen. Technisch gezien klopt dat niet, want dat ligt ergens in Schotland, maar who cares, het is een heel dingetje hier, met het meest westelijk gelegen café, met pretparkje, met een plek waar je jezelf kan vereeuwigen (al vanaf het begin dezelfde plek van dezelfde fotografenfamilie), met winkels, the lot. Maar buiten het hele circus om , een plek waar ontzettend veel natuurschoon te vinden is, een keur aan watervogels, prachtige wandelpaden over de kliffen en datzelfde machtige uitzicht van overal. Een aanrader.






Die avond zet ik me neer op Treen vilage car park. Een parkeerplaats, bovenop een klif, bij een weiland. Fijn uitzicht, meer moet dat niet zijn…Niet veel verder dan Lands End. ’s Avonds nog een mooie wandeling naar Pemberts cove, een verborgen baai met mooi strand. Wel een naturistenbeach, je komt er maar moeilijk, maar het ziet mooi uit van boven, voor wie het niet zo trekt…


Vrijdag, 15-7-2022,
’s Ochtends vroeg nog een wandeling in de buurt, naar andere stranden, via the coastal path. En dan weer de auto in en op weg.
Om 10 uur kom ik bij een ander uiterste punt van Engeland, Lizard point. Dit is het meest zuidelijke puntje en dat is wel echt waar. Een heel speciale plek om te zijn Net alleen om zijn betekenis, maar ook om de natuur. Hier (en in de omstreken) wordt het in de zomer niet zo bloedheet en in de winter vriest het amper tot niet. Vandaar dat je hier de meeste palmbomen vindt. De begroeiing is anders, de dierenpopulatie verschilt, het is voelbaar merkbaar dat dit een andere plek is. Natuurlijk ontbreken de kliffen niet, hoge uitkijkpunten, wandelpaden, zee, rotsen , wind, al wat je wil. Je zit hier eigenlijk net onder de hoek, waar Atlantische oceaan, Keltische zee en Noordzee samenkomen. Dat geeft een ratjetoe aan stromingen die botsen, met als gevolg altijd aangenaam weer. Toch zeker qua temperatuur dan toch. Want in de winter heb je hier dan wel weer meer regen.




De wildlife watcher vertelt me er meer van. Hij is hier elke dag en doet dit als hobby. Maar dan meer als passie. Heerlijke verhalen van die oude man. Mensen die veel weten, kunnen je veel bijleren en goede tips geven. Altijd belangrijk, vind ik. Hij wijst me een paar zeehonden. Een uur later zitten ze op een heel andere plek, met wel 25 op een rots soms, zegt hij. Moet wel funbeach voor zeehonden zijn, denk ik dan…


Ik blijf nog een hele tijd nagenieten, maar om 12 uur weer op weg. Jammer genoeg, maar ja, keuzes he…Dit is verreweg een van mijn meest favoriete plekken. Zeker terugkomen hier!
De weg leidt door Truro, een mij onbekende stad, maar in het doorrijden blijkt ze verrassend sjiek. Misschien een terugkomer. Ik ben op weg naar Dodman’s point. Sygic leidt me via de snelste weg en tja, dat zijn weer miniweggetjes. De hagen langs de weg klappen min spiegels in en de ramen moeten dicht omdat mijn auto anders vol bladgroen en stukjes ligt. De weg leidt via kleine nederzettingen, meer kun je het niet noemen, google maps kent de namen alleen maar als je volop inzoomt. Van Boswinger via Hemnick beach naar Penare. Paar huizen hoer, paar huizen daar, hier een baaitje, daar een mini strandje. Prachtig om te zien. Vervolgens een pittige wandeling door half bos, velden en amper weggetjes, via een stukje coastal path naar Dodman’s point. Een kruis, dat daar is opgericht vanwege het geloof in een tweede terugkomst van Jezus. Ben benieuwd… Maar het uitzicht is weer stunning.



Om halfvier weer op weg. Het is heet vandaag en de airco maakt overuren, maar de ramen moeten ook open, anders krijg je geen lucht. De weg blijft mooi, via Gorran naar Mevagissey. Leuk havenplaatsje, maar geen plek voor de nacht. Uiteindelijk kom ik bij Plymouth, waar ik aan de Tamar rivier, bij de haven onder de tolbrug een mooi plekje vind voor de nacht. Indrukwekkend, zo onder twee bruggen staan. Veel is er niet te doen, de stad ligt wat hogerop, beneden bij de haven is het dooie boel. Maar dat geeft niets, ik heb een fijne plek voor de nacht, vlakbij het water, lekker rustig…




Zaterdag, 16-7-2022
Weer op weg. Mijn weg zoveel mogelijk langs de kust zoeken. Overal eens stoppen en kijken. Het zijn niet zoveel kilometers vandaag, maar daar moet je in Engeland altijd een kanttekening bij maken. Waar je bij ons buiten de snelweg kunt rekenen op 1 minuut per kilometer, is dat hier in Engeland, en zeker vanwege de kleine weggetjes, al snel 2 tot 3 minuten per kilometer, wat impliceert dat je overal voldoende tijd voor uit moet trekken en dat niet veel kilometers je toch al rap een hele tijd kunnen wegzetten. Maar ik heb geen haast en alles komt op zijn tijd. Niet alleen het einddoel telt, de reis telt volledig.
Vandaag op weg naar Lyme Regis, weer iets dat op mijn bucketlist staat. De Jurassic coast, het stuk kustlijn, dat zich uitspreidt van Exmouth in het westen, tot Swanage in het oosten. Wereldberoemd. Dit deel van de kust geeft spontaan al zijn verleden prijs, omdat de kust hier hard afbrokkelt. En alle fossielen, die zich gevormd hebben vanuit de tijd dat hier de dino’s nog ronddoolden, zitten niet diep onder de grond, maar liggen in de brokstukken verspreid over het strand. We spreken van een tijd, zo’n 150 miljoen jaar geleden, eenzelfde tijd van de Limburgse steenkool…
Lyme Regis is daarbij de plek die het meest bekend staat als grote vindplaats. Je loopt hier letterlijk over de fossielen, die zelfs in de verharde vloer zijn ingedrukt. Hier hebben letterlijk de dino’s gelopen. Als je daar zo rondloopt, krijg je kippenvel als je erover nadenkt. Echter, de meeste fossielen zijn veel te groot om zomaar mee te nemen. Ingebed in stukken rots, soms zo groot als een have auto. Ammonieten van bijna een meter doorsnee. (Ook te koop in de winkel aldaar voor een slordige 700 pond…). De sport is echter, om de kleintjes te vinden. Er zijn grofweg een vijftal soorten fossielen te vinden, als je goed zoekt. De kleintjes zijn niet simpel te vinden, maar je kan geluk hebben. De truc is te zoeken in het laagtijgebied, waar met elk getijde een nieuwe laag schoonspoelt en aanspoelt. Daar zit de wisseling van de kleinere stenen, daar heb je meeste kans, maar met hoogtij kun je daar dus niet veel.







Anyway, rond drie uur ’s middags kom ik bij Lyme Regis en duik direct het strand op, om langs de metershoge rotswand te gaan zoeken, met vele anderen. Het is laagtij en ik zoek voor zeker drie uur een heel stuk kust af. Geen ammoniten, helaas, maar devil’s toenails zijn the next best thing en ook dat is heel wat van betekenis. Het zijn de schelpen van de oestersoort van die tijd. Toch iets van fossiel en dat maakt me blij. Het is een ongelofelijk gevoel om daar rond te zwerven, op een plek waar de historie zijn geheimen zomaar prijsgeeft. Je ziet de opbouw van de klifwand, volledig gelaagd, je ziet eigenlijk precies hoe het door de tijd gevormd wordt en onder de grond zit. Prachtig om te zien.
’s Avonds naar Rousdon, daar in de buurt, op een camping. Even lekker douchen en de auto verzorgen , dan kunnen we er alletwee weer tegen. Nog een heerlijke avondwandeling van een vijftal kilometer en weer slapen als een roosje…
Zondag, 17-7-2022,
De ochtend begint met 18 graden en een paar druppels, maar dat waait weer vlot over.
Om 9 uur weer alles verzorgd en op weg. Gisteren was ik nog in Cornwall en kwam ik vlotjes in Devon terecht, vandaag rol ik al bijna direct Dorset binnen. Eerste stop West bay. Leuk plaatsje, gezellig haventje. Ik zou graag een expresso drinken op een terrasje aan het water. Dat kan in Frankrijk overal, hier in Engeland, bijna nergens Hier doen ze niet zo aan terrasjes, net zo gezellig. Maar hier staan foodtrucks. Je kan er koffie kopen en je een plekje zoeken, ergens aan het water… Zonde, want een kartonnen bekertje en een espresso…tja, het is niet je dat… Voor de rest, een carbootsale, een oude schuur met drie verdiepingen aan tweedehandsspullen van 200 verkopers, een strandje, kortom, een gezellige plek om even rond te hangen…





Tegen de middag gaat de weg weer verder. Hij loopt wat bovenover, volgt grotendeels de kustlijn, glooit wat, meandert wat, met overal prachtige views…Soms lijkt het wel zo’n weg in Amerika, uit de movies….maar wel wat kleiner…
Rond 13 uur, Isle of Portland, een schiereiland van zo’n 11 km2. Bovenop ergens een layby, waar ik mijn boterhammen eet met amazing view… Van hieruit kijk je over de baaien van Weymouth en Bournemouth en zie je alweer witte krijtrotsen.

Om 13.30 weer op weg Eerst door Weymouth. Typisch oude Engelse badplaats, ziet er wel leuk aan , zeker langs het water…
Om 14.30 kom ik bij Durdle door. Een plek waar ik erg naar uitgekeken had, maar die me nu opbreekt… Het is een plaats met speciale rotspartijen, die over de hele wereld bekend is en dat is duidelijk, want volgens mij is de hele wereld hier. Honderden en honderden auto’s op de immense parkeerterreinen. In processie de berg aflopen en het strand op om naar die rotsen te kijken. Je kan er amper tot geen foto van maken. Ik loop even een stukweg naar beneden, maar draai me om. Ik kan al moeilijk tegen te veel mensen en kan me daar normaal wel overheen zetten, maar dit slaat alles. Drommen van mensen die elkaar verdrukken, hele groepen met volle koelboxen en barbeques, een tumult van jewelste, kinderen die schreeuwen in de hitte en de rotsen die amper te zien zijn dor het volk. Ik geef op en beloof mezelf dat dit op het terugkomlijstje gaat staan, als het minder druk is. Eerst beter uitzoeken, blijkbaar…

Stukje verder naar Lulworth cove. Ook een belangrijke plek, vooral om fossielen te zoeken. Ook druk, maar doenbaar. Ik trek het strand op en zoek een uurtje. Hier is het moeilijker, kleiner en minder handig zoeken dan bij Lyme Regis. Ik vind dan ook niets. Jammer maar helaas.




Rond 16 uur weer op pad, op zoek naar een plekje voor de nacht. Dat vind ik in Kimmeridge. In een oude mijnsite. Er staan drie campers. Eentje vooraan, een oudere vrouw alleen, die het hele mooiste zicht blokkeert, maar die stelt voor iets op te schuiven, zodat ik me ook mooi kan zetten. De ander staat verstopt in de bosjes, dus die interesseert het niets. Ik ben er blij mee. Een heel vriendelijk gebaar, dat je bij ons nooit zou zien. En zo heb ik weer een plek voor de nacht waar het genieten is. Mooie wandeling omhoog, langs een immens korenveld, geeft uitzicht over heel de streek, Isle of Portland, Kimmeridge bay, Clevell tower, de ruïnes van Corfe castle, Bournemouth…


Maandag, 18-7-2022,
Het lijkt op een gewoonte, 9 uur op pad. At ease… Het heeft geen zin veel eerder in alle haast te vertrekken. Een mooie tijd, vind ik. Ik verlaat de mooie oude site en ga weer op pad naar verder. Ik kom al vlot genoeg langs Corfe castle. Gene plek om echt te bezoeken, toch net voor mij, op dit moment, maar een paar mooie foto’s zijn er altijd wel te maken… En dan weer op pad, naar Swanage.



