Hallerbos
It’s only a short window of opportunity, too awesome to ignore…..
Het Hallerbos, met een tapijt van wilde hyacinten, bekroond met fris lentegroen, badend in een weldadig zonlicht dat zorgt voor de mooiste kleur- en schaduwspel.
En dat alleen midden-april ongeveer…Wat kun je anders doen dan je boeltje bij elkaar pakken en snel gaan kijken als je dat hoort? Het is slechts een kwestie van dagen, vooraleer het groen voller is en de zon niet meer aan de bloemen kan. Volle gas genieten van het schouwspel dus…Even een kleine indruk…
Voor nog meer info…









Koninklijke serres van Laken
Elk jaar in mei, worden de koninklijke serres in Brussel drie weken lang opengesteld voor publiek. Een mooi parcours van meer dan een kilometer, veel te zien… In 1873 ontworpen door de grote architect Alphonse Balat, in opdracht van de toenmalige koning, Leopold II . Een indrukwekkende verzameling serres in de paleistuin, helemaal in art nouveau stijl, met een wereldberoemde collectie planten en bomen. Een lust voor het oog, zo op de heuvels van het koninklijk domein, zowel buiten als binnen…
meer info……..
https://www.monarchie.be/nl/patrimonium/koninklijke-serres-van-laken









La roche aux faucons
De valkenrots….een mooie wandeling, hoog verheven boven de vallei van de Ourthe in de buurt van Esneux. Deze plek is al bekend van het Neolithicum, zo’n 5000 jaar voor Christus. Toen leefden daar al mensen. Als je je dat zo bedenkt, is dat niet zomaar niks… Een zonnige middag, gevuld met inspirerende vergezichten….





meer info…
just type “la roche aux faucons in Google. Veel wandelingen te vinden…
Na nog wat klim- en klauterwerk langs de rotswand uitgekomen bij een verdwijngat…hierboven op de rots loopt bij hoge regenval een klein riviertje, dat letterlijk verdwijnt in dat verdwijngat, om zich vervolgens een weg te zoeken door het binnenste van de rotsen en weer uit te komen in de Ourthe, daar in de diepte. Een speciaal idee…
Ninglinspo
Niet ver van Remouchamps ligt de vallei van de Ninglinspo…een klein riviertje dat zich een weg baant door een heel oude, wilde vallei, ruw, maar toch ook romantisch zacht…Zowel de bedding van het riviertje als de beboste hellingen liggen bezaaid met rotsblokken, alsof reuzen een spelletje stenensmijten gedaan hebben…reuzen….tja, het geheel doet heel fantasierijk aan, al vanaf het begin krijg je het idee alsof je een enchanted forest binnengaat… En verder naar boven, via het uitkijkpunt van Drouet, waar je getrakteerd wordt op de mooiste vergezichten, tot op 315 meter hoogte, de rotsen van Calhay, de overblijfselen van de eerste zeekust. Daar ben je vanzelf even stil…het vreemde idee dat daar ooit de zee was, nu zover van daar verwijderd….. Enkele indrukken van een stevige wandeling….2,5 kilometer op 3 uur….
In het gebied zijn verschillende wandelingen te doen. Het is behoorlijk zwaar terrein, dus verkijk je er niet op. Daarnaast nog een waarschuwing…kom op tijd, want later op de dag staat alles vol auto’s en is het processie lopen in de bossen, vooral op zondagmiddag, als er veel mensen even een ommetje komen maken door het eerste stuk bos en bij het laagste deel van de rivier…
Meer info…
https://ardennen.nl/wandelen/ninglinspo-een-unieke-wandeling-in-de-ardennen/












Le Fondry Des Chiens
In de Ardennen, bij Viroinval, niet ver van de Franse grens, ligt een adembenemende plek…Le fondry des chiens is een gouffre, een zinkgat. Een plek waar moeder natuur de nodige miljoenen jaren geleden gespeeld heeft met rotsblokken…. Het is een van de plekken waar de onderliggende kalksteenlaag te zwak was en is weggespoeld door “zure” regens. Met als gevolg…ravage. Vreemd genoeg komen zulke plekken in BelgiĆ« alleen voor in de streek van de Viroin. Absoluut indrukwekkend en amper goed op foto te vertellen. Het is een groot gat, strekt zich uit over 100 meter,20 meter diep. Een van die vele plekken waar moeder natuur je nietig laat voelen en een diepe indruk achterlaat…
Meer info…




Barrage de Nisramont, promenade des deux Ourthes
Nog maar eens even wat natuurfoto’s spammen…. Ik was aan de Barrage de Nisramont, een stuwdam van 1958. Niet meer heel bijdetijds, de stuwdam is leuk om te zien, verder ook niet spectaculair maar de omgeving is out of this world….een lieflijk stuwmeertje temidden van steile hellingen met bomen. Zeker met een lekker zonnetje een superplek om te zijn… Er is een wandeling van 13 kilometer rondom het meer en in de omgeving, le promenade des deux ourthes. De ourthe splitst zich een stuk na het stuwmeer in twee ourthes, vandaar de naam… De hele wandeling is in puur natuur, heel speciaal om 4 uur te kunnen wandelen zonder iets van mensen te zien in dit kleine landje. Halverwege ben ik overgestapt in een andere wandellus om vandaaruit een zwarte wandelroute te kunnen opppikken van zeven kilometer. Niets zo mooi als een route die alles vraagt. Weg zonder weg. Slippery when wet, maar nu was het gelukkig mooi droog met dat weer. Een kind in de speeltuin … En daarna terug naar de barrage. Letterlijk nine to five….van ’s morgens 9 uur tot ’s middags 5….8 uur over 23 kilometer. Niets dan genieten….
Goed opletten echter, deze streek leent zich voor veel wandelingen, ze staan aangegeven, maar een kaart is geen overbodige luxe, want je switch nogal makkelijk van de ene wandeling op de andere en voor je het weet ben je kilometers uit de richting en zit je ergens in een andere vallei, van waaruit het ver terugkomen is…