Swanage, klein leuk plaatsje met een groot strand en mooie oude pier, die helemaal in oude glorie wordt hersteld. Ziet erg goed uit. Vanaf de pier kun je de verderop gelegen Old Harry Rocks zien, een aantal, speciaal gevormde, rotsformaties. Ik kan van hieruit mooie foto’s maken, mag het net denken, maar denk het toch, dat scheelt weer een duur parkingticket en een processie met een menigte… Mooi om te zien van hier, absoluut marvellous.


Tegen de middag heb ik het wel gezien daar en ga weer op pad. Even blijf ik staan en kijk ik terug. Hier verlaat ik de jurassic coast en das toch wel een speciale streek. Een fantastische ervaring rijker…
Ik dacht dat ik om Poole Harbour heen zou moeten rijden, maar er blijkt een ferry aan de havenmonding te zijn en zo sta ik voor 5 pond in no time in Bournemouth. In eerste instantie zou je zeggen, weer een mooie oude Engelse badplaats. En dat is zeker ook zo, maar van een heel ander slag. Ik had me er veel van voorgesteld, maar de sfeer is hier heel anders, een hoop, maar dan ook een hoop volk, dat elkaar zowat overhoop loopt, je moet veel betalen om de pier op te mogen, je moet vanalles betalen op het strand, er is de ene na de andere drankgelegenheid, veel volk is rauw, vaak onverzorgd…Hier komt een heel ander slag mensen dan elders. Hier komen meer mensen die zich niets aantrekken, het strand is overvol. Absoluut geen heel aangename plek om te zijn. Vanaf het strand kun je je weg omhoog zoeken door een groot park, Westover gardens, met high en low gardens. Overal de geur van weed, vrijende mensen, bezopen mensen, gewoon ’s middags…De stad is verder hogerop gelegen, maar door deze overgang krijg je dus dat strandgangers gewoon in badkleding de stad inlopen. Je krijgt hier een vreemde vibe, net iets te vrij naar mijn mening, not sure if I like it.




Rond een uur of twee geef ik het op en vertrek ik weer. Heb vanalles gezien, ook mooie dingen, maar de verwachtingen die ik bij deze plaats had, zijn op hun plaats gezet. Op naar Milford on sea. The Isle of Whight is een groot eiland aan de overkant van de Solent. Ik was er graag naartoe gegaan, maar met de huidige brandstofprijzen is het budget iets strakker geworden. De diesel kost bij ons ongeveer 2 euro per liter (op het moment dat ik op vakantie ben) en hier in Engeland omgerekend, 2,50 per liter. Als ik naar the Isle of Whight zou gaan, is dat met mijn camper, om daar ook te kunnen overnachten. Een retourtje kost 200 pond. Ridiculous price voor een stukje varen dat je van begin tot eind kan volgen vanaf de kust. Dus dat zal voor een andere keer zijn. Maar ik wil wel dolgraag, om persoonlijke redenen, the needles zien. Vanaf de kust bij Milford kan dat ook, dus dat doe ik, Dan heb ik toch mooie foto’s en een herinnering.

En dan weer verder, onderweg de auto getankt en gewassen, ik had geluk, want er zijn maar weinig carwashes te vinden onderweg, dat is bij ons en in Frankrijk veel beter geregeld. Anyway, het is gebeurd en ik ben blij, geeft een proper, opgeruimd gevoel. Tegen de avond kom ik aan in Gosport, aan het strand is een prachtige camperplek, ’s nachts gratis staan, overdag 10 euro. Zicht op het water, strandje erbij, restaurantjes, vol zicht op de Solent en the isle of Whight en allerlei verkeer op het water. De sfeer zit goed, de avondwandeling mooi, een special place alweer…


Dinsdag, 19-7-2022,
Vandaag blijf ik hier staan. Deze ochtend naar Portsmouth. Ik hoef maar drie kwartier te lopen en ben bij de ferry, die me direct naar het havenhart van deze belangrijke stad leidt. Een oude stad, die vroeger al heel belangrijk was. Nu nog altijd, ook militair druk havenverkeer hier, met de ferries naar the isle of Whight, met Ferries naar Jersey, Guernsey en een aantal plekken in Frankrijk, met nog hovercraft naar Whight. Hier is ook het hovercraftmuseum, het enigste ter wereld. Hier is een historische haven met een oud dokkencomplex, volledig opgezet als museum, hier is een oud stadsdeel, dat best de moeite is, hoewel ik me daarvan eerlijk gezegd iets meer had voorgesteld. Maar het valt zeker niet tegen. En hier is ook een state of the art outletcenter, Gunwharf Quays, dat helemaal sjiek is opgezet in een oud deel van de havenstad. Precies aan het water, met de beroemde Spinnakertower als ontzagwekkende publiekstrekker. Een heel mooie toren, bijna volledig open, toegankelijk voor het bovendek, van waaruit je mijlenver kan rondkijken. Prachtig opengewerkt, als een spinnakerzeil. White and shiny in de gloeiende zon. De overtocht met de ferry duurt niet lang, maar het is een heerlijk vaartje, met zoveel te zien…
Na de middag ben ik weer terug bij mijn auto en geniet ik van mijn boterham. En daarna op mijn gemak de beach op. Het is warm en het water zal goed doen. Ik ben absoluut geen strandman, maar eens per jaar een paar uurtjes dolce far niente…niette slecht… Tegen de avond even een buitje, maar dat is zo weer weg. Honderden tjiftjafjes spelen in de struiken en in de masten van de zeilbootjes die er liggen. Een zwerm die veel plezier brengt, heel fijn om naar te kijken. De avond valt weer heerlijk donker, alles doodstil, de nacht brengt weer veel rust…

Woensdag, 20-7-2022,
Engelsen zijn altijd vriendelijk, maar toch vreemd genoeg, is dat geregeld tweeledig. Zo ook weer deze ochtend, als ik stop bij een camping onderweg, om mijn auto te verschonen. Ze zijn heel vriendelijk, maar als het daarop aankomt, betrekt dat gezicht ook weer onmiddellijk. Als je niet op de camping slaapt, is dat een heel zware vraag. Het is geen echt makkelijk camperland, met weinig echte camperplaatsen en weinig voorzieningen. Nu, daar is best overal een oplossing voor en het lukt toch best wel, maar een paar hondenogen kunnen nooit kwaad. Voor 5 euro kan ik dan toch mijn gang gaan. Vuil water eruit, wc leeg en nieuw water en weer op pad.
Richting Bognor Regis. Een naam die klinkt als een klok. Het is een simpel, leuk plaatsje, maar niets om echt te blijven hangen. Maar leuk in het doorrijden. Verder naar Littlehampton. 11.15 uur, beaches zo goed als leeg. Beetje vreemd, terwijl het toch lekker weer is. Engelsen zijn zo ongelofelijk beachminded. Alles trekt altijd naar de kust. Normaal staan overal rond de middag de parkeerplaatsen bomvol. Ik kan het niet laten om te denken, met zoveel mensen aan de kust, dat toch elk jaar door het gewicht de kust wat zakt en het midden van het land wat verder omhoog komt. Zeker waar ik nu overal geweest ben, heb ik niet anders gezien dan duizenden en duizenden mensen. De Belgische kust is maar klein, die is vanzelfsprekend altijd zo vol, maar Engeland is groot, heel groot en toch zit daar ook alles overvol, zeker in de vakantie.
Maar nu is het leeg en stil. Niet erg, dat is dubbel genieten. Ik stop bij een strandtentje en geniet van een lekkere koffie aan zee. Een goed gesprek met een oudere vrouw die ook met camper op reis is. Wat wetenswaardigheden uitwisselen is altijd leerrijk. En dan weer afscheid en verder.
Rond 13 uur stop ik in Worthing, langs de kustweg. Op het gemak soepje gemaakt, bokes gegeten en nog een uurtje op een bankje gehangen om naar een paar stuntende kitesurfers te kijken en te genieten van de rust. Worthing blijkt stiekem ook weer zo’n mooie plaats met oude pier en mooie accenten.

Onwards, via Brighton en Newhaven, veel weg strak langs de kust, das altijd mooi. The road goes on and on, om via Birling Gap rond 17 uur weer bij Beachy Head te komen. Nog even genieten van een mooie nacht op een , al bekende maar, heel mooie plek.
Donderdag, 21-7-2022
Voor vertrek nog eens een goeie wandeling in de omgeving. Afscheid van speciale plekken is nooit simpel.
9 uur, op weg. Tien minuten later parkeer ik in Eastbourne aan de zee. Even de tijd nemen om wat rond te kijken en foto’s te maken. Ook dit is weer zo’n typisch Engelse badplaats met pier en alles erop en eraan. Veel is mooi opgeknapt en veel is wit geschilderd. Vooral in de zon, ligt die stad te shinen… Lekker rustig nog, nu, alles wordt wakker en komt langzaam op gang, dat is altijd het mooiste moment van de dag, vind ik.
De bedoeling is om vandaag naar Margate te gaan. De andere kant van Dover, maar niet te ver van Dover, om het niet te moeilijk te maken morgen, maar tegelijkertijd toch zoveel mogelijk te blijven zien. Ik heb een mail gekregen dat het inchecken bij de boot heel druk gaat zijn en lang gaat duren en we worden verzocht, zeker twee uur vantevoren daar te zijn. Ik ken de situatie en weet dat het veel tijd in beslag gaat nemen, dus wil ik niet te gek ver van Dover zijn. Dus is Margate volgens mij geen slechte keuze. Ik pruttel vandaag lekker langs de kust, een heel stuk is me goed bekend, maar ik vind het niks erg bekende dingen terug te zien, als ze mooi zijn.
Rond 12 uur rij ik door Hastings, iets grotere oude plaats, veel mooie details, zeker ook van het vissersleven, maar de enorme drukte daar stuwt me voort.
Om 12.20 een bord langs de weg, The ancient town of Rye….Tja, smaken verschillen, een aantal oude gebouwen ja, maar ancient doet het echt niet aan. Niet alles kan mooi zijn he.
Vanaf hier gaat de doorgaande weg meer het binnenland in, heel wat kilometers over vlakke weg, door dorpjes en tussen landerijen. Ik ben de vlakte onderhand niet meer gewend. Tot Brenzett, daar gaat de A259 weer richting zee. Ik sukkel op mijn gemak tot Dungeness, waar een spuuglelijke kerncentrale samensmelt met een groot natuurpark. Vreemd, maar de moeite om te zien, hoe dan ook…
Van daar weer langs de kust, veelal een kleine weg, vlak langs de kust. Rond 13 uur kom ik bij Littlestone on Sea. Mooi plekje aan het water, voor de bokes. Een vrij bewolkte dag met 24 graden. Aan zee doet de zon haar best door de wolken te breken, wat vrij aardig lukt. Iets verder het binnenland in, is het minder. Prima hier dus…
Rond kwart voor twee baant de weg zich een weg langs de kust in Sandgate. Ik moet in stilte lachen. Het strand is, zoals op veel plaatsen, kiezel, in Sandgate geen zand te vinden…Direct daarna volgt Folkestone, waar de weg weer van de kust afdraait en waar ik een stukje snelweg moet pakken naar Dover.
Rond 15 uur, Dover…een bekend gezicht, al kilometers vantevoren staan de vrachtwagens aan te schuiven voor de ferries. Ik rij er fluitend langs, door Dover. Dan langs Kingsdown, waar ik verschillende keren op een zalige camping heb geslapen. Gewoon een groot veld van een boer, met prachtig uitzicht op zee, perfect voor lange wandelingen over de kliffen. Dan Walmer en Deal, leuke plaatsjes met een mooi kasteel, via Ramsgate naar Margate.
Ik vind een mooie slaapplaats, Walpole bay. Indrukwekkend plek, vlak aan het water, met hoge golven, die geregeld over de kademuur slaan, met de sterke wind van vandaag. Een avondwandeling leert me, dat Margate veel op Dover lijkt. Versleten, soms half vervallen plaatsen, met leuke details, maar ook met verkeerd volk op de straten, niet heel aantrekkelijk. Niets om heel excited over te zijn, behalve mijn slaapplaats, want die is perfect. Zee, wind, het geluid van de meeuwen en de golven die me zo in slaap klotsen. Beter kan dat niet zijn…