Van Zeeuws-Vlaanderen tot Walcheren…
Als er in een periode van veel slecht weer een zonnige dag is, is dat reden te meer om snel te maken dat je buitenkomt en eropuit te trekken… Voor mij was de keuze snel gemaakt, op naar de waterkant… Even een toertje naar Breskens en rustigaan langs de westerschelde terug naar Ossenisse en weer huiswaarts…
Als ik uit de auto stap, vangt de wind me. Een uit de kluiten gewassen westerbries slaat me om mijn oren, maar dat is perfect voor mij. Dan waait mijn kop lekker leeg. Een 5 graden zonnetje maakt de dag hartstikke prima. Fris, maar lekker. Een recept om straks goed te slapen…
Waarom daar? Omdat dat veel heeft van waar ik van hou. Zeker als het gaat om foto’s maken, is daar genoeg te zien van vanalles. Ik hou van shipspotting, ik hou van natuur, ik hou van water en van lange wandelingen. Alles is daar te vinden.
De monding van de Westerschelde in de zee, de main-gate voor scheepvaart naar de haven van Antwerpen. Hier gaan mammoettankers, enorme containerschepen, visserij, eeuwenoude geschiedenis en natuur hand in hand. En hier kun je mooie lange wandelingen maken langs de waterkant. Voor elk wat wils.
Van Breskens naar Vlissingen, van Zeeuws-Vlaanderen naar Walcheren…. Een aangename veerdienst, elk uur, niet duur, voor voetgangers en fietsers. Dat is waar ik begin, gewoon even een retourtje. Om Vlissingen te bezoeken? Nee, dat ken ik al, hoewel ik er zeker een lekkere tas koffie drink aan de waterkant. Maar de boottocht is gewoon leuk om even op het water te zijn, om even te varen, om even alles vanaf het water te bekijken en een ander zicht te hebben. Altijd leuk om te doen… Maar voor wie van de zijde van Zeeuws-Vlaanderen komt, zeker ook de moeite om Vlissingen te bezoeken, omdat je dan niet zomaar even een hele lap om moet rijden, maar simpel in Breskens kan parkeren en te voet of met de fiets verder kan…






Vlissingen op zich is natuurlijk ook de moeite. Niet voor mij vandaag, maar er is geneg te doen en te zien om je een dagje bezig te houden. Zeker met mooi weer is het lekker om rond de haven te hangen, een vissershaven en een yachthaven met gezellige plekjes om te zitten. Een leuk centrum met voldoende winkeltjes en veel waterkant om langs te wandelen, met genoeg te zien…






Terug in Breskens loop ik langs de Atlantikwall naar zee en van daaruit weer terug, een heel stuk langs de havens en het water. Alles in deze streek draait om dijken. Overal een dijk, waarachter zich het leven afspeelt. dat beteent natuurlijk wel, dat je bovenop de dijk moet lopen, wil je veel zien. De wind en de elementen trotseren voor de beloning van mooie beelden.
De weg richting terug gaat volledig langs dijken. Overal waar trappen zijn, even stoppen en de dijk op om te kijken. Kijken of je sneller kan dan de schepen. Dat is nog niet zomaar vanzelfsprekend. de vaargeul van de schepen is wellicht wat bochtig, maar de weg is een heel stuk crazier met tijden. En bij Terneuzen moet je zowiezo een heel stukje om, dus je wint het zomaar nog niet van die joekels die naar Antwerpen opstomen…


Het is ondertussen bijna volledig eb en het afnemende water legt vanalles bloot. Niets is beter voor het leven van alles wat met water te maken heeft. De staketsels en golfbrekers steken boven het water uit, mosselen en allerlei lekkers aan hun basis. Meeuwen en alle andere watervogels zoeken hun gading in de overvloed en zorgen voor een heel schouwspel, overal waar je kijkt…





Ik ben op veel plekken iets te lang blijven hangen en kom te laat aan bij de radartoren van Ossenisse. Deze toren heeft trappen rondom en je kan daar omhoog om een geweldig beeld te krijgen van de omgeving. Maar de zon is al onder gegaan en de schemering en de wind zeggen dat mijn hoogtevrees dat nu niet leuk vindt, dus ik zal weer terug moeten komen op een beter moment om daarboven proberen te geraken…Desalniettemin is het uitzicht altijd weergaloos en met de flonkerende lichtjes va de Antwerpse haven in de verte, wordt je gevoel alleen maar nietiger…

Een klein land, maar met qua oppervlakte het grootste havengebied ter wereld, op de grens met nog een klein land vol machtige waterwerken, joekels van schepen die voorbij glijden…tis toch allemaal niet niks, dat vind ik…
Interesse in shipspotting? Met marinetraffic.com en vesseltracker.com heb je apps die precies vertellen welk schip je ziet, wat het is, waar het vanaf komt, waar het naartoe gaat… De Antwerpse haven (havenland.be) bezorgt je een kaartje waar je de belangrijke spottingplekken kan vinden…
Van graffiti tot streetart in Antwerpen…
Eind februari, een mooie, zonnige zondagmiddag temidden veelal dagen van slechtweergeweld…
Antwerpen is een stad die erg streetartminded is. En dat komt goed uit, want ik hou van graffiti en streetart. De laatste paar jaren is er veel streetart bijgekomen, dus ik ga weer eens op zoek om mijn collectie wat te updaten…

Vorige week was ik eraan begonnen, ik was in de stad, best okee weer, tot het vijf minuten later ineens donkergrijs tot zwart was en de buien elkaar in rap tempo opvolgden. Terug naar huis dus.
Deze week is het een stralende dag. Eigenlijk ook niet ideaal, omdat de zon soms vervelende overbelichting en rare schaduwen kan geven op de muren. maar het is een aangename kans om onbezorgd door de stad te dwalen.
Dus…op weg. Ik neem de tram tot het museum en stap daar af, om van zuid via St.Andries naar het centrum te gaan. Ik heb wat opzoekwerk gedaan en de meeste werken zijn toch wel daar te vinden…

St.Andries, Kloosterstraat en omgeving, rondom de grote markt/kathedraal/groenplaats/meir… Dus zwerf ik daar een uur of drie rond. Een aantal zijn niet meer te vinden, maar zeker wel ook een aantal mooie nieuwe…
Voor wie meer info wil…. op de Antwerpen museumapp zijn veel kunstroutes te vinden, onder andere ook streetart. Daarnaast is er nog de site van stripmuren.be , waar je ook een stripmurenroute van Antwerpen vindt. En dan is er nog het menselijk oog dat zijn best doet tijdens het rondzwerven door de stad…
Een greep uit de betere streetart…
Een andere greep ….een aantal stripmuren, maar zeker niet allemaal…






En last but not least…Ook in andere deelgemeentes is vanalles te vinden, maar met name Berchem is zeker erg graffitiminded. Een greep uit foto’s van in en rond het station. Er zijn nog plekken bijgekomen, maar dat is een update voor een volgende keer…
Windmolendorp Kinderdijk
Begin maart…. Het is nog vroeg in de ochtend, als ik me achter het stuur zet. De ruiten zijn nog licht aangevroren, maar het zonnetje vindt zijn weg al naar boven. Het belooft een prachtige dag te worden, blauwe hemel, volop zon, bijna windstil en de temperatuur gaat richting 10 graden…
Overal bloeien al kleine bloemen op, het gras is groener en de dieren levendiger. Op verschillende plekken is er al bloesem , die met hulp van de zon de bomen in een gekleurde nevel zet…
De weg leidt vandaag naar Kinderdijk. Windmolendorp Kinderdijk ligt iets ten Noorden van Dordrecht, ten Oosten van Rotterdam, in de Polders aan de Lek. Een unicum in de wereld, erkend door Unesco. Dit is werelderfgoed, om verschillende redenen. Niet alleen vanwege het feit dat je hier heel goed kan zien hoe Holland eeuwen strijd heeft gevoerd met het water, maar ook omdat hier maar liefst 19 molens bij elkaar staan, die niet alleen oud zijn, maar ook nog eens in volledig bewoonde, werkende staat zijn. Het zijn poldermolens, die het water uit de polder moesten pompen, richting rivier de Lek. Niet dat ze dat tegenwoordig nog doen, maar ze zouden het stuk voor stuk nog kunnen…
Achter Dordrecht ga ik van de snelweg af en al snel rij ik langs de Lek en dat is absoluut geen straf. Het duuurt niet lang voor ik een eerste glimp opvang en dat is al bijzonder indrukwekkend, zo in de ijle ochtendzon…





Je kan er zomaar rondlopen, echter met een ticket, dat je online ook alvast kan bestellen, krijg je ook toegang tot twee museummolens en kun je met een boot mee op rondvaart. Mooier kan het niet. Een aangename plek om de innerlijke mens te versterken en een uitgebreide souvenirwinkel zijn natuurlijk ook aanwezig. Je kunt een app downloaden en audiotours doen. Alle ingrediĆ«nten voor een aantal uren genieten…
16 van de molens zijn nog bewoond, daar kun je niet in, twee molens zijn ingerich als museummolen. Hoe meer mensen Kinderdijk bezoeken, hoe beter het is. Wat getalletjes…het kost 20.000 euro om een molen een jaar te onderhouden. Elke molen moet ook minstens 60.000 omwentelingen per jaar maken, om in werkbare staat te blijven. De museummolens draaien geregeld, waarvan de tweede, een wipmolen, het meeste draait, met makkelijk een miljoen omwentelingen per jaar. Het water wordt tegenwoordig afgevoerd door dieselgemalen, dus de molens hoeven niet meer te werken, maar ze zijn alle 19 in opperbeste conditie en zouden zonder problemen onmiddelijk kunnen worden ingezet. dat maakt deze plek natuurlijk nog opmerkelijker.
Eerst al eens een boottochtje, lekker rustig in de ochtend, het is een mooi zicht, zeker vanaf het water…






De audiotour geeft meer uitleg, maar even iets in het kort hier… Zoals iedereen wel weet, zijn we in de polders een stuk onder zeeniveau. Dit heeft ƩƩn ding tot gevolg….water. De molens werken op windenergie. Die wieken, drijven een schoepenrad aan, dat water wegpompt. Dat water wordt vanuit de polders in de zogenaamde lage boezem gepompt. Van daaruit naar het zogenaamde middenkanaal, waarna andere molens het in de hoge boezem pompten. Bij laagtij kon dan dat water eenvoudigweg in de Lek gestort worden. Problem solved. Tegenwoordig wordt het water door dieselgemalen vanuit het middenkanaal naar de Lek gepompt. Dit maakt vooral van de hoge boezem een geweldig natuurgebied. Watervogels alom…





De molens zijn van rond 1740. Maar er zijn al meldingen van molens rond 1500. De veengrond maakte het niet gemakkelijk, molens zijn zwaar en kunne wegzakken. de eerste molens aan de lage boezem waren van baksteen, de latere, aan de hoge boezem, zijn van hout en riet om het gewicht te beperken. Extra probleem (uitdaging), de wind kan een enorme kracht uitoefenen. De molenaars kunnen nooit weg en moeten constant opletten. Verkeerde wind kan de wieken te snel laten gaan, waardoor de hele constructie van hout, ook binnenin teveel wrijvingswarmte opwekt. De molen kan binnen minuten in de hens staan, wat dus in vroeger dagen wel gebeurd is. Ook kan de kap met de wieken er compleet afgeblazen worden, als de wieken niet in de juiste richting staan. Molens zijn meer machine dan woonplaats, dus een molenaar heeft een dubbel interessant beroep…



De eerste museummolen is er een van baksteen, een van de eerdere, rond gebouwd, aan de lage boezem. De molenaar die deze molen bedient, woont een molen eerder. Een hoop werk, je eigen molen onderhouden en er een tweede bij doen….
Via een oude stuk van een oude molenwiek loop je over een watertje een natuurpad op, waarlangs je naar de tweede museummolen kan. Deze tweede moelen is een wipmolen, totaal anders gebouwd, met een beneden- en een bovenhuis. Hier kun je uit veiligheidsoverwegingen niet bovenin, maar ze hebben wel gezorgd dat ze het meeste draait van de twee. Je hebt er een prachtig zicht op het achterliggende polderland, de lage boezem, met een hele serie aan slootjes tussen de landerijen…Er is een tuin bij met leuke oude dingen en er ligt een schip, waar je op kan. Het plaatje is compleet…
En na de tweede museummolen kun je terug lopen naar het begin, je kan op de boot hoppen, als je niet wil lopen. En als je zin hebt om er nog langer te blijven…er is nog een wandeling van anderhalf uur (4 kilometer) voor de gegadigden…Hoe je het ook bekijkt…mooi en indrukwekkend is het…