Vrijdag, 22-7-2022,
De morgenstond heeft goud in de mond, maar toch ook een beetje bijsmaak… Van hier kijk je recht op twee grote, ontzettend grote windmolenparken van Engeland. Ze staan verderop in de zee. Rijen en rijen dik en lang. Immense parken, waardoor de zee geen zee meer is. Ik krijg een beetje weemoedig Pallietergevoel. Okee, energie moet en groene energie zeker, maar ons zeetje is al zo klein en er blijft niets meer over. Vroeger ging je naar de zee en zag je die ontzagwekkende plas water, onmetelijk, eindeloos, met alle fantasieën vandien. Nu is dat niet meer onmetelijk. Dat kleine zeetje staat al vol met letterlijk duizenden windmolens. Engeland heeft de twee grootste windmolenparken ter wereld, op zee en breidt nog uit en afgelopen mei hebben de vier andere landen afgsproken hun parken binnen heel afzienbare tijd te vertienvoudigen…..dat is geen zee meer, dat is een hindernisbaan voor schepen….Ik ben absoluut voor vernieuwing en verbetering, begrijp me niet verkeerd, maar sommige dingen doen toch pijn, als je weer een stukje nostalgie ziet vervagen , ten voordele van vooruitgang…is dat dan vooruitgang? Tja….
8.30 uur opgeruimd en op weg. Het tripje naar Dover is van hieruit normaal iets van drie kwartier en ik moet om 11.30 uur bij de boot zijn. Tijd genoeg dus….niet….ik ben er op tijd, maar heb alle tijd nodig voor de checkin. Niets anders dan aanschuiven, aanschuiven, aanschuiven. Om 13.38 netjes aan boord.

Om 15.40 uur…la douce France…En route naar Cap Gris Nez. Mijn welbekende, geliefde plekje om de vakantie aangenaam af te sluiten. Om 17 uur sta ik weer op mijn feel-good-plek. Toevallig staat diezelfde schilder van vorig jaar ook weer op zijn plekje. Een hartelijk weerzien met de oude man, die hier heel zijn ziel en passie in legt. Een goed gesprek, een aangename avond met nog een goeie wandeling…
Zaterdag, 23-7-2022,
En dan is het zaterdag en moet ik echt naar huis. Zou niet willen, maar ja, de plicht roept, zeggen ze… Alles opgeruimd, afscheid van de oude schilder, afscheid van mijn plekje en de zee en op weg. Nog even naar Sangatte om de auto in orde te brengen, alles leeg goooien, nog even tanken in Duinkerken, waar de brandstof nog te doen is en op naar huis. Het was mooi en ik wil niet dat het stopt, maar ja…op naar het volgende avontuur…
La baie de Somme
Vakantietrip 2023, ik ga dit jaar niet de hele trip verhalen, maar er enkele highlights tussenuit pikken. De totale trip was vrij divers en bevatte ook plekken waar ik al van verteld heb. Dit jaar heb ik weer veel kustlijn gedaan in Frankrijk, maar meer met nadruk op natuur. Nu het stuk van de Baie de Somme. Niet direct heel ver weg, maar teveel voor een weekend, dus zet ik het hier bij de langere trips…

La baie de Somme, ruwweg van le Hourdel, via St. Valery sur Somme naar le Crotoy en weer verder naar en langs de kust, een heel rijk estuarium, voornamelijk bestaande uit slikken en schorren. Het is de plek waar de Somme in het Kanaal stroomt, een gebied van zo’n 70 vierkante kilometer, wemelend van leven. Omdat het grootste deel van de baai bij eb droogvalt, is het een ontzettend rijke plek, zowel qua planten als dieren. In de buurt van le Hourdel is la maison du baie de Somme, een mooi infocentrum/museum waar je gerust enkele uren kan dwalen en leren. Het is hier, dat dit stukje voor mij begint. Bij het infocentrum is een parkeerplaats waar ik kan staan met de camper en mijn nacht doorbreng.


In de ochtend rij ik eerst naar pointe du Hourdel, het uiterste landpuntje van de baai. De baai en omstreken staat bekend om de aanwezigheid van zeehonden en iedereen die zeehonden wil zien, gaat naar het iets noordelijker gelegen Berck plage. En inderdaad, daar zijn zeker zeehonden, op een strandje, zo’n 50 ot 100 meter van een parallel lopende pier, die krioelt van letterlijk soms honderden mensen, die daar wat zeehondje komen kijken. Ze liggen daar wat stil te liggen, alsof het in een dierentuin is. Totaal onnatuurlijk idee, maar okee, je hebt ze gezien…



Op pointe du Hourdel, echter, is een grote kolonie van zeehonden, die beter beschermd is. Er mogen geen mensen dichter dan 300 meter komen. Je kan ze heel goed zien en bestuderen, zeker bij eb, vanaf een hoger gelegen wandelterrein. En dat is een veel natuurlijker zicht, veel mooier en veel meer waard. Ik heb daar dus een uur of twee rondgedwaald, foto’s gemaakt, maar bovenal gekeken en genoten van volwassen en kleine zeehonden, rustig op hun strandjes liggend, spelend, zwemmend, ontdekkend… Slechts met moeite kan ik me lostrekken van het schouwspel en terug lopen naar mijn wagen om verder te gaan…
In de middag ben ik bij St. Valery sur Somme, officieel het meest landinwaartse punt van de baai. Een leuk plaatsje, mooi om te wandelen, door het plaatsje zelf en langs het water…Maar hier is nog iets leuks. Ik had dat een dag eerder al gezien en kon het niet laten…het is een stoomtrein, die door het landschap rond de baai rijdt, tot aan le Crotoy. Ik kan het niet laten een retourtje te doen. Twee echte oude stoomtreinen die het werk doen, met oude , mooi gerestaureerde wagons met houten banken, ramen open, lekker naar buiten hangen en volop genieten van de rit, het landschap, de omgevind en de natuur. What more can you wish for… Een drietal uurtjes stoomtreinplezier… Prachtige rit, niet te missen!








De volgende dag iets waar ik al lang naar uitgekeken had…Parc Ornitologique de Marquenterre… Een duin-bos-moeras reservaat van 200 Ha, een heel belangrijke plak voor ornithologen, omdaat hier letterlijk duizenden trekvogels te zien zijn doorheen het jaar. zo’n 300 soorten watervogels maken er hun opwachtinhg, afhankelijk van de seizoenen. Een wandeling van 6 kilometer langs 12 observatieposten, kijkhutten, van waaruit je in alle rust alles kan observeren. Ik heb er veel gezien, maar kan niet alle foto’s posten, dan zou mijn site snel vol zijn… Laten we zeggen, dat ik heel enthousiast foto’s gemaakt heb…alleen die dag al zo’n dikke driehonderd… Zalig, een echte aanrader, een dag vol ontdekkingen, zeker ook voor kinderen!






En voor de rest….de Baie de Somme, heel mooi om er rond te zwerven, zeker ook met kinderen, misschien wel vooral met kinderen. Veel te doen, veel te zien, veel dieren, veel te leren, veel moois, niet alleen voor een vakantie, maar een lang weekend kan ook makkelijk. Dit waren de voornaamste highlights, ik moest weer verder, het einde van de vakantie bijna in zicht, plicht begon alweer te roepen, maar ik had graag nog wat tijd doorgebracht daar in de streek. Op naar de volgende keer dan maar weer…
Rondtrip twee weken Wales en nog wat…
Zoals altijd, als ik twee weken ga, sneak ik de vrijdag ervoor er nog bij, om lekker op tijd op weg te zijn en zoveel mogelijk uit mijn twee weken te halen… Ik heb al vroeg de boot in Calais en om half tien Engelse tijd ga ik in Dover van boord en zet eerst en vooral koers naar de Cotswolds.
Mijn hoofddoel voor deze twee weken is Wales, maar op de weg van Dover naar Wales, kom je makkelijk langs de Cotswolds, een van de mooiste Britse gebieden, met veel traditionele woningen, gebouwd in het prachtige goudgele limestone. Bourton-on-the-water, Stow-on-the-wold, Bibury, Chipping Campden, Cirencester en zoveel andere villages met insprirerende namen sieren de heuvelachtige streek. Idillische dorpjes, oude, rijke historische stadjes met smalle, bochtige countryroads, watertjes, groen en bloemen. Het ene plekje al mooier dan het andere en je hoeft niet eens te zoeken voor een goeie foto, je maakt er honderd los uit de hand…
Eerst en vooral op naar Stow-on-the-wold. Is dat anders dan de andere dorpjes? Nee, maar de achterdeur van de kerk is wel speciaal, dat was de inspiratie voor Tolkien, voor de deuren van Durin in the lord of the rings. Duizenden foto’s all over the internet, maar ik moet dat natuurlijk zelf gezien hebben en liefst met wat goed licht en weer…
De dag begon met regen en 14 graden, echt zomers, hier in Engeland is het geen haar beter. Ik heb in Engeland altijd geluk gehad met het weer, maar deze keer lijkkt het minder te zijn…
Hoe indrukwekkend ik de Dartfordcrossing bij Londen ook vind, ik heb geen zin om extra tol te betalen en ga via de weg “onderLondondoor”. Die mag dan wel tolvrij zijn, maar juist dit jaar hebben ze uitgekozen om ernorme wegwerkzaamheden te doen en het vlot niet best. Hoewel het in Engeland toch altijd nog beter rijdt, dan bij ons met file, kost het toch anderhalf uur langer. Maakt niet uit, ik heb geen haast, maar tja…
Zo kom ik rond halfvier bij Stow, het hoogstgelegen plaatsje in the Cotswolds. Het weer is een stuk beter, en de zon piept er zelfs door. Ik parkeer en wandel door het plaatsje, eerst en vooral op zoek naar de kerk en the “yew tree door”, voor het weer slechter weer wordt. Mooi op tijd voor mooie foto’s en een tijdje in het park achter de kerk, om even weg te zinken in wat fantasie.




Langzaamaan komen er weer wat buien overzetten en ik besluit om niet verder te gaan. Een mooi plekje voor de nacht in Stow, op tijd aan de kant en rustigaan nog wat ronddolen. Zalig. ’s avonds nog een goeie wandeling na het eten…niet dus, want de weergoden smijten de regen met containers omlaag. Een goed onweer erbij, wat niet slecht is, want dat slaapt nog beter…
De volgende ochtend regent het nog, maar veel minder. De temperatuur is echter teruggevallen naar een magere tien graadjes. Zomer? Weet de natuur wel dat het zomer is?
Ik vertrek op mijn gemak, tussen de buitjes door, is het lekker droog en aangenaam, dat zal ook wel komen door de mooie streek.
Ik stop in Bourton-on-the-water, nog zo’n pareltje. Tja, de hele Cotswolds zijn mooi, ik heb er maar wat uitgeplukt, mijn hoofddoel is Wales, ik kijk dus maar even rond door de streek, maar je kan hier net zo goed een week volmaken.
het plaatsje is heel gezellig, met een klein riviertje erdoorheen, vol in het groen. Veel te doen, veel te zien. Wat er ook is, is een model village. Een aantal mensen hebben zich samen ingezet om in de tuin van een grote pub het stadje op schaal na te bouwen. prachtig werk om te zien en een bezoekje zeker waard.