Brugge die scoone
Ik kan hier natuurlijk alle steden gaan beschrijven die ik ken en waar ik van hou. Maar dat zou een beetje zinloos zijn. Steden zijn ook meestal meer iets voor weekends of langer. Maar ik kan het niet laten om Brugge niet even te noemen. Waarschijnlijk kent iedereen het wel maar lang niet iedereen is er geweest. Het is altijd beter hier te gaan voor een weekend, maar het is niet aan mij dat weekend uit te stippelen. Daarbij is het maar een goed uurtje rijden van bij mij en het is een dusdange favoriet van me, dat het meer gewoonte is geworden er even heen te gaan voor een paar uurtjes om te genieten. Plus het feit, dat het, zeker in de zomer, een ontzettend romatische stad kan zijn en voor zulk weekend toch wel een liefhebbende partner vereist zou zijn, dus een weekdn Brugge zit er op dit moment niet aan. Maar ik zou het wel weten, absoluut…





Brugge by night, een mooie wandeling, een gezellig terrasje, een toevallige groep muzikanten die mooie klassieke muziek in het plaatje gooien, een late rondvaart over de reien, een hotelkamer onder het dakgebinte van een oud pand, overdag een ritje in een koets, bijna clichĆ© toeristendingen, die op het juiste moment de juiste sfeer toveren…
Ja, Brugge is toeristisch, ja het is er druk, maar toch, zelfs ik, die al snel last heeft van drukte, kan er weinig last van hebben. Er is teveel te zien, teveel details te ontdekken, om je druk te maken om de vele mensen. En er zijn ook best tijden dat het minder druk is. Als je Brugge vaker bezoekt en het beter leert kennen, leer je ook wanneer het waar aangenaam is.
Brugge is een eeuwenoude stad, die in zijn geheel is opgenomen in Unesco werelderfgoed. Gelukkig beschermd voor altijd. Want moderne gebouwen tussen oude, das in mijn ogen nog altijd een pijnlijk iets, hoeveel ik ook van architectuur hou en hoe goed er ook over nagedacht is, in een stad als deze, is dat een no-go, vind ik.
Buiten het architectuurverhaal en het blijvende karakter van deze stad met oude straatjes en reien, is daar een groot verhaal van musea en kunst. Veel interessante musea, veel kunstgalerijen, veel beelden en andere kunst overal op straat. En dan van april tot oktober een wekelijkse brocante markt, elke zaterdag en zondag, langs de reien. Veel chocolade, veel kant (hoewel dit wel iets terugloopt, vanwege het verloren gaan van het handwerk). Dit is een stad waar iedereen zijn gading vindt. En natuurlijk , totally insta-worthy…
Ja, ik hou van deze stad en ik kan er altijd reclame voor maken en daarom zet ik ze ook even op mijn site. Weliswaar bij de dagtrips, maar je kan ervan maken wat je wil, want het is een stad, goed voor honderden foto’s, op evenzovele plekken, in elk jaargetijde…
Zomaar even wat kiekjes op een mooie aprilzondag, 2022…
De bloesems van Haspengouw…
Het is april en het is mooi weer…. it’s only a short window of time… als je bloesems wil zien, is dat nu…
De Haspengouw, iedereen heeft ervan gehoord, velen kennen het wel. De grootste fruitregio van West Europa, wordt het genoemd. zo’n 2400 vierkante kilometer groot, strekt zich ut over gedeeltes van Limburg, Luik, Namen, Vlaams en Waals Brabant. Met heerlijk glooiende heuvels en valleien en een mix van zowel laagstam- als , oudere, hoogstamboomgaarden. Sommigen zelfs enkele honderden jaren oud.
Grotendeels kersen, peren en appels, in diverse variaties en soorten. En het mooie is, ze bloeien bijna tegelijk Eerst de kersen, dan de peren, dan de appels, maar dat loopt zich niet ver uiteen (als de temperatuur wat meewerkt). Dit is allemaal in april en nog wat van mei. Het is pasen en de tweede helft van april breekt aan. Het is prachtig weer en de bloesemmeter op internet geeft aan dat zo goed als alles in bloei staat, dus…de hoogste tijd om te gaan.
Elk jaar diverse bloesemwandelingen voorhanden, her en der worden bloesembars opgezet, vanalles georganiseerd voor kinderen…alles staat in het teken van bloesem en toerisme is booming deze maand. wandeltochten, fietstochten en met de auto is het ook goed toeren in de streek. Vooral omdat ze vrij groot is (naar onze maatstaven) en openbaar vervoer niet echt handig is.
Voor sommigen is bloesem bloesem en als je het een hebt gezien, heb je het ander ook gezien, anderen krijgen er geen genoeg van. I just want to share some pictures… enjoy…
Quondam
Een middeleeuws weekend…vanaf mei zijn er verschillende te vinden, verspreid door BelgiĆ«. Elk zichzelf respecterend kasteel zorgt wel voor een middeleeuws weekend, het een met feesten, een markt en wat gezelligheid, een ander pakt groter uit. Elk jaar probeer ik wel wat mee te pikken daarvan. Cosplay, reenactors, mensen die volledig voor hun hobby gaan, maken elk soort festival boeiend, maar voor mij spreken de middeleeuwen wel het meeste aan, buiten fantasy.
En dus…here we go again…21 mei 2022. Het Hooghuys van Berlaar ditmaal. Een kasteeltje, dat in de vroege dertiende eeuw al een bekende plek was voor riddertoernooien en steekspelen en wat dies meer zij. des te specialer, dat quondam op dezelfde locatie gehouden wordt. Ridders, schildknapen, soldaten, jonkvrouwen, ambachtslieden, marktkooplui, narren, je kunt het zo gek niet bedenken, ze zijn erbij. Een mooi tafereel over een restectabel terrein van zo’n 5 hectare. Plaats genoeg voor vele gezelschappen, paarden, steekspelen, zwaardgevechten en een heuse veldslag. Elke dag een uitgebreide roofvogelshow en bij alle gezelschappen marktkramen met mooi handwerk. Voor de inwendige mens plenty to find. En de zon schijnt, in afwisseling met hier en daar een wolk. Een zalige dag, een uitgelezen weekend.
Voor wie zich afvraagt wat Quondam betekent…Het is latijn voor vroeger, ooit, eens ( in de zin van er was eens…)
Even wat sfeerbeelden, op facebook heb ik meer foto’s geplaatst, teveel voor op een website… Hou het in de gaten, het komt elk jaar terug…






