Zoveel te zien, zoveel te doen, maar het loopt tegen de middag en ik ga weer op weg, naar Wales nu. Niet veel later passeer ik de grens, officieel in Wales en rond half vijf kom ik aan op een mooi plekje aan het Llangollen canal, zalig in het groen, narrow boats passeren en liggen gezellig langs de kant, wat een leven…


Groot-Brittannië is doorspekt met kanalen en riviertjes, een goeie 2000 mijl aan waterwegen in totaal, in vroeger jaren voornamelijk aangelegd voor transport van voornamelijk kolen en nog andere ertsen. Nu worden de kanalen daarvoor niet meer gebruikt, maar de narrowboats zijn allemaal in de vaart voor toerisme en veelal ook bewoning. Je kan op een vaste plek liggen, maar je kan ook jaarlijks een continuous cruiser license betalen en volop van alle ligplaatsen, drinkwater- en verzorgpunten gebruik maken. je mag op de aangegeven plekken liggen, tot twee weken lang, en moet na die twee weken minstens een mijl verdergaan, zodat iedereen de kans krijgt te genieten van dezelfde mooie plekjes. Een zalige manier van wonen, als je het mij vraagt, kost heel weinig en je bent altijd op de plek die je graag wil, zoveel moois, overal, natuur, rust, zalig. Niet je hele halve leven zoeken naar het juiste huis op de juiste plek, maar je huis meehebben en op alle mooie plekjes leggen…
Anyway, ik ben hier, omdat het Llangollencanal hier over de rivier Dee gaat, doormiddel van het Pontcysyllte aquaduct. Het is het grootste en oudste aquaduct van Groot-Brittannië , compleet intact en perfect in orde. Gecompleteerd in 1805, 307 meter lang, heel hoog en angstwekkend smal. het kanaal loopt hier in gietijzeren bakken, die aaneengeschakeld zijn, net breed genoeg voor een narrowboat, met aan een zijde een smal wandelpad met railing en aan de andere zijde niets. Je kijkt daar direct 38 meter de dieperik in. Heel indrukwekkend, mooi, in een prachtige omgeving, een absolute mustsee.



Je kan erover lopen, je kan met een boot mee, voor de betere ervaring, je kan een kano huren en er zelf doorheen paddelen, je kan een prachtige wandeling maken, naar beneden, om je fototoestel volledig te vullen…
Ik blijf hier ook maar direct staan om te slapen. het weer is ondertussen stralend, met een aangenaam temperatuurtje van bijna twintig graden, lekker zitten aan het water, afentoe tjokkert een narrowboat op zijn gemak voorbij, een plek om niet meer weg te willen, maar als je rondzwerft, als ik, dan kom je op meer van die plekken, waar je niet meer wegwil. Er zijn zoveel mooie plekken…die zijn back home ver te zoeken…
Ik word wakker met een lekker zonnetje, maar boven de berg achter mij, vormt zich al snel een goeie zwarte bui en voor ik verder kan denken, is de onweersbui al daar en laat zich flink gelden. Na vijf minuten is het weer droog. Op mijn gemak koffie en ontbijt, heerlijk aan de waterkant. het is niet warm, een graad of twaalf, maar dat deert niet.
Dan op weg, eerst naar Ellesmere Port. Niet dat die plek iets speciaals betekent, maar omdat ik vanuit het binnenland naar de kust wilde en verder langs de kust. En je moet ergens beginnen, dus heb ik dat geprikt… Na wat zoeken vind ik iets van een kustweg, ik ben gewoon te vroeg naar de kust gegaan, vanaf Flint blijkt het beter te gaan en is het mooier.
In de buurt van Flint ligt een groot oud schip op het droge, het is de Duke of Lancaster, een voormalige railway passenger steamliner, die midden 20e eeuw in de vaart was. Nu is het een feestschip, met een hele markt eromheen. Ik vind mijn rempedaal snel genoeg. Toch even mooi om te stoppen en sfeer te snuiven…

In de vroege voormiddag kom ik in Llandudno aan. Het weer draait naar lekker zonnig, hier aan de kust, meer blauwe lucht en een 16 tot 18 graden. Zalig. Wales is een gebied met veel bergen en bergen zijn bekend om buien vast te houden en veel invloed te hebben op het weer. de temperatuur ligt gemiddeld ook niet echt hoog, prima voor mij.
Llandudno, ik kende het alleen van de tv-serie met antiquair Drew Pritchard en hoewel je wel wat beelden van het platteland zag, dacht ik er verder niets bij. Het blijkt dus een stralend wit badstadje te zijn, op en top Engels, juweeltje tussen platteland en zee, mooi genesteld tussen twee bergtoppen van The Great Orme, een groot natuurreservaat op deze landtong. Vooral aan de zeezijde veel mooie, Victoriaans aandoende gebouwen, wit gepleisterd, grote pier, belangrijk oud hotel, alles erop en eraan.


De pier is niet zomaar een kleintje, maar erg langgerekt, vol met kiosken, marktstalletjes, speelhallen, the usual Engelse pretparktoestanden, her en der strategisch geplaatste deckchairs, bankjes, mooie lantaarns en vol mensen. Maar hoe druk ook, het is hier gemoedelijk en gezellig. Ik loop de pier op en neer en geniet, alles straalt, zeker nu in het zonnetje.
Daarna de berg op. Er gaat een cable car naar de hoogste top van The Great Orme, hoog, ver en lang…De cable car baan is van 1969 en is de langste en een van de oudste van Groot-Brittannië. Een spectaculair ritje van een mijl, dikke anderhalve kilometer dus, in verschillende stages de berg op vanaf zee. Prachtig uitzicht en bovenop de top kun je zelfs tot Snowdonia kijken…



Terug bij de auto, neem ik de tolweg rondom de landtong. Een weg om niet te missen, hij loopt helemaal om The Great Orme heen, 5.50 pond tol voor 5 mijl stunning views en sceneries…


Een nacht op een boerderijcamping maakt een mooie dag af. Wandeling door de velden, tussen de beestjes, voornamelijk paarden, enjoy the simple things of life…
De volgende dag is de zon al goed van de partij en de dag begint met een goeie twintig graden. Ik ben niet ver ervanaf, dus ik moet even stoppen bij het treinstation van Llanfair P.G., ofwel Llanfair pwl, afkortingen van een hele lange plaatsnaam. Vroeger gezegd als langste plaatsnaam ter wereld, tegenwoordig weten ze beter, maar het is wel een hele sterke deelnemer in de competitie…
Natuurlijk moet je dan een foto gaan maken bij dat beroemde treinstation en dat doen ook bussen vol toeristen. Het plaatsje zelf is een straat groot en doodstil, maar bij het station is een megawinkel verrezen met alles wat toeristen maar zouden kunnen kopen, van souvenirs tot kleding, eten, you name it… UItbuiten die handel…Maar toch leuk om even te zien.
Verder naar Caernarfon. Mooie oude stad met kasteel en een oud stadsgedeelte in een stadsomwalling. haven erbij, zonnetje erbij, koffie aan het water, wandeling, feeling good…





In de late namiddag verder langs de kust pruttelend, kom ik aan de andere zijde van de landtong bij Pwllheli. Geen speciaal plaatsje, maar wel een mooie plek voor de nacht aan het water, met zicht tot aan de toppen van Snowdonia. De toekomst in het vooruitzicht… Een rustige avond, een zwerver loopt langs en knoopt een praatje aan, dat enige uren duurt…Weer een mooie dag …

De nieuwe dag begint niet zo hoopvol voor wat ik in de planning heb…veel waai en veel regen, veel buien. Op weg naar Dolgellau en iets beyond… In de valleien tussen de berghellingen daar in de streek, vormt zich een mooie grote cirkel, die Mach Loop wordt genoemd. Een van de drie plekken in Groot-Brittannië, waar piloten trainen op laagvliegen. Heel spectaculair, dat heet, als ze vliegen. de top-plekken om te gaan kijken zijn cad east en cad west, twee berghellingen tegenover elkaar, van waarop je letterlijk tegen de vliegtuigen aan kijkt, of zelfs erbovenop.
Alles wat je kan denken, straaljagers, jets, helicopters, particuliere vliegtuigen, alles wat moet leren laagvliegen, stuift daar tussen de bergen door. Mits het weer goed is en de zichtbaarheid open. Soms komen er op een dag tien, twintig door, soms niks, soms uren wachten op eentje, maar het is meer dan de moeite om te gaan kijken, als je enthousiasteling bent.
Er is een lay-by langs de A487, precies tussen cad east en cad west. Daar kun je parkeren en vervolgens de berg op. Het kan er wel snel volstaan, dat is over het algemeen wel volk, dat daar echt voor gaat, geen toeristengedoe. De weg omhoog is pittig, geen zomaar leuk wandelingetje. Ik ga cad west op, omdat dat de mooiste beelden voor mij oplevert, als ze vliegen. de meeste straaljagers gooien zich tussen die twee hellingen op een zij en dan krijgt cad east de buik en cad west de cockpit te zien…

Vandaag de ene bui na de andere, bovenop sta je vol in de wolken, met tijden, weinig hoop dus op goed zicht. Ik tref een aantal jongens die onderling goed bevriend zijn en verlof hebben gepakt. Ze houden zich hier veel mee bezig, verdienen geld op Youtube en met de foto’s die ze maken. Deze jongens hebben contacten met piloten en verkeersleiding. Als je een piloot een foto kan geven van zichzelf in volle actie, maak je natuurlijk best wel vrienden. Ze krijgen dus geregeld tips, ze volgen apps en hebben radio’s om live alles af te luisteren, van verkeersleiding en squadronleaders enzo, dus het is een dag vol adrenaline, ook al is het uren wachten, ook al wordt het vadaag niets en worden we kletsnat in de wolken, meermaals, het is een dag die voorbijvliegt.



Tja, jammer, boven geweest van half tien tot zes, een hele dag, maar niets. Wel vaak genoeg hoopvolle vooruitzichten, maar op het laatste nippertje afgeblazen. Zonde, ik had graag zelf zulke foto’s gemaakt en het geweld meegemaakt, als een straaljager op honderd meter, op ooghoogte je wereld op z’n kop zet, maar het zal voor een andere keer zijn. Toch was het een heerlijke dag, vol kameraadschap en excitement. Het is een beetje een stiekem wereldje, vol met info die niemand eigenlijk mag weten, maar ik heb toch veel verhalen gehoord en veel gezien en gehoord, mooi…
Op een rustige layby van de kustweg zet ik me neer om de avond door te brengen. De weg is stil, de vogels fluiten, het gras ritselt en het weer is alweer wat beter, zocht op zee en genieten.
Vandaag een dag van vanalles en niets, eigenlijk. Ik wilde naar Portmeireon gaan kijken, maar het blijkt, dat je veel parkeerkosten en tol moet betalen, om het stadje zelfs maar binnen te komen. het is een stadje dat speciaal gebouwd is voor toerisme, naar het schijnt heeft de architect zijn ideëen opgedaan in Italië, maar hij zegt van niet, het is zijn eigen idee…ja, tuurlijk. Maar goed, ik rij door, een hoop geld betalen om even te kijken, is belachelijk.
Verder naar lake Bala, een bekend meer in Wales, langgerekt ligt het te stralen in de zon. Ik had gedacht er langer te blijven, maar het blijkt zeer toeristisch en slecht toegankelijk zonder veel te betalen. geen mooie plekjes om te blijven, behalve als je behoorlijk betaalt en veel mensen om je heen wil. Een misser, dus. Het meer zelf is natuurlijk wel mooi. Ik rij de weg rondom het meer en geniet van mijn boterhammen op een plekje langs de weg, met uitzicht op het water en op een toeristisch treintje dat erlangs rijdt.

Na de boterham weer op weg. Ik maak mijn rondje door het binnenland af, door terug te rijden naar mijn beginpunt, dat niet ver van de mach loop ligt. Nog rap langs de parkeerplaats…maar het is onbegonnen, de buien hangen daar nog even zwaar als gisteren en een blik op de vliegapp vertelt me, dat er niets van hoop is. Dus weer verder, op weg naar Aberystwych.
Aberystwych, mooi, gezellig stadje aan zee, parkeren op een prachtplek, direct aan het water en aansluitend aan de boulevard. Kasteelruïne om doorheen te dwalen, verschillende oude gebouwen, waarvan enkele jammer genoeg in de steigers. Met de cliffrailway kun je de kliffen op, voor weer een onvergetelijk uitzicht. Altijd een leuke onderneming.





Op Tiktok volg ik een winkeltje, Bookshop by the sea. Dat is daar in het stadje, dus ik kan het niet laten, er even heen te gaan. Heerlijk winkeltje met zowel nieuwe als tweedehands boeken, je kan er ook online bestellen. Plekjes om te gaan zitten met een boek, puur en gezellig. De oprichtster en haar personeel zijn ontzettend vriendelijk, tijd genoeg voor een praatje met ieder die dat wil, uitleg waar nodig, heel uitnodigend, daar krijg je goei zin.
Mijn logboek bijwerken en nog een goeie avondwandeling en een drankje aan de zee en de dag is weer kompleet.
Rond halftien de volgende dag, scheur ik me los van de zee en trek weer het binnenland in. Prachtige bergweg, hoog om de grote Rheidel valley heen en dan bereik ik de perkeerplek voor devil’s bridge.
Devil’s bridge is drie bruggen boven elkaar met een waterval die ontspringt onder de brug. de brug die het laagste ligt, zou gebouwd zijn door de duivel. Het verhaal gaat, dat er op een dag een noodweer was. Een oude vrouw had een koe, die naar de overkant van het water gesukkeld was en de vrouw kon niet meer aan haar koe. De duivel kwam en bood aan een brug te bouwen in ruil voor de eerste ziel die over de brug ging. Hij hoopte natuurlijk op de ziel van het vrouwtje. Zo gezegd zo gedaan, de vrouw ging akkoord, de duivel bouwde de brug en toen gooide de vrouw een stuk brood over de brug. Haar hond rende erachteraan, over de brug, dus kon de duivel niet anders dan genoegen nemen met de ziel van de hond. Het vrouwtje kon weer bij haar koe en leefde nog lang en gelukkig, peins ik.
Alle mythen op een hoopje, de eerste brug is gebouwd in de twaalfde eeuw, door monniken, gerepareerd in 1753, waarna er een tweede overheen is gebouwd. In 1901 is er dan een derde brug overheen gebouwd, speciaal zicht, zo van dichtbij, drie bruggen boven elkaar.

En onder de brug is het water, het riviertje Minach, dat je amper ziet en het begin van een machtige waterval, die in verschillende staties 90 meter omlaagdondert, de ravijn in, alwaar het water zich in de rivier Rheydol stort. Je kan een wandelpad nemen, dat naar beneden leidt, naar de bodem van de gorge, onder andere via een lange, steile, stenen trap, Jacobs ladder genaamd. Langs de weg naar beneden, verschillende spectaculaire viewpoints op de waterval en de omgeving. Als je beneden bent, is het terug omhoog, langs een andere weg, waarbij je steeds dichtbij de waterval kan komen. Ongelofelijk mooi, zeker als de zon tussen de bomen door, het water in vuur en vlam zet…





Een stuk na de middag maak ik me los van de plek en kan niet anders dan dezelfde weg terug nemen, langs de vallei, nog meer genieten van stunning views…

Bij Aberystwych de weg zuidwaarts langs de kust, richting de Pembrokeshire coast, immens natuurgebied, direct aan de kust. Eerste doel Tresaith. de weg brengt me hoog langs de kust, zelfs een stuk door wolken, wat niet echt leuk is. Mist is dan nog beter dan die wolken, die flarden van wel en niet zicht geven en volle concentratie vergen.
Tresaith op zich is niet zo belangrijk, maar ik wil toch wel even het strand op, omdat daar nog een waterval is, die hoog uit de klif komt gespoten en op de rotsgrond naast het strand klettert. Speciaal om te zien, dat zeker. Aan de andere zijde van het strand nog wat ondiepe grotten in de rotswand. Blij, dat ik hier toch even de moeite voor genomen heb…


De nacht breng ik door boven Dinas, op een grote layby van een landweggetje, hoog bovenop de kliffen, met zalig zicht op zee en het stadje. Ik sta er alleen. twee auto’s die even stoppen en kijken en weer gaan. verder stilte, duisternis en natuur…

De Pembrokeshire kust is all about nature en met name veel watervogels, overal op de kusten en eilandjes. Zoveel mooie plekjes, wandelingen, zoveel om rond te zwerven en te bekijken, met de nadruk op natuur. Iemand die daar vol voor gaat, kan hier makkelijk een week doorbrengen. Ik wilde naar Skomer island, maar naar blijkt, is het zorg, dat weken vantevoren vast te leggen. Alles al een maand vol. Maar een cruise rond het eiland kon wel nog, dus dat heb ik vastgelegd voor vandaag.
Alleen zijn de weergoden het daarmee niet eens. Ik word wakker en zie een mailtje op mijn telefoon, dat de cruise is afgelast vanwege te zware Noorderstorm. das pech dus. Ik rij er toch naartoe, kijken wat nu nog overblijft voor vandaag of mogelijk is.
Met tegenzin alweer, verlaat ik mijn plaats voor de nacht. Maar goed, er zijn altijd nieuwe dingen in het verschiet en als je blijft staan, komen die niet… Op naar Marloes, Martin’s haven, het vertrekpunt voor de boten die met Skomer te maken hebben…
Ik kom er aan en zoals ik dacht, het bericht gaat niet veranderen. Maar er is wel nog plaats op de boot van zondag. dat betekent nog twee dagen vullen, terwijl ik mijn grove planning anders had liggen, maar goed, ik vind het belangrijk genoeg, dus ik schuif het naar zondag. Voor nu nog even een wandeling over de klif en door de streek en dan weer op weg.
De streek wat verkend en voor de nacht een plekje gevonden in de buurt, Monk’s haven. Prachtig plekje in het bos, bij een oud kerkje, dat gebruikt wordt voor speciale gelegenheden. Speciale plek, heerlijk rustig, met een paadje achterlangs naar zee, het kerkje is altijd open en het oude kerkhof, zo tussen de bomen op een helling, met een bruggetje over een beek, ziet eruit om vele verhalen te schrijven…





De volgende dag, zaterdag alweer, rij ik van mijn plekje het steile bosweggetje omhoog, snel genoeg pik ik de grote weg op en ga ik op weg naar Carew castle.
Tja, Wales is vergeven van de kastelen, waarvan de meeste ruïnes. Dit is een van de betere, grotere ruïnes en meer dan de moeite van een bezoek waard.
Ik kom aan en al vanop de parkeerplaats zie je het kasteel in zijn volle pracht en glorie. Een groot kasteel en iets verderop een tidal mill, een watermolen, die werkt met een waterrad, onder het gebouw, aangedreven door de getijstroming. Het past perfect bij het enorme kasteel, iets verderop gelegen, middenop een dam.



Het kasteel is zalig om doorheen te zwerven en je fantasie te laten gaan, veel is nog aanwezig, het is niet zomaar een hoopje stenen. ALs je buiten de omwalling bent, kun je helemaal om het kasteel heen lopen, door de tuinen. Het zonnetje schijnt voor de verandering en het is een graad of 17, dus het is volop genieten tussen de vele bloemen en ronddwarrelende vlinders.


Een aantal uren later stuur ik de auto naar Tenby. Een mooi haven-/badstadje met een hoger en lager gelegen deel. Best wat werk voor de beenspieren, alleen al van de parking omhoog en omlaag. Op het strand toegang naar een schiereilandje met een kasteelruïne erop.



Op het strand ook, boten naar Caldey Island, een kloostereiland, met een klooster, dat heel Italiaans aandoet. Hier wonen en werken nog altijd Benediktijnse monniken en het klooster is derhalve niet toegankelijk, maar het eiland is verder mooi om te wandelen en de rest te zien. Een mooie plek om rond te dwalen, met mooie zichten op zee, een vuurtoren en vanalles meer te zien.





Terug in Tenby geeft de zon haar strijd weer op en vallen de eerste druppels alweer. het weer is hier zo afwisselend, haast niet bij te houden… Ik breng de nacht door op een boerderijcamping, lekker rustig, een goeie douche, de auto weer eens bijgevuld en opgefrist, alles kan er weer tegen.
En dan is het zondag, kan niet wachten om Skomer Island te zien. Iets minder zonnig dan gisteren, iets meer bewolking, maar lekker weer, nevertheless… Op weg terug naar Marloes, mooi op tijd voor de boot.
Inschepen op een relatief kleine boot, daar ben ik blij om, geen honderden mensen, tijd en kans genoeg om alles te zien. Onze gids Jim, doet zijn best, beetje ludiek, heel goed met veel aandacht voor de kinderen, hij vertelt veel weetjes en beantwoordt zoveel mogelijk vragen.
De eilanden hier zijn bevolkt door voornamelijk Puffins, papegaaiduikers. Op de twee eilanden hier een populatie van 1 miljoen vogels, je hoeft ze echt niet te zoeken…heel speciaal om te zien, die drukdoende zwart met witte vogels met hun felgekleurde snavels. Die snavels worden trouwens alleen voor sier gebruikt. Onze gids vertelt, dat ze elk jaar naar het noord-Atlantische gebied trekken, drie weken vliegen en ze verliezen dan hun opvallende snavels, waaronder een normale vogelbek overblijft. Tja, als je zolang moet vliegen, is eten niet zo belangrijk en die felgekleurde snavel, die weegt wel wat. Als ze dan weer terugkomen, groeit die felle snavel weer netjes aan. hele busy vogeltjes en keihard, met wat ze in hun leven te verduren hebben…




We varen rond, blijven op veel plekken liggen en kijken onze ogen uit, onze gids vertelt honderduit en ik krijg nog een doop op mijn schouder door een zeemeeuw, net voor we terugkomen aan de landingsplaats. Een perfecte dag, vandaag, met zoveel speciaals te zien…
Het is al in de late namiddag als ik weer verder rij, naar Llangennith, een plekje waar een voormalig boer zijn veld heeft opengesteld voor campers. Een prachtkerel, heel vriendelijk, vol verhalen en tips. Ik sta daar alleen, op de helling, met vol zicht op zee en bergen. Hoe mooi kan het zijn…

Rondom het terrein vol met de welbekende Engelse hagen waar ik zoveel van hou. David, de eigenaar wijst me een plekje in de haag en vertelt, dat elke avond rond 9 uur een vos uit de haag komt en langs de rand van het terrein naar het huis loopt om etenrestjes te verschalken. Het is schemerig, de foto’s zijn niet scherp, maar ik geniet van die brutale rakker…

Hij vertelt verder nog dat er een koppel dassen in de haag woont en terwijl ik koffie zit te drinken, komt een egel op zijn gemak uit de haag om verderop naar het hogere gras te lopen, tijd voor zijn avondmaal… Ik hou van die hagen, we kennen dat hier niet zo, die hagen met minstens vijf grote, verschillende planten, bramen, vlier, vanalles. Ze zitten vol met dieren, heel veel vogels, omdat heel veel insecten ook hun woning in die hagen hebben. Als ik ergens van geniet, is het wel van die hagen, vol van leven….Alleen daarvan al kun je uren genieten, als je stil bent en goed oplet…listening to the hedges…
En zo slaat het weer alweer om. Gisteravond volop genieten van zalig weer op dat grasveld, nu sta ik op en regent het weer , met 14 graden.
David zei dat ik me niet moest haasten met vertrekken en vanmorgen lijkt het inderdaad ook allemaal extra langzaam te gaan, zalig. Om tien uur sluit ik de poort achter me en een halfuur later sta ik in Rhossili, bij Worm’s head. Een mooie landtong, met een schiereilandje, dat alleen bij eb te bereiken is. dat is vanavond dus pas, jammer.
Worm’s head heeft niets met een worm te maken, maar betekent “hoofd van de draak”. En dat past heel goed bij de vorm van de schiereilandje. Ruig steekt het zijn kop boven de zee uit, majestueus haast. Heel mooi om te zien. Maar ik kan niet veel meer doen dan door de streek wandelen en ernaar kijken. Wilde paarden lopen los rond en maken het plaatje nog mooier. het weer was droog en goed, maar net op de laatste paar minuten dan toch nog even een nat pak. Tja, het is hier niet anders. Met al dat moois om je heen, is dat geen probleem…






Terug in de auto kijk ik op de kaart. Er zijn veel mooie kleine plekjes hier op Gower peninsula, zeker meer dan de moeite, maar met de meeste het gebruikelijke verhaal, alleen bereikbaar met eb. En dat is pas in de avond. Ik kan wel blijven hangen, maar dat brengt me niet veel verder. Ik besluit verder te gaan. Een flink stuk door, naar de Brecon Beacon mountains.
Tegen de avond vind ik een plekje voor de nacht, aan de rand van het Pontsticil reservoir . Alweer een prachtplek aan het water, omringd door bergen, vol in het groen, met veel, heel veel schapen. Het regent, maar het is toch een fijne avond. Rustig mijn logboek bijwerken en namijmeren over al het moois dat ik gezien heb…


De Brecon Beacon mountainrange is een belangrijke bergketen in Wales. En zoals overal in Engeland bestrijkt het een enorm gebied en is er veel te doen en te zien. Ik heb heel wat interessante dingen op een rijtje gezet, maar het belangrijkste op het moment is toch wel de wandeling van 4 watervallen.