Parijs
Parijs…gerust gezegd een van mijn meest favoriete steden, omwille van een hele resem redenen…een stad om liefst een paar keer per jaar naartoe te gaan en volop te genieten, van alles en nog wat…
Parijs, voor velen bekend als romantische stad en dan niet zomaar alleen vanwege een verloving op de top van de Eiffeltoren, maar om zoveel dingen…zoveel gezellige straatjes, restaurantjes, al het moois dat er te zien is rondom je, zoveel plekjes die je er kan vinden om met z’n tweetjes wat privacy te vinden tussen het volk, zoveel plekjes met mooi uitzicht of met iets moois om samen van te genieten, echt een stad om rond te dwalen met z’n twee en al dat moois te delen en samen in je leven te laten als waardevolle herinnering. Wat is romantischer dan samen warme herinneringen te creĆ«eren…





Parijs, wereldstad…jazeker, natuurlijk, vanzelfsprekend, als hoofdstad van een heel groot land , niet alleen qua oppervlakte, maar oook op wereldschaal. Natuurlijk wereldstad, maar…met eigen trekjes. Waar andere wereldsteden eel werelds aandoen, met invloeden en culturen van over de hele wereld, lijkt Parijs juist ontzettend sterk zijn Franse karakter houden. Avenues vol oude gebouwen, al die oudheid tot op nu ongelofelijk goed geconserveerd, Een wereld apart. Heel chauvenistisch ademt alles Frans. De hele stad heeft karakter. Het is ook niet direct zo, dat her en der moderne gebouwen tussen de oude geplempt worden, over de hele sfeer is heel goed nagedacht en alles blijft heel nauwgezet behouden. Als je bijvoorbeeld langs de Rue de Rivoli loopt (parallel met de Seine aan de andere kant van de Tuileries), zie je alleen maar prachtige oude gebouwen en kom je helemaal in die rijke welvarende sfeer van vroeger. Als je dan zo langs de straat in de verte kijkt, zie je het moderne La DĆ©fense in de verte liggen, dan zie je ineens het enorme contrast tussen de oude stad en het moderne. Het moderne ligt voor het overgrote deel buiten de oorspronkelijke stad en dat geeft een prachtig rustgevend karakter, volledig in balans. Een wereldstad, jazeker, maar een met een eigen karakter, zonder veel storende invloeden en dat maakt het meer dan de moeite.

Parijs staat ook in de top vijf van meest beloopbare steden in Frankrijk. Dat is een van de dingen waar je eigenlijk niet bij nadenkt. Het woord wereldstad wordt automatisch geassocieerd met onmetelijk groot, met veel openbaar vervoer, met grote reistijden, met ontieglijk veel volk, met allerlei superlatieven…tja, Parijs heeft het allemaal, maar tegelijkertijd merk je het amper. Op magische manier heb je nooit veel last van teveel volk, valt het niet op, dat het druk is of dat je veel tijd moet uittrekken voor iets, je gaat er gewoon heen en je geniet. Als je langs de Seine loopt (prachtige wandeling, die velen net doen) van de Eiffeltoren naar de Notre Dame, kun je dat doen op een half uur, drie kwartier, rechtstreeks. ALs je op de plattegrond kijkt, is eigenlijk alles ongeveer geconcentreerd op dat stuk van de Seine en er direct omheen. Le Marais strekt zich nog iets verderdoor na de Notre Dame, maar strikt gezien is dat het voornaamste voor toeristen. Alleen de Montmarte is een hapje verderop, maar zelfs dat is te voet vrij goed haalbaar. Natuurlijk, niets zo handig als de metro om even wat ground te coveren, maar ik bedoel maar, op een dag kun je ontzettend veel gezien hebben, zonder veel tijd te verliezen.
Waarmee ik natuurlijk niet bedoel, dat je door zo’n stad moet rushen, alles is zo mooi en de moeite, dat enige aandacht heel gezond is. Om maar niet te spreken van alle details, die je als fotograaf overal kan zien, je zou elke paar meter stil kunnen staan. Maar het globale idee is, dat het, tegenover andere wereldsteden heel beloopbaar is. Een van mijn andere grote favorieten is London en geloof me vrij, die stad is va een heel ander karakter, heel divers werelds, een stad om weken te blijven en niet verveeld te raken, maar een stad, die vee metrowerk en reistijd vergt. Parijs zal ook nooit vervelen, maar het is geen stad om weken te vullen, eerder een aantal dagen per keer en telkens nieuwe sferen, seizoenen en gevoelens op te pikken. Waar bijvoorbeeld London een stad is, waar je twee weken kan vullen en nog net alles gehad te hebben, kan Parijs je heel veel laten zien op vier of vijf dagen, maar tegelijk een plek zijn, waar je, alleen al voor de gezelligheid, vier, vijf keer per jaar terug wil, al was het alleen maar voor een tas koffie op het Place du Tertre, tussen de schilders, of een terrasje pikken met zicht op de Notre Dame, of….


En dat is nou precies waar ik naar uitkijk, als ik ’s morgens vroeg in de trein stap, op weg naar Kortrijk, eerste overstap…
De trein? Jazeker, gewoon de trein… Het is heel simpel, er zijn honderd manieren om in Parijs te komen en snel ook, maar de meeste kosten best wat centen en dat is waar veel mensen onbewust al een streep zetten. Ik wil even laten zien, dat het niet zo duur hoeft te zijn. Het kost wel wat felxibiliteit in denken en wat energie, hier en daar, maar dan heb je ook wat.
Vliegtuig kan betaalbaar zijn, als je ver vantevoren boekt, maar dan ben je al vroeg iets aan het vastleggen en ik hou daar persoonlijk niet van, ik hou van meer vrijheid in weekendplannen. TGV is een andere optie, maar daarvoor geldt ongeveer hetzelfde, als je het ietwat betaalbaar wil houden. Auto…een tank brandstof, 35 euo tol en minstens 25 euro parkeren…tja, nowadays niet zo voordehandliggend met die brandstofprijzen, anders is het simpel, rij ernaartoe.
Trein, gewoon de trein…In BelgiĆ« heb je weekendretour, dat geeft je binnen BelgiĆ« al een retourtje voor de helft van het geld in het weekend. Dus retourtje Kortrijk. Dan trein naar Lille, voor een achttal euro retour. Dan de Franse spoorwegen van Lille naar Parijs. Een treinreis van ergens tussen 3,5 en 5 uur totaal, maar het is regelbaar voor een vijftig euro, als je een beetje zoekt. Dan zit je best een tijd in de treinen, maar dat vnd ik niet erg, kun je eens op je gemak wat zien en als je met twee bent, zal de tijd waarschijnlijk nog vlotter gaan, dan ik in mijn eentje. Het brengt je wel in Parijs voor weinig, de andere opties lopen allemaal vlotweg richting 200 euro. 50 euro is dan heel interessant, lijkt me. Omdat ik maar 1 dag ga, geen hotel nodig, is dat een relatief goedkoop dagje. Goedkoper is thuis in de zetel te blijven hangen, maar meestal is zelfs dat niet zonder gevaar van vanalles uit te (moeten) geven…
Ik ken Parijs best al , dus ik weet waar ik wil gaan en waar niet. Ik weet wat ik wil doen en wat niet. Dus kun je op een dag best lekker rondhangen, relatief veel zen en het voornaamste, de sfeer oppikken en je lekker voelen, dat is waar ik voor ga. Die “tas koffie op het Place du Tertre”…
Om half elf kom ik aan in gare du Nord, korte wandeling naar Montmarte en daar is mijn tas koffie al… Het zonnetje schijnt op een koude winterse dag, what more can you wish for on a day in february…
Ik blijf niet te lang hangen…benieuwd naar de Notre Dame, hoever ze zijn met de restauratie… Metro naar CitĆ©. Als je daar uitstapt, ben je net ver van de Notre Dame en kun je tegelijkertijd ook even genieten van alle bloemenkramen. De Notre Dame ligt er zielig bij. Als iemand die je graag hebt, die in het ziekenhuis ligt. Werk is in volle gang, maar het is een ontzagwekkend project en dat is te zien. Overal steigers en bouwkranen. Een dierbare in de kreukels… Ik lop op min gemak rond en neem alles in me op. vervolgens de Seine over en een tas koffie op terras vooraleer ik het Quartier latin intrek.