Dus in de ochtend op tijd onderweg, want het kriebelt. Op naar Gwaun Hepste, bij Ystrandfellte. Om 10 uur kom ik daar op de parkeerplaats aan. Prachtige weg ernaartoe, door de bergen. Als je schapen op de weg zoekt, hier moet je zijn, in de Brecon Beacon mountains. Hier en daar wat wildroosters in het wegdek en de schapen en wilde paarden lopen gewoon los rond. Heel goed oppassen dat er geen zot schaap voor je wielen rent, want ze denken echt niet na, maar het is ontzettend leuk, dat allemaal zo vrij te zien lopen…

De ochtend begon met een 13 graden en regen, maar nu ik geparkeerd ben, lijkt het magisch beter te worden, mooi weer voor de wandeling… Ik betaal voor mijn parkeerplek en de natuurwachters wijzen me de weg en geven wat tips. Op weg…
Om half twee ben ik terug bij de auto en schud mijn hoofd nog eens. Awesome, wat een prachtwandeling. 9 kilometer op precies 3 uur, niet heel simpel, hard werken, want onderandere alles wat omlaag gaat, moet je ook weer omhoog en dat is heel wat en zeker met de stijgende temperatuur en de volle zon ondertussen, geen sinecure. Maar ontzettend mooi, door de bossen, met adembenemende uitzichten. Can’t wait to see the pictures…







Om twee uur weer achter het stuur, richting Cardiff, ongeveer. Om half vijf vind ik een mooi plekje voor de nacht , op Barry Island, aan het water bij the docks.
De dokken hier zijn van midden 19e eeuw en waren toen belangrijk voor de export van kolen vanuit South Wales. Destijds is er grof geld tegenaan gesmeten om alles te realiseren, nu is er totaal geen bedrijvigheid meer, behalve toerisme. Mooie plek, hier, rustig aan het water, nieuwbouwwoningen all around. Voor de rest is Barry Island een pleasure island, met pretparktoestanden, een heel strandgebeuren en een heel groot shoppinggebied. Niet ver van waar ik sta ontdek ik nog iets leuks, Goodsheds, een nieuw project/concept, waarbij containers en oude treinwagons zijn samengebracht om lokale ambachtslui, artiesten en startende bedrijfjes een mooie kans te gunnen op een veredelde industriële plek. Alles sjiek zwart geschilderd, heel mooi modern opgezet, met oude materialen, daar krijg ik kippevel van. Jammer genoeg is het die avond al dicht en in de ochtend alleen open voor lekkere koffie, maar dat is dan toch al een eerste kennismaking…


The next day…Net na 10 uur kom ik aan in Penarth. Een parkeerplekje aan the seafront, even rondkijken , genieten van aangenaam weer…Het blijkt een klein badplaatsje, met kleine pier, verouderd, weinig speciaals, maar het heeft toch zijn charmes. Ik zit al snel weer in de auto, verder op weg naar Cardiff.


Interessante stad, maar warrig druk. Een andere camperaar had me gisteren al verteld, dat er iets speciaals te doen was en dat de stad moeilijk te doen was. Ik ben er tegen alles in toch naartoe gekomen, maar het is inderdaad niet te doen. Een hoop festival- en kunstgedoe. Veel te druk, de hele stad op z’n kop. Not good. Dus over Cardiff weinig te melden hier en nu. En route…
Een uur later parkeer ik bij Cosmeston. Ik heb gezien dat daar een medieval village is, die je kan bezoeken. Dat is totally up my alley, dus daar moet ik heen. Het is opgezet als openluchtmuseum, maar dan gratis. Er zijn een aantal woningen van rond 1350. Opgegraven en gereconstrueerd. Heel interessant om te zien, alleen…ze zijn gesloten. Ik kan er niet meer doen, dan er wat rond dwalen en de buitenkant vana de woningen bekijken. jammer, maar het is toch mooi.





Eraan vast ligt een klein moerassig natuurgebied, sterk op kinderen gericht, om ze heel wat te laten zien en bij te leren. Erg mooi opgezet en het maakt een wandeling nog net even leuker. Bruggetjes, veel waterplanten, vogels, allerlei…


Na de middag weer verder. Een stuk doorrijden en de weg brengt me bij Raglan castle. Ik zag foto’s en tja, had to see it…Het ziet er net zo ruig uit als zijn naam klinkt. Ik bedenk me, als het schemerig is en met slecht weer, dat het absoluut garant staat voor vele verhalen en goosebumps. Vooral die twee grote torens, wauw…


Later in de middag weer onwards. Een mooie weg, zo door de uitlopers van de Brecon Beacon mountain range, zalige weggetjes vol twists and turns en schapen enzo…
Rond half vijf kom ik bij the white castle. Het is niet echt wit, maar het wordt zo genoemd, omdat het een hele lichtgekleurde steen is, die vooral in de zon bij wat afstand best wit lijkt.


White castle, ook weer een ruïne, gratis te bezoeken, met een box aan de muur, waar je een donatie in kan achterlaten… Het zou al gesloten zijn, maar is nog open. Nobody around, maar ik besluit toch even rond te lopen en wat foto’s te maken. Vrij vluchtig, omdat ik niet weet of het gaat sluiten, maar ik zie in de rapte toch genoeg moois…
Dan weer de weg op, richting Tintern. Leuk plaatsje met een massieve kloosterruïne, mustsee, dus… Ik vind een zalig parkeerplekje aan het water, de rivier The Rye. Het riviertje meandert rustig door het landschap, glinsterend in de (bijna) avondzon, tussen groene weiden en velden, die iets hoger gelegen zijn. Het is weer genieten. En de Rye doet me direct weer denken aan the Cotswolds, die ook gelinkt zijn aan onderandere dit riviertje en niet veraf zijn. Thoughts and feelings…
De zon schijnt lekker en ik nuttig, een beetje ongeduldig, mijn avondmaaltje lekker aan het water. Ik wil zeker nog even richting dorp lopen en naar de abdij, die een stuk verder om de tweede bocht van het riviertje staat…Ja, ik bezoek ze morgenochtend, maar vandaag wil ik nog een kans op een paar foto’s in de avondzon en er komen misschien wat buien )you never know met het weer hier) en ik wil het licht niet echt mislopen… Het lukt, volop. Me, happy camper. Ik zie veel leuke plekjes op mijn korte wandeling , can’t wait for tomorrow…

Donderdag…Na de zonnige foto’s gisteravond kwam toch nog wat bewolking, maar deze dag begint weer stralend met maar liefst 24 graden, stralend en bijna te warm…
Om halftien sluit ik de auto en loop naar de abdij. het is een joekel van een abdijruïne, waar Cistercienzermonniken hebben geleefd en gewerkt, gelegen op 11 hectaren grond. In vroeger tijden een machtige plaats, heel belangrijk, nu straalt het dat nog uit. Puur ontzag en hopen fantasie gaan door me heen terwijl ik ronddool. De ruïne wordt gestaag opgeknapt en verbeterd door een groep enthousiaste archeologen. Er is erg veel gevonden en daarnaast is er een probleem met het gesteente, dat als vanzelf heel vlot verweert en vergaat tot stof. Het is dus zaak om alles heel goed aan te pakken en te conserveren. Dat wordt erg serieus genomen.










Saillant detail, er zijn heel erg veel decoratieve elementen gevonden, die gelinkt zijn aan de gebouwen. Dit is vreemd, want de Cistercienzers zijn heel streng ingesteld, wars van opsmuk en alles wat extra en luxe voorstelt. Hoe dat in het verhaal past, is dus niet duidelijk, een heel vraagstuk op zich. Bij het klooster zijn nog ruïnes van extra gebouwen van hoge kerkpiefen, dus ik peins dat die, met hun leefstijl en macht er best wel mee te maken hebben gehad…
Op de terugweg naar de auto nog even langs een oude watermolen, met een heksenwinkeltje en allerlei antiek, this place is pure joy… Ik loop op wolkjes.

Tegen de middag weer achter het stuur, afscheid van weer een speciale plek en op weg naar Bristol, waar ik een stuk na de middag aankom. Weer zo’n grote, drukke stad, maar het is er wel eentje met veel mooie, oude gebouwen en opvallend veel groen, dat zich ook laat zien in massieve parken, net buiten de stad. Er hangt een heel aangename vibe, vind ik, terwijl ik door de stad cruise. Ik dwaal een uurtje rond en stop nog even bij de Clifton suspension bridge.

Een mooi, grote brug, beetje vreemd gesitueerd, hooggelegen in de stad, in een park. Het is behoorlijk veel tol, alleen om er even over te rijden, dus dat doe ik niet, maar toch even een stop voor een foto. Zoveel groen hier en zoveel mensen die ervan genieten… Dan een lange, steile weg omlaag, de stad uit en op weg naar Cheddar.
Ik kom door Bath, waar ik gewoon doorheen rij. Mooie oude stad, heel bekend en speciaal, vooral om zijn water, zijn baden, badhuizen. Hier hangt een heel oude vibe, erg mooi. Maar ik ga door, ik wil naar de Cheddar Gorge, waar ik dus later in de middag aankom.
Cheddar, klein plaatsje, erg toeristisch, heel beroemd om zijn kaas, is gelegen in de bodem van een ravijn, Cheddar Gorge, waar je vanzelf doorheen rijdt, als je naar het plaatsje gaat. Ontzettend mooie, indrukwekkende weg, zo afdalend tussen massieve rotswanden, die steeds hoger boven je uittorenen. je daalt letterlijk een ravijn in. zalig. De action camera biedt mooie filmopnames…



Het plaatsje zelf is leuk, maar niet heel speciaal, heel erg gericht op toerisme en gewoon te druk. maar toch leuk even rond te lopen. Je kan hier vanalles doen, van kaas proeven tot grotbezoek, van lekker eten en drinken en shoppen tot rotsklimmen…lang leve het toerisme, als je geld genoeg hebt, is alles leuk.
Tegen de avond vertrek ik weer en ik kan het niet laten, weer over dezelfde weg terug te gaan, me omhoog werkend over de bochtige weg tussen de rotsen door, nog even volop genieten van dat machtsvertoon van moeder aarde en haar natuur…
Een uurtje later sta ik op een layby/parking van een doorgaande weg tussen twee meren, bij Heron’s green bay. Een meer, tjokvol watervogels, die de hele avond zorgen voor een levendig beeld. de weg is druk, maar dat wordt ’s avonds minder en het meer is druk en dat wordt niet zomaar minder, dus alleen maar mooier…


Ik word wakker na een opvallend goede nacht. had ik niet echt gedacht, met dat verkeer, maar toch…Na een ontbijt bij de vogels, weer op pad. Ik stop even bij Wookey hole, een plaats van verdeelde meningen. Er is een grot en er is vanalles te doen, zoals bij de grotten van Han, je moet echter entree betalen voor alles tegelijk, terwijl eigenlijk alleen de grot de moeite is. Geen optie voor mij dus, maar blijkbaar voor veel mensen wel. In Han kun je tenminste nog kiezen en is alles eigenlijk wel de moeite…
Dus weer op weg. Naar Wells. Mooie, oude stad, die op mijn (langzame) weg huiswaarts ligt ( nog niet naar huis, maar het is toch al in die richting)…
Rond tien uur kom ik in Wells aan en zoek ik een parkeerplekje onder een grote boom, een beetje schaduw, want hier, zonder de bergen die Wales had, is het ineens veel warmer, de dertig graden mark komt bijna kijken, dus schaduw is belangrijk…


Wells, prachtig middeleeuws stadje met veel oude gebouwen. Onder andere een machtige kathedraal en bischoppelijk paleis, parken, een oud centrum, alles erop en eraan, heel erg de moeite om rond te dolen. De kathedraal bezoeken, tja, niet heel goedkoop, maar ik kan het niet laten, een ontzettend mooi gebouw, vol luister en pracht…









En dan, vlakbij de kathedraal, Vicars close, het oudste straatje, waar al van oorspronkelijk de koorleden woonden. heel speciaal, zo’n echt oud straatje, vol met de oorspronkelijke woningen, tuintjes, deuren, poortjes, alles helemaal opgeknapt, ziet er nog net zo uit als het vroeger moet zijn geweest, awesome…


Weer op weg en rond de middag doe ik twee plaatsjes aan, die belangrijk zijn in de boek- en antiekwereld. Als eerste Shepton Mallet, plaatsje met lokale antiekmarkt en antiekwinkeltjes, Ik kijk ernaaruit, maar het valt eerlijk gezegd wat tegen. Het is zeker niet niks, maar ik ben er vrij toch vlot weer weg.

Het tweede plaatsje, Frome, is groter, mooier en veel interessanter.


Frome is groter en vol met antiekwinkeltjes, een zalige vibe hangt hier. De winkelstraten lopen wel helemaal van boven naar beneden, dus het is een flinke tippel, op en neer naar de auto, de volgende keer parkeer ik beneden, een afdaling als laatste is beter, dan helemaal terug omhoog te moeten, haha. Maar het is zalig om zo door de winkeltjes te struinen, het is zeker iets speciaals, dat hebben we hier bij ons niet.
Met mijn kompas in gedachten op Stonehenge gericht, vervolg ik mijn weg, die me eerst door Warminster brengt, geen heel geweldig mooie plaats en vervolgens door Salisbury, hetgeen een serieus mooie stad lijkt te zijn. Ik rij erdoorheen en het aantal mooie oude gebouwen valt toch echt wel op, maar de drukte ook. Het weekend staat voor de deur en het verkeer is niet aangenaam, dus ik rij door.
Later in de middag kom ik bij een van mijn meest favoriete plekken, lievelingsplek, Stonehenge. Bij mijn vorig bezoek, twee jaar geleden, had ik heel wat campers zien staan op de veldweg, die naast het monument loopt. Ik had me vast voorgenomen, bij een volgende bezoek, die plek op te zoeken voor de nacht. Het is echter een hele quest om de toegang te vinden en er staan veel waarschuwingsborden. Een halfuur lang zoeken, ergens toch wel bang, dat het niet zou lukken. Met de laffe aanslag op Stonehenge, toen een aantal weken geleden de stenen besmeurd waren met verfpoeder, door een actiegroep, is de bewaking heel sterk verscherpt. Ik had het idee dat mijn plan in het water ging vallen. Maar ineens zag ik toch nog een weggetje en jawel, het was de juiste toegang, toegang tot mijn gedroomde slaapplek voor de nacht. Heerlijk, op een veldweg, naast een weiland, amper een tweehonderd meter van het machtige monument, dat zo belangrijk is voor me. best place ever, gelukt!

Enige nadeel, vandaag is het bloedheet, 32 graden, volle zon en nergens schaduw. je moet er iets voor over hebben. lay low dus, tot de avond valt en dan nog een aangename wandeling rondom Stonehenge en door de omgeving. Ik ben blij, hier weer te zijn en de energie te voelen, die die plek me geeft, oud, mysterieus, geladen, zo speciaal. Hier keek ik al naaruit voordat ik vertrok…

De volgende ochtend, ik ben al vroeg wakker. De zon zou opkomen om 05.15 uur en ik ben wakker om vijf. Ik steek mijn hoofd buiten en word kletsnat. het is grijs en het regent. Dikke pech, geen zonsopgang bij Stonehenge voor mij vandaag. Weer even terug naar bed, maar als ik wakker ben, wordt dat niks, dus op het gemak koffie en alles opruimen. vandaag de reis terug naar huis.
Eerst naar Dover, een 250 kilometer kachelen, uurtje of vier… Langzaam maakt de regen plaats voor zon en tegen dat ik in de buurt van Dover begin te komen, schijnt de zon weer vrij en blij en geeft de meter weer 25 graden aan.
Net na de middag parkeer ik de auto op de parkeerplaats bij de White Cliffs van Dover. Ik heb nog een aantal uren over, voordat ik naar de boot moet, dus nog even de natuur in met zicht op de zee, baai en de ferries. Dat verveelt nooit.




Boterhammen, een goeie wandeling over de cliffs en rond drie uur dan weer achter het stuur om af te dalen naar de ferryhaven.
Vlotjes zoef ik door de controles. Vreemd, andere jaren was het hier verschrikkelijk aanschuiven, nu is het niks druk. Nooit gezien. De vrouw achter het loket zet mij op een eerdere boot. De boten hebben allemaal vertraging, dus ik kom toch een klein uurtje eerder uit dan oorspronkelijk gepland. Niet erg, dan kom ik nog wat relaxter thuis aan ook.

Een kalm zeetje, beetje heiig, maar best wel okee zicht, lang afscheid van de Engelse kust, die me zo bekend is en een hele tijd genieten van de Franse kust, waar ik me ook zo thuis voel. Plekken die vol in mijn hart liggen. Hoewel ik graag daar nog even zou blijven, moet ik toch naar huis. De plicht roept weer langzaam. Met een hart vol warme herinneringen de snelweg op, straight home. Niets aan te veranderen, lieverkoekjes worden nu eenmaal niet gebakken…
Zwerven langs de Seine…
Het is al wat later in de middag, als ik op vrijdag achter het stuur zit om richting Parijs te gaan. Niet direct Parijs, want het is de start van de Tour de France en dan wil je niet in Parijs zijn voor je plezieré En ook niet helemaal Parijs, want ik ben door omstandigheden pas laat op weg en op vrijdag is het verkeer zo’n janboel, dat ik besluit, niet de hele weg te gaan. Maar wel alvast een stuk in de richting, om alvast op vakantie te zijn…
De tocht gaat niet exact richting Parijs, maar naar St.Germain-en-Laye, een stadje buiten Parijs. Waarom? Wel, ik zag mooie foto’s, die daar genomen waren en dat bracht me op het idee voor de eerste dagen van mijn zwerfvakantie dit jaar.
St.Germain-en-Laye ligt aan de Seine en van daaruit heb je een onvergetelijk zicht op de skyline van Parijs en dat wil ik niet missen. Daarnaast bedacht ik me, dat ik de Seine helemaal niet zo goed ken, dus wil ik die volgen vanaf daar tot aan de kust, tot het estuarium bij Le Havre. That’s the general idea… en dan zienik wel weer verder.
Onderweg dus. De eerste dag tot Athies, waar ik blijf staan om te overnachten, lekker op het gemak, mooie plekje aan het water, bij een sluisje.
De zaterdag begint al met mooi weer, warm, zonnig, beetje bewolking hier en daar, heerlijk. Ik zet me achter het stuur voor een niet al te lang stuk, eerste stop bij Arras. ofwel Atrecht. Een prachtig middeleeuws stadje, vroeger van veel belang, met een grote markt van precies een hectare groot, met nog meer pleinen, zoals het Heldenplein, met het Belfort. Dat is gratis te bezichtigen, met prachtige vergezichten, zeker met het weer van vandaag.




In de inkomhal van het belfort, staan de beroemde reuzen van Arras, mooi om te zien. En als je een weinig betaalt, kun je begeleid afdalen in les boves, het ondergrondse gedeelte, niet zomaar kelders, maar een heel ondergronds gangenstelsel, dat zich uitstrekt onder het gebouw en de pleinen eromheen. In vroeger dagen gebruikt als voedselopslagplaatsen, voorraadkelders voor de markten, schuilplaatsen, gevangenis en wat dies meer zij. Ontzettend interessant en indrukwekkend om er rond te dwalen en de verhalen te horen.



Na nog een wandeling door de stad en natuurlijk de grote zaterdagmarkt, is het weer tijd om voort te gaan. Nu toch echt, eerst en vooral naar St.Germain-en-Laye. Het is al wat later in de middag dat ik daar arriveer. Het verkeer is brutal, met de Tour de France, die overal in de omgeving vele Tour-toeristen op mijn weg zet, met alle bijbehorende files…
St.Germain ligt voornamelijk op een heuvel, een helling, die de vallei van de Seine begrenst. De streek is prachtig om te zien, heuvelachtig, de Seine meanderend door een brede, veelal groene vallei. Ja, er is industrie ook, maar het stoort amper. Je kan heel ver kijken en dat zicht verveelt nooit. St.Germain had ooit een groot kasteel, dat is afgebroken en vervangen door een ander, meer in het centrum. van het oude kasteel, zijn de enorme tuinen overgebleven en behouden als wandel-en fietspark, met nog veel victoriaanse invloeden en bovenal, een fenomenaal zicht op Parijs. de hele skyline in een plaatje. En als je van die stad houdt, is dat best breathtakingly beautiful. Ik wandel rond en neem veel foto’s, dit is iets dat niet verveelt, zeker niet, als je de stad redelijk kent en weet wat je allemaal ziet. Al het oude en nieuwe bekende in een andere setting, iets dat je zelden ziet.