Na een goed uur, steek ik de Seine terug over, achter de Notre Dame langs, om Le Marais in te trekken. Ook hier een wandeling van een uur, ongeveer, genieten v an mooie plekjes en doorkijkjes, sfeer opsnuiven en mensen kijken. Langzaam werk ik mijn weg terug richting Eiffeltoren….Van Place des Vosges via Hotel de Ville naar Centre Pompidou en door naar Rue de Rivoli, achter het Louvre langs, bij de Tuileries steek ik door naar de Seine, om langs de Seine richting Eiffeltoren te lopen. Gewoon, lopen en genieten…











Om vervolgens een metro te nemen richting metrostation Anvers, onderaan Montmartre. Nog een uurtje sfeer snuiven tussen de kunstenaars en genieten van mooi werk en dito uitzicht over de stad. Dan is het ongeveer tijd om terug te gaan naar Gare de Nord. Een van de redenen, waarom ik geĆ«indigd ben bij Montmartre, das niet ver van het station. Om 18 uur loop ik het station in, nog even tijd om een koffie en wat te eten te pakken voor onderweg, de trein vertrekt om 18.24, stipt. Dan en ik rond 23 uur weer thuis, met een fototoestel en een hart vol mooie herinneringen en goed gevoel…. Je kan ook thuis in de zetel blijven hangen, maar zeg nou zelf….Parijs is best te doen, voor weinig…en das mooi, heel mooi…
Lac de la Haute-Sƻre
Het is koud als ik in de vroege ochtend achter het stuur kruip. De eerste zaterdag van maart…na een hele week van goed weer, zou het vandaag ook nog goed zijn, maar het ziet ernaaruit dat het een grijze dag gaat worden. Altijd zonde voor de foto’s, maar ja, we krijgen wat we krijgen…. Rugzak en fototoestel mee, koffie in de aanslag en op weg.
Even een tripje naar het Luxemburgse….De ardennen zijn mooi, Luxemburg doet daar nog een schepje bovenop. Rotsen en wouden in overvloed, net dat de ardennen dat niet zo zou hebben, alleen heeft Luxemburg er nog meer van. Alleen ga ik vandaag net zozeer voor de rotsen, als wel voor iets dat temidden dat natuurgeweld door een stuk land slingert…
Een goeie tweehonderd kilometer en zo’n tweĆ«eneenhalf uur verder, bereik ik mijn doel, Lac de la Haute-SĆ»re. Een meer dat zich over een oppervlakte van 380 Hectare als een grote slang door de valleien kronkelt. Kunstmatig gevormd rond 1961. Zo’n 59 miljoen kuub water worden in bedwang gehouden door de stuwdam bij Esch-sur-SĆ»re. Logisch, dat deze stuwdam voor elktriciteit zorgt, maar wat haast belangrijker is, is het feit, dat dit meer voor ongeveer 70% van het groothertogdom aan drinkwater voorziet. Het gebied wordt et de grootste zorg omringd. De eerste 5 kilometers vanaf de stuwdam, mogen absoluut niet betreden worden, geen kamperen, zwemmen, varen of wat dan ook. Daarna is varen en zwemmen wel toegestaan, maar kamperen niet. Alles om de waterkwaliteit in puur natuur zo optimaal mogelijk te houden. Dit hele verhaal kan alleen maar mooie plaatjes opleveren. Enige pech is het grijze, vochtige weer, maar de natuur is altijd mooi…

Ik parkeer de auto bij de stuwdam en begin van daar. Doodse stilte rondom mij. Behalve de vogels, verder geen geluid, geen auto’s, niks. Een enkele auto die eens langs rijdt, verder niets. Zaterdagochtend, 10 uur en niets….Ben wel anders gewend. Dit is zalig, duwt je met je gezicht in de natuur. De dam is manmade, voor de rest niets dan een ontzagwekkende hoeveelheid water en de natuur eromheen. Een koude, vochtige lucht, dat zal de hele dag blijven, grijs en vochtig, maar toch…beautiful!



Ik loop over de dam, de weg omhoog en krijg bovenaan het zicht, dat ik verwachtte… Voor me, iets lager gelegen, licht Esch-Sur-SĆ»re. Een klein dorpje, dat in tijd terug gaat tot de middeleeuwen, ligt daar in de vallei genesteld. Met een kasteelberg erbij. The divided castle was een groot kasteel in twee delen, dat daar al gesitueerd is sinds ongeveer de elfde eeuw. Diverse keren van eigenaar(s) gewisseld en veranderd. Nu is het nog een indrukwekkende ruĆÆne-site, met nog een tweetal torens en een kapel.