Het is alweer zeker een uur later, als ik me losscheur van die plek en weer op pad ga, op zoek naar een mooi plekje voor de nacht, om rustig de dag te laten inzinken…
Ik vind een plekje, langs de oevers van de Seine, maar kan de rivier amper zien, omdat die, zoals ik overal zal ontdekken, bijna constant aan het oog onttrokken wordt door struiken en bomen. Veel groen is mooi, maar wel een beetje jammer, dat je op veel plaatsen niet echt voluit van de rivier kan genieten . Anyway, het is mooi.
De Seine…ik ben opgegroeid in Nederland en tja, al die wateren daar zijn me goed bekend. Ik groeide op in het Maasgebied en die rivier ligt me na aan het hart. De rivieren in België zijn ook absoluut oude bekenden. In Duitsland heb ik al genoten van Rijn en vooral ook de prachtige Moezel en in Engeland heb ik al meer dan genoten van een gedeelte van de Thames en diverse kleinere riviertjes en kanalen. In Frankrijk heb ik behalve de Maas ook de Loire al gevolgd. Diverse keren ben ik over de pont de Normandie gereden en drong dat indrukwekkende zicht op dat machtige estuarium van de Seine diep tot me door en maakte me nieuwsgierig naar de rest. In Parijs zie je de Seine zich ook in volle glorie door de stad slingeren. Maar ik heb verder nog niets van die rivier gezien, geen idee wat ik ga zien, wat ik kan verwachten, maar ik ben zo benieuwd. Can’t wait till tomorrow…
Als je zo op de kaart kijkt, is de Seine een rivier, die ontzettend meandert. Ze slingert zich in grote bochten door haar vallei, doorheen een landschap vol rotsige hellingen. Het doet qua bochtenwerk aan de Moezel denken, alleen zijn de hellingen verder van de rivier verwijderd, zodat je elke keer een brede vallei hebt. Veel hoge panoramapunten en omdat de rivier zo meandert, duurt het best nog een dag, voordat het moment komt dat ik uiteindelijk afscheid moet nemen van het laatste zicht op Parijs, dat tot heel ver blijft terugkomen. het verveelt nooit, voelt als een oude bekende die je begeleidt op je tocht. Een warm gevoel. prachtige streek met overdadig veel groen, blessed by the river.
Wat nog opvalt…iets dat ik niet gedacht had…weinig scheepvaart. Je ziet Parijs, je ziet dat machtige estuarium bij die belangrijke havenstad, Le Havre, en denkt er eigenlijk niet veel bij, je verwacht een drukke rivier, zoals maas of Rijn, maar niets is minder waar. Er gaat vrachtverkeer, maar het meeste haalt Parijs niet eens. In mijn ogen, Rouen voor de grotere schepen en dan nog wat rivierschepen die het wat verder maken, maar het aantal en ook tonnage neemt snel af na Rouen. En dan wel nog een aantal riviercruises. Maar over het algemeen , zeker hier, een heel stuk van de kust, zie je niet meer dan een vijf-à tiental schepen max per uur. Het lijkkt meer op afentoe eentje, dan op een drukke waterweg. Ik heb diezelfde verwondering gehad bij de Loire, machtig grote rivier, zonder scheepvaart voor heel grote stukken. Speciaal om te zien, mooi natuurlijk, voor de natuur en de afwezigheid van mensendrukte, maar het blijft wat vreemd.
De volgende dag begint met een buitje, maar het is wel warm en het belooft beter te worden. Ik start de motor, maar het is maar voor een kort eerste ritje. Vlakbij St.Germain ligt het chateau de Monte Cristo, het kasteeltje van Alexandre Dumas. Groot schrijver van vele theaterstukken en verhalen, zoals die van de drie musketiers en de graaf van monte Cristo. De schrijver woonde hier in een mooi kasteeltje, niet groot, meer zoals een luxe, kasteelachtige villa, gelegen in prachtige omgeving met divers aangelegde tuinen, om niet anders te doen dan genieten. Hij werkte er ook, schreef er aan zijn grootste werken, maar dat schrijven deed hij niet in huis. Hij had op het domein, direct tegenover zijn woning, op een heuvel een tweede kasteeltje. Jawel, echt waar, twee kasteeltjes op zijn grond. Dit kasteeltje vind ik nog mooier dan het ander, het ligt volledig ingebed in water, met alleen een bruggetje ernaartoe. Dat was zijn plek om te schrijven, totaal ongestoord. de gevels van dat kasteeltje zijn gesierd met beeltenissen van alle grote schrijvers en theatermensen van de oude tijden, alsook beroemde uitspraken. Als een hommage aan wat hij idoliseerde en wat hem inspireerde. Het is een droom om te zien. Klein maar fijn, maar vooral ook wel een overdreven stukje opschepperij dat teveel heeft gekost. Maar het is de moeite, meer dan de moeite. Daar ga je moeiteloos terug in de tijd en vergeet wat deze wereld is.


Ik volg de rivier zo close als het kan en meander mee met de stroming om niets te missen. Voor de nacht zet ik me op een parking, bovenaan een helling, met vol zicht op de rustige rivier, waar afentoe een schip voorbijglijdt onder mijn voeten. Rozebottelstruiken en appelboompjes sieren mijn zicht. Aan de andere kant van de weg een enorm veld met zonnebloemen, allemaal met het gezicht naar de zon en als die later die avond achter een heuvel verdwijnt, is het kleurenspel magisch. La douce France op zijn best, een rivier, veel groen, een prachtig uitzicht, een veld met zonnebloemen in een ondergaande zon, wie kan het bijeen bedenken…ik word er heel blij van, in elk geval.

La Roche Guyon, dat is waar ik boven sta. Een stadje, klein en gezellig, met een groot kasteel, met een royale vruchtentuin. Een enorme tuin met rijen aan appelbomen, perenbomen, druivelaars en heel wat andere vruchten, gesierd door bloemenperken, gevuld met tuinmannen, die zorgen dat alles picobello blijft en het fruit geraapt en geoogst wordt om bij het kasteel te verkopen. Dat alles in een blij zonnetje met bijbehorende temperatuur, een espresso op een vroeg terrasje et voilà, de toon is weer gezet. Je ochtend zo beginnen is zalig. Pure rust en genieten van alle kleine alledaagse dingen in een stadje dat wakker wordt. Beter dan lang in je bed liggen te stinken en ’s middags pas te leven, denk ik dan…



Rond de middag stop ik even in Vernon. Het plaatsje op zich heeft niet veel, maar het heeft een heel oude watermolen op een heel oude brug, allez, de restanten dan toch. En bij dat plaatje hoort dan ook nog een klein massief kasteeltje. Het plaatje is af. Meer dan genoeg voor een stop met veel foto’s…



En dan weer op pad. Verder langs die mooie rivier…Zoveel te zien, onnodig en onmogelijk om alles te vertellen, details, details, details… Even na Val-St.Martin kom ik bij panorama de Tuit. Het is een pittige wandeling heuvelopwaarts naar een beeld van een notre dame, die waakt over een briljant uitzicht over de Seine. Hoger en hoger wandel je, telkens denkend dat je nu de hoogste boomgrens wel zo’n beetje bereikt hebt. Tot je op gegeven moment ineens uit de bomen komt en het beeld ziet staan. Druk is het niet, als je alleen bent. Het is geen toeristische plek, maar een mooike.


Dan weer naar beneden, de auto in en een plek zoeken voor de nacht. Die vind ik op een parking langs de weg bij Tosny, bij een oude windmolen. Alweer lekker rustig, hoog op de helling, met een magisch zicht. Life can be good…

De nacht en de ochtend zijn wat te fris om zomer te zijn, een graad of twaalf. Maar de zon wint gaandeweg van bewolking, op een klein zwart regenwolkje na, dat er zo cute uitzag, dat ik het bijna een naam gegeven had. tegen de tijd dat ik onderweg ga, is het al 18 graden en counting, dus het gaat prima.
De weg brengt me naar Orival. Hier is de weg geflankeerd door massieve rotswanden en ik ben op zoek naar de vertrekplaats van een wandeling. Moeilijk te vinden, absoluut niet veel gebruikt, maar na een halfuur vind ik de plek toch. Een klein paadje naast de weg, dat in directe weg omhoogleidt, van 0 tot 100 meter in één trot. Een absoluut pittige klim, maar meer dan de moeite. Als je daar bovenover wandelt, heb je het ene view na het andere, over de Seinevallei. Maar wat meer is, waar ik voor kwam, is de troglodite village, de rotswoningen, uitgehouwen in de helling, daarboven. Ongelofelijk te zien, hoe mensen zoiets voor elkaar kregen en om je voor te stellen, hoe ze daar geleefd moeten hebben. Kleine woningen, waarschijnlijk volgepakt met grote gezinnen, alsook grotere grotachtige woningen en ruimtes. Overal vierkante gaten boven de woningen, wat me doet vermoeden, dat daar allemaal houten palen in hebben gestoken, als soort van structuur voor afdak, het is een gebied om door te wandelen en in gedachten totaal terug te gaan in de tijd. Je ziet hoe de plafonds minutieus zijn uitgekapt, met allemaal groefjes, je ziet hoe ze een vuurplaats hebben gecreëerd, met een rookafvoer, je ziet vermoedelijke slaapplaatsen. Dit was niet zomaar survival, dit was wonen, een thuis voor wie daar hoorde. Het kost me moeite om me los te maken van die plek, die me verder en verder in imagination brengt…





later die dag, in de namiddag, kom ik bij Abbaye de Jumièges, een Benedictijner abdij, die zijn oorsprong heeft in 645. Bijzonder indrukwekkende ruïne. Een plek die niet vergaan is tot een paar steentjes, maar die nog heel veel laat zien van de vroegere luister en grandeur. Plek van zoveel historie, met grote tuinen eromheen, met ook nog de resten van andere belangrijke gebouwen, alweer zo’n speciale plek, goed voor zoveel foto’s…





Tegen de avond hou ik halt in Rives-en Seine, een klein dorpje aan de oever van een al belangrijk grotere Seine, dichter bij de kust in de buurt. De hellingen zijn sterk verminderd en hier zit je op waterlevel aan de oever. het plaatsje op zich stelt niet veel voor, maar hier heb je onderandere wel het museum van Victor Hugo en een grote oude brocante markt die slecht enkele keren per jaar geopend is. En een ontzettend gezellig cafeetje met terras, direct aan het water, goed voor ongebreideld genieten. Het was een huis waar vroieger loodsen in zaten, voor de schepen. Nu overgenomen door een jonge, plaatselijk brouwer, die er in no time een succes van heeft gemaakt. De enige drukte hier is van wandelaars en fietsers, geparkeerd onder een rij bomen, in heerlijke, deugddoende schaduw, puur genieten van niets bijzonders en al wat je ziet…


De koffie smaakt hier, op dit terrasje vlak aan het water, als nectar, de setting is meer dan perfect en het blijkt later een plaatsje, zo onbeduidend als het dorpje zelf is, een plek waar ik me met hartepijn van los moet scheuren. De scheepvaart is hier, al een heel stuk dichterbij de monding, wat drukker en je ziet best wat vrachtschepen en kustvaarders. Niet zoveel als Maas of Rijn, het is nooit heel druk, maar toch al heel wat meer dan ik eerder had gezien.

De volgende ochtend, als ik mijn ogen opendoe, is de Seine verdwenen. de weg en het dorp, alles is heel duidelijk, normaal te zien, maar de rivier is door een dikke laag mist aan het oog onttrokken. Een laag, die mysterieus genoeg, precies aan de waterkant stopt. het duurt een halfuurtje en dan begint de mist te breken. De zon brandt zich een weg doorheen het dampende grijzige vocht en lost het op . Het levert in elk geval meer dan veel foto’s op.

Ik scheur me los van mijn magische plekje en ga weer op weg, stroomafwaarts langs de levensader die daar door het landschap drijft. de grote meanders worden minder. het land is lager, dus de rivier heeft zich hier minder zoekerig een brute weg moeten vormen. het is duidelijk dat we bij de kust in de buurt komen.
Na een laatste stop in Vieux-port, mooi oud plaatsje, ga ik richting Honfleur. Mooi oud plaatsje aan de kust, aan de voet van de pont de Normandie. Plaatsje met veel geschiedenis, maar vooral ook veel, heel veel toeristen. Overladen met mooie oude gebouwen en plekjes en evenveel toeristen. Een plek, waar veel te doen is en ik maak er een mooie boottocht, over het estuarium, onder de grote brug, genieten van al het moois vanaf het water. Maar verder vertel ik daar niets van. Honfleur is een verhaal van een kustplaats, niet direct van Seine. Vanaf hier volg ik de Seine niet meer, maar zwerf ik langs de kust en dat is voor een ander verhaal.



Voor nu afscheid van een aantal dagen langs een rivier, die meer dan mooi blijkt te zijn. Met een streek die vergaat van kastelen, abdijen en panorama’s. Een streek die tot veler verbeelding spreekt, waar je honderduit van kan vertellen, maar waar elk woord ook niet genoeg zegt. Dit stuk deed ik in een dag of vijf, maar het kan ook in vijf weken. Er is zoveel te zien en te doen, maar het ligt aan jezelf, wat je wil zien of doen, of hoelang je ergens blijft hangen. In elk geval een grote aanrader, absolute beauty…












































































































































































































































































































































































































































































