Over oude stenen trappen loop je omhoog. Stenen die betreden zijn door duizenden mensen door de jaren heen, gesleten en gepolijst door al het schoeisel. Eenmaal boven een uitzicht om duimen en vingers bij af te likken en een kasteelruĆÆne waar je alle besef van tijd verliest. Prachtig om er rond te dwalen, met een beetje fantasie dwalen je gedachten direct af naar die tijd. Het is maar een klein dorp, maar indrukwekkend mooi…




Ik loop verder door het dorp, overal is het stil. Dat is natuurlijk ook de tijd van het jaar, maar het is ongewoon, dat het op een zaterdag tegen de middag zo stil is, ben ik niet gewend. Anyway, des te beter voor mij, alle rust… Een uur of drie later kom ik na een pittige rondwandeling weer bij de auto. Tijd om wat te eten en dan verder langs het meer. Op verschillende plekken even stoppen en genieten van de uitzichten….Bijzonder mooi hier, blij dat ik weer eens iets moois heb mogen zien…




Heksendorp Ellezelle
Een regenachtige zaterdagochtend. Ik ben al vroeg wakker. Eerst en vooral koffie en mijn dieseltje (mezelf dus) opstarten. Zoals geregeld op zo’n moment, Google erbij en op de uitkijk naar interessante, leuke bestemmingen… Een advertentie voor een scootertocht komt voorbij en in die advertentie staat, dat ze in de korte versie het heksendorp Ellezelle links laten liggen…Ik ken heel wat plaatsen, maar Ellezelle, nooit van gehoord. En heksendorp….spreek mij van zoiets en je hebt me al. Ik zoek het even verder uit en zie , dat er ook nog een sentier de l’Ć©trange is, een wandeling van zo’n 6 kilometer met vreemde wezens….Zij mogen dat links laten liggen, ik grijp mijn fototoestel, rugzak, koffie en wat bokes en ik zit achter het stuur…
Op weg naar de streek, wat oostelijker van Kortrijk, het Noordelijkste deel van Henegouwen, een stuk, dat tweetalig is en al vanaf de dertiende eeuw constant twistpunt is tussen Vlaanderen en Henegouwen qua bezit. De Vlaamse Ardennen, een wandelwalhalla, een weelderig groene heuvelstreek rond Oudenaarde en Ronse. Zoek je mooie natuur, hier moet je zijn. Iets voorbij Ronse, ligt Elzele, in het Frans Ellezelles en in de volksmond Ellezelle…






Het dorpje Ellezelle is een typisch oud streekdorpje, met een degelijke kerkje, veel oude gebouwen, veel boerderijen en oude landhuizen. Het geeft al aan, dat deze streek best welvarend was, vroeger al. Het land brengt en bracht hier altijd goed op…

Hoe kun je aan zoiets weerstaan??
Het dorpje ligt in het zogenaamde pays de Collines, het kerkje ligt op een hoogte van 55 meter en de omringende heuvels gaan tot zo’n 150 meter. Echt geen brute Ardennen van 500, 600 meter, maar mooi glooiend heuvellandschap.



Meer over de heksen…In 1610 werd de plaatselijke heks Quintine veroordeeld, opgehangen en levend verbrand. Sindsdien is er een jaarlijkse heksensabbat gehouden ( ik vermoed, dat Quintineke toch stiekem ergens geliefd was) en overal vind je heksenfiguren terug. De moeite waard is ook la maison du pays de Collines. In dit natuurreservaat kun je tegelijkertijd de wandeling vinden , le sentier de l’Ć©trange…

In 1974 reeds, start de kunstenaar Jacques Vandewattijne, alias Watkyne (1939-1999), het manifest folkart. Een serieuze poging om plaatselijke tradities en kunst te bewaren, in leven te houden, opnieuw te laten opleven. In het licht hiervan, ontwerpt hij een wandeling van zo’n 6 kilometer door het heuvellandschap, langs wegen, velden, bossen en bosranden. Overal langs deze route heeft hij kunstwerken gemaakt, vooral in de vorm van mytische wezens, trollen, duivels, monsters, allerlei. Om, naar zijn eigen zeggen, “onze emoties en angsten te doen herleven uit wat er overblijft uit de ziel van ons kind…” Een didactische wandeling, geĆÆnspireerd door de folklore van Ellezelle…













Een verrassend aangenaam dorpje om rond te kijken, met een aantal heel karakteristieke gebouwen en dan ook nog die wandeling, die beslist heel wat in je los kan maken, tenminste, als je er een beetje voor open staat. Niet alleen de kunstwerken, maar ook de complete sfeer van vroeger, de gedraaide wilgen, de kapelletjes langs de weg, veel helpt sfeer creĆ«ren en buiten het feit, dat het er erg mooi is, kom je minstens met een grote glimlach bij je auto terug. Hoe dan ook, mission accomplished…

Ik kwam, ik zag…en ik ging met 180 foto’s terug naar huis. Een waardevolle dag, waarin het tijdens mijn hele wandeling niet geregend heeft….toeval?…
Blegny mine

het is zaterdag, in februari. De carnaval is achter de rug, geen festiviteiten, geen speciale dingen op de agenda en het is zowiezo een kalme tijd. Eerder werd nachtvorst voorspeld, zodat het nog iets van winter kon lijken, maar zelfs dat niet. Het is nog winter en niks koud voor de tijd van het jaar, maar dat wil niet zeggen dat de wereld barst van leven. De winterdip hangt nog grijs op de achtergrond. Hoewel knoppen en bloemen overal te zien zijn, is het niet echt iets geweldigs om mooie natuurfoto’s te maken op dit moment, zeker niet met dit grijzige weer.
Toch wil ik niet thuis blijven hangen als een couchpotatoe. Een ideale dag om eens even iets anders te doen. Het geluk is aan mijn zijde, ik zie een advertentie van Blegny mine, die is normaal in de winter gesloten, maar is ter ere van krokusvakantie nog open, met verminderd aanbod, maar toch. Dus eropaf… Een goei wandeling…ondergronds, back in history…
Ik zeg ondergronds, maar letterlijk genomen klopt dat niet volledig. Blegny mine ligt op 172 meter boven zeespiegel en we dalen maar 60 meter, dus strikt genomen zitten we in een berg, in plaats van bijvoorbeeld Limburg, waar je letterlijk “ondergronds” gaat. Maar dat verschil is natuurlijk maar een futiliteit…



Blegny mine, een van de grotere steenkolenmijnen in het Luikse, een privaatmijn, geen staatsmijn. De laatste die sloot (1980) in het Luikse mijnverhaal. Ik ga hier niet veel uitweiden over details, wie meer wil weten over, Google weet veel. maar als ik alles vertel, is het niet meer nodig om erheen te gaan en geloof me, het is meer dan de moiete. allen daarheen, een van de weinige mijnen die rondleidingen kunnen verzorgen, omdat je daar nog in twee galerijen naar beneden kan, 30 en 60 meter diepte. Al de rest staat volledig onder water. Dus dit is een pareltje van rijke geschiedenis.
Je kan hier op de mijnsite volledig rondlopen, veel is hier tentoongesteld, buiten, een oude houtwerkplaats, waar de houten stutten en al wat verder nodig was, werden gemaakt. Allerlei soorten treinwagons en locomotieven voor in de mijn, allerlei gereedschap, een fototentoonstelling en een impressie van de eerste mijnwerkerswoningen, een park, restaurant, speeltuinen, genoeg om minstens een halve dag te vullen, met kids of zonder.





Onze rondleiding werd verzorgd door een oud-mijnwerker, die veel had meegemaakt, in maar liefst drie verschillende mijnen, voornamelijk in Belgisch Limburg, een mijngasontploffing overleefd, collega’s verloren, had het echte zware werk nog meegemaakt, in het Luikse waren de mijnen kleiner, daar was niets machinaal, alles zwaar handwerk. Bruut, manueel labeur, 8 uur per dag opgesloten in krappe ruimtes met oorverdovend lawaai, hard, haast wreed werk zonder vergiffenis, zonder medelijden, maar de kameraadschap, de familiezin, de absolute gelijkheid in dat wereldje leverde ook veel mooie momenten op.





Een rondleiding van dik anderhalf uur, royaal ondergronds, maar ook boven in werkplaats, kolenwasserij, bij de sorteermachines, in de transporthal, overal volle verhalen, uitleg, anekdotes. Ik voel me vereerd, een rondleiding door een echte vakman. Als je nog geen respect had voor die harde werkers, krijg je het nu. En steenharde feiten. Blijkbaar hebben we nog voldoende steenkool onder de grond om heel europa nog zeker 150 jaar van steenkool te voorzien. En er gebeurt niets mee…daar komt politiek om de hoek kijken, dat is misschien nog de hardste les van alles, als de staat er geen geld aan kan verdienen, doen we moeilijk…en idioot…
Ik neem afscheid van onze gids en wandel nog een stuk bovengronds, bovenop de immense steenberg, de afvalberg, een van de vele terrils in de streek. De lifttoren is 45 meter hoog, de terril nog 10 meter hoger…UItzicht van jewelste, tot en met de SintPietersberg en Maastricht…



De sporen van de karretjes liggen er krom bij, bielzen schots en scheef. Langzaamaan neemt de natuur weer bezit van alles. Het is stil daarboven, nu toch en terwijl de verhalen en woorden van de gids door mijn hoofd razen en veel gedachten losmaken, kijk ik uit over de streek, een streek waar we op wereldniveau trots op mogen zijn, een heel oude streek ook, want de Ardennen zijn al meer dan 300 miljoen jaar oud, een streek vol levende historie, die nooit helemaal stil zal zijn…

De Groote Peel
Als je naar Nederlands Limburg rijdt, is dit iets, dat heel mooi te doen is in vrij overzichtelijke tijd…

In Ospel, een dorp op de grens tussen Midden-Limburg en Noord-Brabant, ligt het natuurreservaat De Groote Peel. Het is een natuurgebied van zo’n 1400 hectare, momenteel vrijwel ongerept natuurgebied, dat restant is, van een eeuwenoud hoogveenmoeras.
Van de 1400 hectare is een stuk begaanbaar gemaakt voor publiek. Je kan er zelf wandelen, er zijn wandellussen van respectievelijk 2, 4 en 6 kilometer. je kan ook deelnemen aan begeleide wandelingen. Alles wordt beheerd door Staatsbosbeheer.

Een beetje meer over de Groote Peel. het is, zoals ik al zei, overblijfsel van een hoogveenmoeras, dat hier vroeger op het grensgebied lag. Dit veengebied leverde zo’n 200 jaar geleden het zwarte goud van deze streek, namelijk Turf. Zeer belangrijk in die tijd. De uiteindelijke turflaag in die tijd, varieerde van twee tot zes meter dikte en werd telkens over een diepte van een meter afgegraven.

Backbreaking work. De turfstekers waren niet rijk en moesten heel hard werken. het turf werd met speciale scheppen uitgestoken en was dus zwaar manueel labeur. Veel turfstekers leefden in plaggenhutten, op het terrein, leefden allesbehalve een aangenaam leven, maar hun werk was belangrijk. Het werd niet voor niets het zwarte goud van die streek genoemd…

Het is tegenwoordig een groot natuurreservaat, waar de natuur zich, met minimale begeleiding, volledig kan uitleven. Een ontzettend rijk gebied, vroeger hoogveenmoeras, nu nog altijd veengebied en gedeeltelijk moerassig, je hebt er verschillende soorten grond, ook vast, maar veelal zompig veen en grotere stukken water. Dit zorgt voor een gebied, dat ontzettend rijk is aan alle soorten planten, bomen, struiken. En een gebied dat zo rijk aan groen is, is vanzelfsprekend een heerlijk thuis voor evenzovele soorten dieren. Veel insecten ook, dat op zijn beurt weer zorgt voor een ontzettend rijke vogelpopulatie.







Een wandeling door het gebied is een droom voor ieder die van natuur en fotografie houdt. Hoe kun je wandelen in moeras? Wel, simpel, door een gedeelte verhoogde, droge paden en knuppelbruggen, lange looppaden, gemaakt met houten stammetjes, waardoor je letterlijk net boven het water loopt en dus vol middenin de natuur. Bij de vennetjes zijn dan ook nog uitkijkplateaus gemaakt en bij de trufvelden vind je een hoog uitkijkplateau. samen met vogelkijkhutten, zorgt dat voor een heerlijk gevarieerde wandeling, die zeker ook met kinderen heel interessant is.






Een plaats, die natuur en historie samenbrengt en dat voel je, als je daar bent. Ik kom zeld van die streek in Limburg en ik weet, als geen ander, hoeveel historie in die streek hangt en hoe nauw die met het dagelijks leven verbonden is, overal vind je daar voorbeelden van. Geschiedenisles op school is nooit leuk, maar op deze manier voel je het gewoon, indrukwekkend, ontzagwekkend en bijzonder…mooi…





















































































































